Opinie

Schrijver, laat de lezer weer geloven in de werkelijkheid

Literatuur

In een tijd van radicale onenigheid moeten schrijvers de burgers laten lezen wat de waarheid is. Pleidooi van voor een nieuwe literatuur.

‘Wat, ben jij gek? Ben jij gek?” vraagt Falstaff op hoge toon aan prins Hal in Shakespeares Henry IV. „Is de waarheid niet meer waar?” Het leuke is natuurlijk dat hij zelf alles aan elkaar liegt en dat de prins hem als leugenaar te kijk zet. In een tijd als de onze, waarin de werkelijkheid overal onder vuur ligt, lijkt Falstaffs valse opvatting van de waarheid door veel machtige leiders te worden gedeeld.

In de drie landen die mij al mijn hele leven dierbaar zijn – India, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten – worden uit opportunisme leugens geregeld als feiten voorgesteld, terwijl betrouwbaarder informatie als ‘nepnieuws’ wordt weggezet. Maar als de verdedigers van de werkelijkheid een dam proberen op te werpen tegen de stortvloed van desinformatie die ons allen overspoelt, maken ze vaak de fout om te verlangen naar een gouden eeuw waarin de waarheid onomstreden en algemeen aanvaard was, en te stellen dat we naar die gelukzalige eenstemmigheid terug zouden moeten.

In werkelijkheid was de waarheid altijd al een omstreden idee. Toen ik in Cambridge geschiedenis studeerde, leerde ik al jong dat sommige dingen ‘basisfeiten’ oftewel onbetwistbare gebeurtenissen waren – dat in 1066 de Slag bij Hastings plaatsvond of dat op 4 juli 1776 de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring werd geproclameerd. Maar een historisch feit ontstond pas doordat aan een gebeurtenis een bepaalde betekenis werd toegeschreven. Dat Julius Caesar de Rubicon overstak is een historisch feit. Vele anderen zijn ook die rivier overgestoken, maar hun daden zijn niet van belang voor de geschiedenis. Hun oversteek is in die zin geen historisch feit.

Ook verandert een feit vaak van betekenis met het verstrijken van de tijd. Ten tijde van het Britse Empire stond de legeropstand van 1857 bekend als de ‘Indiase muiterij’ en omdat een muiterij rebellie tegen het bevoegd gezag is, kwamen door deze benaming de ‘muitende’ Indiërs – en daarmee de betekenis van dit feit – aan de verkeerde kant terecht. Indiase historici noemen deze gebeurtenis tegenwoordig de ‘Indiase opstand’ en zo wordt het een heel ander soort feit, met een andere betekenis. De geschiedenis is niet in steen gehouwen. Het verleden wordt doorlopend herzien, al naar gelang de opvattingen uit het heden.

Consensus over de werkelijkheid

Maar er steekt wel iets waars in de gedachte dat er in de negentiende eeuw in het Westen een vrij brede consensus over het karakter van de werkelijkheid bestond. De grote schrijvers uit die tijd – Flaubert, George Eliot, Edith Wharton, enzovoort – mochten aannemen dat zij en hun lezers het in grote lijnen eens waren over de aard van de realiteit, en dat vormde de grondslag voor het hoogtij van de realistische roman. Maar die consensus berustte op een aantal uitsluitingen. Het ging om de blanke middenklasse. Het gezichtspunt van bijvoorbeeld gekolonialiseerde volken of etnische minderheden – een gezichtspunt van waaruit de wereld er heel anders uitzag dan de burgerlijke werkelijkheid zoals verbeeld in The Age of Innocence of Middlemarch of Madame Bovary – werd grotendeels uit het verhaal weggewist. Ook het belang van grote publieke zaken bleef vaak onderbelicht. In het hele werk van Jane Austen wordt nauwelijks gewag gemaakt van de Napoleontische oorlogen, in het immense oeuvre van Charles Dickens wordt alleen terloops het bestaan van het Britse rijk erkend.

In de twintigste eeuw bleek onder druk van enorme maatschappelijke veranderingen de negentiende-eeuwse consensus breekbaar te zijn. We zouden kunnen zeggen dat het beeld van de werkelijkheid gaandeweg nep leek. Eerst probeerde een aantal van de grootste literaire kunstenaars de veranderende werkelijkheid nog te boekstaven door de methoden van de realistische roman te gebruiken, zoals Thomas Mann in Buddenbrooks of Junichiro Tanizaki in De gezusters Makioka – maar geleidelijk aan leek de realistische roman steeds problematischer en produceerden schrijvers van Franz Kafka tot Ralph Ellison en Gabriel García Márquez vreemdere, surrealistischer teksten, waarin zij de waarheid vertelden met behulp van een opgelegde ónwaarheid en als het ware bij toverslag een nieuw soort werkelijkheid ontstond.

Onverenigbare verhalen

Ik betoog al een groot deel van mijn schrijversleven dat de verbreking van de oude afspraken omtrent de werkelijkheid inmiddels de belangrijkste werkelijkheid is, en dat de wereld misschien wel het beste te verklaren is als een samenstel van strijdige en vaak onverenigbare verhalen. In Kashmir en in het Midden-Oosten, en in de strijd tussen progressief Amerika en Trumpistan, zien we voorbeelden van dergelijke onverenigbaarheden.

