Recensie

Onder de oppervlakte schuilt de weelde

Prentenboeken Met zijn nieuwe kinderboek Eiland, over een eiland dat een schildpadschild blijkt te zijn, imponeert tekenaar Mark Janssen alwéér. Maar niet alles wat hij aanraakt verandert in goud.

Een man en een meisje lijden schipbreuk op de oceaan en spoelen aan op iets wat een eiland lijkt. Maar dat blijkt het topje van een schild van een schildpad, die onder het wateroppervlak verborgen blijft.

Nee, dat moet ik anders vertellen. Een man en een meisje lijden schipbreuk op de oceaan – in een woest wervelende, vuurrode storm, de beukende, tierende zee is overal, de zeilen rafelen en het schip breekt in tweeën. En spoelen aan op iets wat een eiland lijkt – er doemt, in de peilloze stilte van het weer windloze wateroppervlak, een bultje op, waar ze naar toe zwemmen. Maar dat blijkt het topje van een schild van een schildpad, die onder het wateroppervlak verborgen blijft – een geschubde, gevlekte reuzenschildpad, die zich, soms vervaarlijk en soms vriendelijk, schuilhoudt onder het wateroppervlak, waar het soms volstrekt leeg is, waar bij nacht kwallen rondzweven als felle, heldere bliksemschichten, waar soms weelderige scholen vissen en visjes de schildpad omringen, en waar soms nóg reusachtiger vissen hem hun tanden tonen.

Weergaloze kleurenpracht

Want de weelde zit niet in het verhaal, maar in hoe het verteld wordt. In dit boek dus in de tekeningen – en onder het wateroppervlak, waar wij de schildpad kunnen zien. Nota bene: wij zien hem wél. Tekenaar Mark Janssen (1974) maakt steeds weer imponerende prentenboeken: vorig jaar nog Dino’s bestaan niet, waar de dinosaurussen zich ook al toonden aan de lezers, maar niet aan de poppetjes op de platen.

In het tekstloze Eiland herhaalt hij dat procedé (dat hij ook al gebruikte in Niets gebeurd uit 2016) en overtreft hij zijn vorige kinderboek nog eens, met een weergaloze kleurenpracht. Juist de afwisseling binnen eenzelfde opbouw is de kracht van de prentenboekenmaker Janssen: in feite varieert hij in Eiland telkens op hetzelfde thema, hetzelfde ‘trucje’. Telkens boven water het (letterlijk) kleine verhaal van man en meisje die een huisje bouwen op hun schild-eiland, telkens onder water een groots en meeslepend geheim. Om die herhaling spannend te houden moet Janssen visueel alles uit de kast halen. Felle, diepe, bijna schreeuwende kleuren dus, binnen één illustratie grote contrasten van drukte en leegte, zowel een grote greep als aandacht voor een detail. Zo imponeert hij weer.

Eenhoorn op school

Verandert dan alles wat Janssen aanraakt in goud? Dat niet: zijn eveneens nieuwe Eén eenhoorn, alsjeblieft! toont waar de uiterst productieve Janssens kracht juist niet ligt. Dit prentenboek bevat wel tekst: over Daan die vertelt dat hij een eenhoorn gaat aanschaffen. Voordat het zover is, fantaseert hij er lustig op los: over hoe hij de eenhoorn op school gaat tonen, hoe zijn eenhoorn monsters gaat bedwingen, zeeën zal bezeilen – en zijn vriendjes Mo en Lynn geloven nauwelijks dat de dierenwinkel zo’n beest op voorraad heeft.

Hoewel Janssen grotendeels dezelfde techniek gebruikt – de eenhoorn is een kleurig, weelderig, magisch wezen – werkt de afwisseling van decors en composities juist in zijn nadeel. Veel méér dan een illustratie van het verhaaltje zijn Janssens tekeningen hier niet, de decors slagen er niet in te imponeren en de jolige poppetjes zijn wel érg zoet, en daarom vlak. En dan is Janssen ook nog eens beter met beelden dan met woorden (‘Mo en Lynn rollen over het gras van het lachen’).

Wanneer de tekeningen álles moeten zeggen en wanneer een vaste compositie hem beperkt in zijn vrijheid, wanneer hij zich volledig richt op hóé het verhaal verteld wordt, wordt Mark Janssen pas echt gedwongen om het beste uit zichzelf te halen. Dan komt hij diep.