Wat bezielde aanslagplegers in Surabaya om hun kinderen erbij te betrekken?

Aanslagen Indonesië

Bij de terreuraanslagen deze week in Surabaya namen de daders hun kinderen mee. Buurtgenoten en terreurexperts proberen te begrijpen waarom.

Agenten van een antiterreureenheid bij de woning van een van de families die deze week een aanslag pleegden in Surabaya. Juni Kriswanto/AFP

Haar buurvrouw kwam steeds minder buiten. De laatste weken liet ze zelfs haar zoons het plaatsje voor hun huis schoonvegen, vertelt Tri Supriyarti. Ze woont schuin tegenover de vrouw die zichzelf afgelopen week samen met haar twee dochters opblies bij een kerk in Surabaya, de tweede stad van Indonesië. „Ik denk nu, waarom ben ik niet bij haar langs gegaan? Gewoon, een praatje maken. Misschien had het geholpen.”

Grote aanslagen waren al even geleden in Indonesië. Die van deze week hadden een wreed nieuw element: hele gezinnen gingen de dood tegemoet. Drie families waren betrokken, ze kenden elkaar van religieuze bijeenkomsten die ze elke week hielden. Een gezin van zes – ouders, twee zoons en twee dochters – pleegde op zondag zelfmoordaanslagen bij drie verschillende kerken. Diezelfde dag ontplofte voortijdig een bom in een flat. De politie vond nog drie bommen in het appartement.

Op maandag reed een gezin van vijf op twee scooters naar het hoofdkantoor van de politie in Surabaya, om zichzelf daar tot ontploffing te brengen. Alleen het jongste dochtertje (8) overleefde. Opgeteld vielen er dertig doden en nog tientallen mensen raakten gewond. De politie verrichte allerlei arrestaties, verspreid over het land. Indonesië is alert en gespannen. En zoekt intussen naar een antwoord op de vraag: wat bezielt ouders om hun kinderen hierbij te betrekken?

Lees ook: In Indonesië plegen jonge gezinnen aanslagen

Dag des oordeels

Vanuit de woonkamer van Tri Supriyarti kun je het huis van de daders zien liggen. De politie heeft het afgezet en dichtgetimmerd met houten platen. Een gewoon buurtje, hier woont de Indonesische middenklasse. De meeste huizen hebben maar één verdieping. In het midden van de straat loopt een strook groen met bomen. Kinderen spelen op hun fiets in de zon.

Haar buren hielden er een duisterder interpretatie van de islam op na dan zij, dat had Tri Supriyarti wel in de gaten. Ze had het meeste contact met de vrouw des huizes, Puji Kuswati. „Ze hield vaak van die serieuze preken. Dan begon ze over de dag des oordeels en dat die snel zou komen.” Supriyarti moest er weinig van hebben, ze werd er een beetje bang van. „Allah bepaalt dat soort dingen. Ik houd mijn leven en mijn religie liever simpel, ik wil ervan genieten.”

Voorzichtig had haar buurvrouw haar wel eens uitgenodigd voor een pengajian, bijeenkomsten waar moslims verzen uit de Koran reciteren of de Koran bespreken. Dat zag Supriyarti niet zitten, wat moest ze daar? Volgens de politie waren het dit soort ontmoetingen waar de gezinnen samen radicale preken van Islamitische Staat en video’s over de gewelddadige jihad bekeken.

Ik houd mijn leven en mijn religie liever simpel, ik wil ervan genieten

Achteraf bezien, zegt Supriyarti, hield Puji Kuswati zich altijd stil als ze het over aanslagen hadden die op het nieuws waren. „Dan zei ik, oh néé, wat vreselijk, wie doet nou zoiets? Maar zij reageerde dan niet.” Ze begrijpt er niks van dat Kuswati haar kinderen heeft meegenomen bij de aanslag. „Dat je zelf een bom wilt laten ontploffen, oké. Maar laat mij dan de kinderen naar je ouders brengen.”

Het moet „een rationele ouderlijke keuze” zijn geweest, schrijft onderzoekster Haula Noor deze week in een artikel naar aanleiding van de aanslagen in Surabaya. Ze moeten hebben geloofd dat er een beloning op hen wacht in het hiernamaals, dat ze samen in de hemel zullen komen.

Haula Noor doet promotie-onderzoek naar de rol van het gezin in jihadistische families in Indonesië. Al sinds 2014, het jaar waarin Islamitische Staat het kalifaat uitriep in Syrië, gaat in militante gemeenschappen propaganda over het gezinsleven rond. Centrale boodschap is dat de hele familie bij de jihad betrokken moet worden. „En moeders vinden het moeilijk om hun kinderen achter te laten. Ze kunnen er dan niet meer voor zorgen dat de kinderen hun ideologie volgen.” Dus kiezen ze ervoor om samen te gaan.

Dat je zelf een bom wilt laten ontploffen, oké. Maar laat mij dan de kinderen naar je ouders brengen

De gezinnen in Surabaya „laten zien dat het kán en legitiem is om samen amaliyah te plegen”, denkt Haula Noor. Amaliyah is de Arabische term voor terroristische acties, voor ‘strijden op het veld’.

