Opinie

Veenhuizen is grimmig en dat moet zo blijven

Veenhuizen

Houd de gevangenissen in Veenhuizen open, betoogt . „Anders kunnen we het net zo goed Leeghuizen noemen.”
Foto Sijmen Hendriks / Hollandse Hoogte

Als meisje leefde ik tussen criminelen en zwaarbewapende bewakers. Mijn eerste herinnering is dat ik op mijn tenen over de vensterbank naar buiten kijk. Op straat komt een groep mannen in grof bruin pak voorbij, geëscorteerd door gestichtswachters in zwart uniform met een karabijn en een revolver. Veenhuizen, 1962. Het Drentse dorp had vijf gevangenissen; twee voor langgestraften, een cellengebouw, een complex voor kortgestraften en een halfopen inrichting. De gedetineerden die ik zag langs komen, gingen naar de kerk, de katholieke stond naast ons huis en verderop was de protestantse. Ik woonde zelf ook in een voormalige kerk, die stamde uit 1826, de periode waarin de Maatschappij van Weldadigheid drie armengestichten in Veenhuizen liet neerzetten. Later werd het een school met inpandige woning. Mijn vader – meester Meester – was het hoofd.

In de jaren dat ik opgroeide bestond mijn universum uit een grondgebied van drieduizend hectare dat was omgeven door bordjes ‘Verboden toegang’. Dag en nacht fietsten gestichtswachters rond om vreemden weg te sturen. De Maatschappij van Weldadigheid was allang niet meer actief in Veenhuizen, het dorp was een gevangeniskolonie geworden waar bijna iedere kostwinner in dienst van het ministerie van Justitie was. Gevaarlijk was het er niet, tenminste niet volgens mijn moeder. „Wanneer een gedetineerde met je wil praten, groet je vriendelijk en loop je door.” Het woord ‘gevangene’ mocht ik niet gebruiken, dat was niet respectvol genoeg.

In mijn universum kon het zomaar gebeuren dat je binnen zat te lezen en dat er dan een glazenwasser op een houten ladder voor het raam verscheen: een gedetineerde. Andere gedetineerden haalden ons vuilnis op en onderhielden onze tuin, zowel de siertuin als de groentetuin. Met de minder zwaar gestraften mocht mijn moeder graag koffiedrinken, altijd buiten op het plaatsje, ze serveerde dan een lekkere plak koek. De lichtst gestraften mocht ze zelfs binnenlaten, zoals toen in de jaren zeventig de ouderlijke slaapkamer geschilderd moest worden. Paars natuurlijk, naar de mode van die tijd, het gevangenistenue van de schilder was een spijkerpak.

Ontsnappingen

In de jaren die volgden veranderde Veenhuizen. Na net wat te veel spectaculaire ontsnappingen werden er hekken rond de gevangenisgebouwen geplaatst, zodat het niet meer nodig was het complete dorp af te sluiten. De bordjes ‘Verboden toegang’ konden verdwijnen, enthousiastelingen begonnen een museum.

Ook binnen het gevangeniswezen veranderde er de afgelopen decennia nogal wat in Veenhuizen. Dat ging met schokken. Doordat ‘meester Meester’ er bleef wonen, heb ik van dichtbij meegemaakt hoe er een nieuwe gevangenis werd gebouwd, een jeugdinrichting. Maar er werden ook gevangenissen gesloten, zoals het cellengebouw waarnaar gedetineerden uit heel Nederland werden overgebracht wanneer ze zich tijdens hun straf hadden misdragen. De halfopen inrichting ging ook dicht en op 1 januari 2014 sloot Bankenbosch, waar je vroeger terechtkwam als je dronken achter het stuur had gezeten. In latere jaren was Bankenbosch een inrichting voor met name degenen die tegen het einde van een langere straf mochten wennen aan een losser regime. Nadat een directeur had bedacht dat ze dan ook eigen vervoer moesten hebben, kon je ze fietsend naar hun werk zien gaan.

Tot in 2016 zijn gedetineerden het openbare groen in Veenhuizen blijven onderhouden. Het klassieke beeld is dat van een gedetineerde met een kruiwagen of hark. Gemillimeterde bermen, groepjes kalm werkende tuinlieden; het leek er wel een landgoed.

En nu, in 2018, staat Veenhuizen op een keerpunt. Het is de vraag of dit een gloriejaar of een rampjaar wordt. Het lijkt erop dat de UNESCO het dorp aanstaande zomer samen met de zes andere voormalige Koloniën van Weldadigheid tot Werelderfgoed zal uitroepen. Maar mijn vader schudt zijn negentigjarige hoofd wel eens. Nu er geen gevangenistuinmannen meer in zijn dorp rondlopen, moest hij de afgelopen herfst oppassen niet uit te glijden over de bladermassa op straat. ‘Zijn’ school is opgeheven, er zitten anti-krakers in. De katholieke kerk ernaast was al eerder ontmanteld, in de pastorie uit 1908 zitten ook anti-krakers. Voor Bankenbosch was een bestemming als asielzoekerscentrum gevonden, twee weken geleden is dat gesloten.

Pico bello

Gelukkig is er ook veel goed nieuws over Veenhuizen. De meeste gebouwen zijn opgeknapt en staan er pico bello bij, een collectie nationaal erfgoed waarvan in Nederland geen tweede bestaat. Ook al gaat de jeugdinrichting dicht, er zijn nog steeds twee penitentiaire inrichtingen in gebruik, Esserheem en Norgerhaven, enorme carrés rond een binnenplaats met oude bomen. In Norgerhaven waren de afgelopen jaren Noorse gevangenen ondergebracht, nu het cellentekort in Noorwegen is opgelost zullen zij begin september vertrekken.

En dan? Wordt Norgerhaven weer als vanouds een Nederlandse gevangenis? Ik hoop het van harte. Aan het zoveelste gebouw dat op hergebruik staat te wachten is in Veenhuizen geen behoefte, anders kunnen we het dorp net zo goed ‘Leeghuizen’ gaan noemen. Vijfhonderd mensen hebben er nu nog een baan in het gevangeniswezen. Dankzij hun vakkennis worden Norgerhaven en Esserheem als de beste gevangenissen van Nederland beschouwd, ook door gedetineerden. Er is een eigen keuken, terwijl gedetineerden elders zijn aangewezen op de gevreesde magnetronmaaltijden. Dat die letterlijk geestdodend kunnen zijn, is recent aan de orde gesteld door Tilburg University. De hersenfunctie kan ervan achteruit gaan, evenals van een prikkelarme omgeving, al na drie maanden word je daar impulsiever van. Als gevolg van de verschraling in het gevangeniswezen ligt de gemiddelde gedetineerde in Nederland tegenwoordig een groot deel van de dag op cel te niksen. In Veenhuizen daarentegen kunnen ze dagelijks twee uur vrijuit beschikken over de rustieke groene binnenplaats.

Maar Veenhuizen is niet alleen de plek waar de beste penitentiaire inrichtingen van Nederland staan, Veenhuizen is ook cultuur. Ga je er een dagje naar toe, bijvoorbeeld naar het museum, dan word je deel van een doorgaande traditie van strafrechttoepassing. Zelf merk ik het niet meer, maar mensen die er voor het eerst komen voelen een zekere beklemming. Dit nóóit, denkt ieder kind. Ik moet geen stommiteit uithalen waarmee ik een ander schade berokken, dan word ik opgesloten. Veenhuizen is grimmig, Veenhuizen is confronterend. Een Veenhuizen mét gevangenissen leeft. Een verzameling lege hulzen is folklore.