Recensie

Met Mexicaans heeft dit niets van doen – wat een aanfluiting

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.

Dit wordt geen vrolijk stukje. En dat terwijl de zaak die we bezochten louter vrolijkheid suggereert: bonte kleuren, grote sombrero’s, cactussen, uitbundige Zuid-Amerikaanse muziek en alles wat verder aan Mexico doet denken. Arriba Arriba doet aan Mexico denken, maar is het niet. Het heeft niets authentieks, het eten is niet Mexicaans en het is vooral geschikt voor feesten en partijen waarbij niet op een litertje Margarita meer of minder wordt gekeken. Die is dan ook per pitcher (grote schenkkan) te bestellen.

Arriba Arriba is een concept van IQ Creative, de mensen achter Wolf Atelier, Prinz Wolf, de Supperclub en Happyhappyjoyjoy. Dat laatste succesconcept, waarin verschillende Aziatische keukens samenkomen, bracht de mannen op een idee: een Mexicaanse variant. Maar daar waar in Happyhappyjoyjoy de ziel en zaligheid van Julius Jaspers zat (hij is inmiddels vertrokken bij IQ Creative), ontbreekt het hier aan persoonlijke visie. Jaspers wist tenminste iets van de Aziatische keuken, dit is overduidelijk een tekentafelideetje. Er wordt een versleten cliché geserveerd, een nep-Mexicaan met een opplaksnor die olé, olé roept.

Bij binnenkomst worden we aan een klein tafeltje voorin de gigantische zaak gezet, achter is ingedekt voor een groep die nog moet komen. Al snel zitten we aan een Frozen Margarita (8,50) en een Mexicaans biertje (5,50), althans: blond bier in Amstelveen gebrouwen, maar met „een hint van jalapeño”. Op advies van de bediening bestellen we niet meteen alle gerechten, maar per twee (in totaal zes), het is ook hier shared dining – we eten onze hoed op, zo u wilt onze sombrero, als we weer eens in een nieuwe Amsterdamse zaak komen waar we gewoon ons eigen bord eten krijgen.

Er staat maar één guacamole op de kaart (8,-) en die is ‘verbouwd’ naar Europese normen, dus met granaatappel, appel, zoete ui, ananas en wat verlepte koriander; het ontbreekt aan rode peper en knoflook, wat guacamole nu juist zo lekker maakt. De tortillachips zijn wel goed, gefrituurd en lekker krokant. De minitaco’s met bloedworst, avocado en chimichurri (7,75) zijn flauw. De bloedworst is niet hard gebakken, maar lijkt met die slappe textuur eerder opgepiept en heeft daardoor dat weeïge van bloedworst; het dotje puree van zoete aardappel geeft weinig tegengas. Dan bestellen we een tweede ronde: tamales met kip en groenten (8,25) en tostadas camarones (9,-). De buitenkant van de tamales, een pakketje van gestoomd maïsblad, is lekker, maar er zit nauwelijks vulling in, we ontdekken geen enkel stukje of draadje kip, de verhoudingen zijn compleet zoek. De tostadas, drie krokante mini-tortillas, zijn wel goed: het heeft grote, goed gegrilde garnalen, een pittige doperwtencrème en wat koriander; dit is – behalve de hotsauces op tafel - het enige echt pittige van de avond.

Bij het bijgerecht zakt onze broek definitief af: elote (5,25), maïskolf met chipotle-knoflookboter, grana padano en chiliflakes… het lijken wel reuze-chipitos en ze smaken ook zo. Nu zijn we dol op chipitos (voor niet-kenners: gebakken maïslucht met kaas), maar wel in een plastic zak. Nog twee gerechtjes: een taco shortrib (8,75), best in orde, en een empanada Tijuna (6,75), een pasteitje tonijn die volgens de keuken vers is, volgens ons uit blik.

We spoelen het weg met lauwwarme wijn, de meeste hier zijn Nieuwe Wereldwijnen uit Chili en Argentinië (Carmenère en Malbec, 4,75 en 5,50), stevige dijenkletsers met weinig verfijning.

Inmiddels is het door de komst van een grote groep een kakafonie geworden, hebben de Amerikaanse vrouwen naast ons een maxi-sombrero opgezet voor een selfie en dartelt het meisje in de bediening, een vriendin van de twee, onophoudelijk om hen heen. We kunnen zwaaien wat we willen, de andere gasten in ‘haar wijk’ ook, contact ho maar! Onbegrijpelijk en als we vragen of ze het normaal vindt dat ze haar gasten negeert, riposteert ze met „This is an informal restaurant”. We vragen subiet om de rekening en vertrekken als de snelste muis van Mexico. Wat een aanfluiting!

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om A’dam.