Ook heb ik betoogd dat de gevolgen van deze nieuwe, balsturige, zelfs polemische houding tegenover de werkelijkheid verregaande gevolgen voor de literatuur heeft – die we niet kunnen of mogen negeren. Ik denk dat de invloed van meer en gevarieerder stemmen op het publieke debat een goede zaak is geweest, waardoor onze literatuur is verrijkt en ons begrip van de wereld complexer is geworden.

Zo omvat de Amerikaanse literatuur nu stemmen van overal – Junot Diaz, Yiyun Li, Nam Le, Jhumpa Lahiri, Edwidge Danticat, om er maar een paar te noemen. En een opkomende generatie Afrikaans-Amerikaanse schrijvers van allerlei pluimage – Tracy K. Smith, Ta-Nehisi Coates, Jesmyn Ward – biedt haar eigen veelzijdige werkelijkheid en maakt deze enorm invloedrijk.

Veeldimensionaal

En toch sta ik hier, zoals wij allemaal, voor een waarachtig raadsel. Hoe kunnen we enerzijds stellen dat de hedendaagse werkelijkheid niet anders kan zijn dan veeldimensionaal, versplinterd en gefragmenteerd, en anderzijds betogen dat ze iets heel bijzonders is, een onbetwistbare reeks dingen die zo zijn en die moeten worden verdedigd tegen – laten we het maar eerlijk zeggen – de aanvallen van de dingen die niet zo zijn, en die worden gepropageerd door bijvoorbeeld de regering-Modi in India, het Brexit-volk in Groot-Brittannië en de president van de Verenigde Staten?

Hoe moeten we ons verweren tegen de slechtste kanten van het internet, dat parallelle universum waarin belangrijke informatie en totale flauwekul met schijnbaar hetzelfde gezag naast elkaar bestaan, zodat mensen ze moeilijker dan ooit uit elkaar kunnen houden? Wat moeten we doen als zelfs ‘basisfeiten’, wetenschappelijke feiten, door bewijzen gestaafde feiten over (bijvoorbeeld) klimaatverandering en kindervaccinatie almaar minder publieke acceptatie ontmoeten?

Hoe moeten we ons verweren tegen de politieke demagogie die probeert te doen waar elke potentaat altijd op uit is – om het publieke geloof in bewijzen te ondermijnen en in feite tegen zijn kiezers te zeggen: „Geloof alleen mij, want ik ben de waarheid”? Wat doen we daaraan? En wat zou met name de rol van de kunst kunnen zijn, en de rol van de schrijvers en literatuur in het bijzonder?

Democratie is niet beleefd

Ik wil niet beweren dat ik een volledig antwoord heb. Wel moeten we denk ik erkennen dat in elke samenleving het waarheidsidee altijd het product van een debat is en dat wij beter moeten worden in het winnen van dat debat. Democratie is niet beleefd. Het is vaak een schreeuwpartij op een openbaar plein. We moeten het debat aangaan als we kans willen maken om het te winnen (ik kan maar niet vergeten dat in de VS bij de verkiezingen van november 2016 bijna de helft van alle geregistreerde kiezers niet kwam opdagen, onder wie tal van de jongeren die naderhand hartstochtelijk tegen de uitslag betoogden).

En wat de schrijvers betreft: het is aan ons om het geloof van onze lezers in het debat op grond van feiten te herstellen en te doen waar fictie altijd goed in is geweest: tussen schrijver en lezer een besef te vormen van dat wat echt is. Ik wil niet terug naar de beperkte, exclusieve consensus van de negentiende eeuw. Ik hou wel van de bredere, meer verdeelde kijk op de samenleving die in de hedendaagse literatuur te vinden is.

Maar als we een boek lezen dat ons aanspreekt of zelfs aangrijpt, kunnen we ons vinden in het beeld van het menselijk leven. Ja, zo zijn wij, zeggen we dan, en dit doen wij elkaar aan, dat klopt. Misschien kan de literatuur hierin wel het meest helpen. In deze tijd van radicale onenigheid kunnen wij mensen tot overeenstemming brengen over de waarheden van de grote constante, te weten de aard van de mens. Laten we daarmee beginnen.

In het Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog voelden de schrijvers van de Trümmerliteratur (‘kaalslagliteratuur’) de noodzaak tot een wederopbouw van hun taal, die vergiftigd was door het nazisme, en hun land, dat in puin lag. Ze beseften dat werkelijkheid en waarheid weer van de grond af aan moesten worden opgebouwd, met een nieuwe taal, zoals ook de gebombardeerde steden moesten worden herbouwd.

Ik denk dat we van hun voorbeeld kunnen leren. Eens te meer, zij het om andere redenen, staan we te midden van een kaalgeslagen waarheid. En het is de taak van ons, schrijvers, denkers, journalisten, filosofen, om het geloof van onze lezers in de werkelijkheid en hun vertrouwen in de waarheid te herstellen. En om dit te doen met een nieuwe taal, van de grond af aan.

Vertaling: Rien Verhoef