Het is Islamitische Staat gelukt om van de jihad een gezinszaak te maken, constateert ook Sidney Jones, een bekende terreurexpert in Indonesië. „Met een rol voor iedereen.” Vrouwen worden als „leeuwinnen” neergezet en hun kinderen als „welpen”, schreef ze vorig jaar in een onderzoeksverslag.

Jones ziet vooral een steeds grotere rol voor vrouwen in extremistische organisaties in Indonesië. Om allerlei redenen gaan vrouwen zelf geweld gebruiken. Als een vrouw „haar eigen kans op martelaarschap” wil. Of als tactiek, omdat vrouwen nu eenmaal minder snel verdenking oproepen dan mannen.

AP/Fadlan Syam)

Altijd in de moskee

Verdenking? Kanzi Tapy Gani, een buurjongen van de daders, verdacht helemaal niemand. Ook de vader van het gezin niet.

Gani woont met zijn ouders op vier huizen afstand van het dichtgetimmerde huis. Hij vertelt dat zij zich wel eens schaamden omdat ze niet vaak genoeg naar de moskee in de buurt gingen. Vader Dita Oepriarto en zijn zoons gingen altijd keurig vijf keer per dag bidden, zij niet. „Dita is zo’n voorbeeld, zeiden we dan tegen elkaar.” Gani weet zeker dat de vader de laatste jaren niet in Syrië is geweest, zoals de politie kort na de aanslag beweerde. „Hij was altijd in de moskee.”

Aan de kinderen uit het gezin heeft hij nooit iets bijzonders gemerkt, zegt Gani. De jongens voetbalden op straat, de meisjes hadden een fiets. Het enige wat hij kan bedenken dat misschien een beetje vreemd was: dat andere kinderen nooit echt bij hen thuis kwamen. In de buurt is het normaal dat ze bij elkaar naar binnen lopen om te spelen. „Ze waren wat op zichzelf. Maar ja, is dat niet hoe mensen tegenwoordig zijn?”

Ze waren wat op zichzelf. Maar ja, is dat niet hoe mensen tegenwoordig zijn?

Hij denkt dat de kinderen geen eigen aandeel hadden in de aanslagen, ook de al wat oudere jongens niet. De meisjes waren negen en twaalf, de jongens zestien en achttien. „Ze waren naïef en gehoorzaamden gewoon hun ouders”, denkt Gani. „Ze moeten al van jongs af aan geïndoctrineerd zijn. En wie heeft de familie gevraagd dit te doen? Iemand moet de opdracht hebben gegeven.” Vader Dita was een lokale leider van Jamaah Ansharut Daulah, een Indonesisch terreurnetwerk dat zich vereenzelvigt met IS.

Onderzoekster Naula Hoor zegt dat in de families die zij onderzocht, de extremistische ideeën vaak van de ouders op de kinderen overgingen. „Het zit hem in de dagelijkse dingen. Samen over de islam en jihad spreken, samen video’s kijken, samen bidden.” Kinderen vinden dat soort dingen normaal en vertrouwen hun ouders. Ze voelen zich ook vaak verplicht de waarden van hun ouders over te nemen. „En ze imiteren de manier waarop ouders hun trouw aan een ideologie uiten.”

Lieve kleine strijder

Een bekend voorbeeld daarvan is in Indonesië het jongetje Hatf. Zijn vader Syaiful Anam zit een straf van achttien jaar uit voor betrokkenheid bij aanslagen. Hatf wilde graag naar Syrië – dit was in 2015 – en zijn vader vond het goed. Het jongetje kwam door luchtaanvallen om het leven, nog vóór zijn dertiende verjaardag. Syaiful Anam beschreef het uitgebreid in een soort essay dat hij online zette. Zijn lieve kleine mujahid, strijder, was dood, schreef hij. „Ik voelde me gelukkig omdat mijn kind het martelaarschap heeft bereikt.”

Buurjongen Kanzi Tapy Gani gelooft niet in zulk martelaarschap. Zijn buren hadden dat soort gedachten blijkbaar wel, zegt hij, maar in hun buurt spraken ze liever niet over religie. Er wonen ook genoeg christenen in hun straat. Het zou maar ongemakkelijk worden. „Er is de laatste tijd al zoveel spanning over religie in het land.” Islamitische groeperingen proberen hun invloed in Indonesië verder en verder uit te breiden.

Hij denkt dat zijn buren een „misleidende vorm van islam” aanhingen. Het is erg, zegt hij, dat ze het imago van de islam kapot maken. „Van de islam mogen we niet eens moorden, alleen in uitzonderlijke gevallen van oorlog.” Moslims horen ook geen zelfmoord te plegen, zegt Gani, je hoort dankbaar te zijn voor het leven dat je krijgt. Dus of de families van de zelfmoordaanslagen elkaar in de hemel treffen? „Het is niet aan mij om daarover te oordelen. Maar ik denk dat het onmogelijk is. Dit is zo wreed.”

    • Annemarie Kas