Henk had tijd

In 1968 had Henk (24) „weinig geld en veel tijd”. Aan de jaren zestig hield hij wantrouwen over jegens „mensen die iets te hard roepen om meer democratie”. Tekst
Foto: privébezit

Gepensioneerd universitair hoofddocent micrometeorologie Henk de Bruin (24) reed zomer 1968 met zijn vrouw Netty (23) op de fietsstang over de Amsterdamse Keizersgracht.

„Ik had destijds een Joegoslavische penvriendin. Haar vriend was op bezoek en leende de fiets van Netty. Wij waren twee jaar getrouwd, kenden elkaar al uit onze jeugd in Amsterdam, de Pretoriusstraat. Ik had mijn kandidaats natuurkunde en zou een jaar later mijn doctoraal behalen. We hadden weinig geld, maar veel tijd. Naast studeren componeerde ik mijn eigen muziek: een levenslange behoefte. Op mijn 16e was mijn moeder na een jarenlang ziekbed overleden. Mijn vader hertrouwde. Muziek sleepte mij door deze tijd. Komend uit de jaren vijftig voelden wij als pubers sterk de veranderingen. Het ging Nederland elk jaar beter. Grofweg is dat zo gebleven tot aan mijn pensioen. Dat geluk heeft mijn generatie. Natuurlijk gingen alle veranderingen geleidelijk, maar de pil en de provo-beweging waren cruciaal. Zaken van voor het zogenaamde revolutiejaar ’68. Nederland liep internationaal voorop.

Als student was ik links georiënteerd. Ik interviewde hoogleraren voor het faculteitsblad Beta; kritisch natuurlijk. Ook streed ik voor democratisering op universiteiten: stemmen van studenten, kantine-medewerkers en hoogleraren moesten gelijkwaardig zijn. In mei ’69 leidde dit proces tot de Maagdenhuisbezetting. Een klein groepje studentenleiders had het voor het zeggen. Zij pakten dat slim aan. Er waren ellenlange vergaderingen, waarin allemaal kul-voorstellen werden gedaan. Daar werd dan lang over gediscussieerd en aan het einde werd een belangrijk voorstel gedaan. Moe-vergaderd stemde iedereen in. Ik heb er wantrouwen aan overgehouden jegens iedereen die iets te hard roept om meer democratie. Die kritische houding is een gevolg van de jaren zestig. Het leven werd vrijer, je voelde bijna letterlijk de verzuiling om je heen wegvallen. Maar mijn inschatting is dat het zogenaamde revolutiejaar ’68 daarvoor in Nederland niet zo belangrijk is geweest.”