Help, er zijn geen technici meer!

Techniekonderwijs Amsterdam kampt met een schreeuwend tekort aan technici, en dat wordt nog veel erger. Gemeente en bedrijven sloegen de handen ineen. „Nu begint alles op zijn plaats te vallen.”

Oefenlokaal voor technisch praktijkonderwijs op het Montessori College Oost in Amsterdam. Foto's Daniel Niessen

‘Het is in onze branche een crime om mensen te vinden.” Rolf Selling van motorwinkel Motorport windt er geen doekjes om. Auto-, brom- of fietsmonteur nodig? Veel geluk. Wil je met de tram? Het Gemeentevervoersbedrijf Amsterdam (GVB) staat voor een grote uitdaging: de komende tien jaar gaat een flink deel van de technici met pensioen. De instroom is te laag om dat op te vangen, zegt personeelschef Peter Buisman. „Iedereen vist in dezelfde vijver, en de vis wordt steeds schaarser.”

Met de aantrekkende economie groeit de vraag naar medewerkers in allerlei technische sectoren – mensen die tijdens de recessie juist massaal overbodig werden. Op het dieptepunt van de crisis zakte ook het aantal studenten aan de technische opleidingen van het ROC Amsterdam in, het regionaal opleidingencentrum waaronder de middelbare beroepsopleidingen vallen.

De afgelopen jaren zette herstel in – meisjes kiezen zelfs steeds vaker voor de techniek, berichtte het Centraal Bureau voor Statistiek in april – maar lang niet alle sectoren hebben zich al hersteld. „Vooral de bouw heeft een enorme tik opgelopen”, zegt directeur Florus Roelofsen van MBO Colleges Westpoort en Noord, onderdeel van het ROC Amsterdam. Veel zelfstandigen (zzp’ers) raakten zonder werk. „Die moeten nu eerst weer instromen.”

Amsterdam zag de bui een paar jaar geleden al hangen. Analoog aan het landelijke Techniekpact tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs kwam er een lokaal Masterplan Techniek. Samen met scholen en technische bedrijven ging de gemeente zich inzetten om de kwaliteit van het technisch middelbaar beroepsonderwijs te verbeteren, en de animo daarvoor. Jongeren moesten weer enthousiast worden voor een technische opleiding.

Tegelijkertijd besloot een aantal technische bedrijven de arbeidsmarkt eens kritisch te bekijken. Wat zich daar aan personeel aanbood, was niet bepaald wat ze zochten. Henny van Nieuwkerk, directeur van een groot autobedrijf in de stad en betrokken bij dit initiatief: „Er was zes jaar geleden een hoop onvrede bij dealers. Leerlingen ‘automobiliteit’ voldeden niet aan de vraag.”

Het ROC moest zich meer richten naar het bedrijfsleven, vond Van Nieuwkerk. De gemeente werd gespreksleider tussen de twee partijen. Zo kwamen onderwijs en bedrijfsleven tot oprichting van de organisatie NexTechnician, en een evenknie voor de installatiebranche: de Vakschool Technische Installatie (VTI). Beide vervullen nu een centrale rol in het Masterplan dat jonge mensen de techniek in helpt, via gastlessen op de basisschool tot begeleiding van werkloze afgestudeerden naar een technisch vak.

„Met die elektrische auto’s verandert je passie voor auto’s wel een beetje.” Scholier Sacha Kaposi (15), bekeek met NexTechnician of autotechniek iets voor haar zou zijn.

Imago verbeteren

Antonio Navarrete, directeur van installatiebedrijf Homij en een drijvende kracht achter de VTI, vond oprichting van die vakschool een goed idee. „Toen de markt slechter werd, dachten we: als we nu aandacht geven aan de instroom, hebben we straks weer mensen als het druk is.” Maar gemakkelijk was het niet. Ouders hielden hun kinderen van techniekonderwijs af. „Het zou niet uitdagend genoeg zijn.”

Navarrete ziet nu als belangrijke taak het imago van de technische sector te verbeteren. „Dat doen we op allerlei manieren, van gastlessen op school tot vmbo-leerlingen bij onze projecten betrekken.”

Vmbo-scholier Okan Uyar (17) loopt stage bij BMW Amsterdam en volgt op het Montessori College Oost een ‘doorlopende leerlijn’. Die moet hem uiteindelijk naar een succesvolle afronding van het mbo leiden. Vanuit NexTechnician krijgt hij bijles: over remblokken en banden wisselen, maar ook hoe je een auto elektronisch uitleest. „Best wel leerzaam, vooral over waar de auto-industrie naartoe gaat, alleen af en toe begrijp ik het nog niet”, zegt hij. Hij wil een BBL-opleiding Autotechniek gaan doen aan het MBO College Westpoort, een lesvorm waarbij hij een deel van de week bij een techniekbedrijf werkt. Het samenwerkingsverband NexTechnician regelde een leerwerkplek voor hem, zegt Uyar. Die is nodig om aan de opleiding op het ROC te beginnen.

Vmbo-leerling Sacha Kaposi (15) nam deel aan een project over de veiligheid van zelfsturende auto’s door NexTechnician, om te onderzoeken of het iets voor haar was. „Superleuk om mee te doen”, zegt ze. „Ik hou van auto’s.” Ze bezocht met een team scholieren verschillende garages. „Je krijgt wat mee over wat garages willen in de toekomst.” Dat was voor Kaposi overigens wel een schok: „Je hoort plotseling dat elektrische auto’s er sneller aankomen dan je denkt”, zegt ze. „Dan verandert je passie voor auto’s wel een beetje.” Na gesprekken met haar ouders besloot ze dat ze toch niet de autotechniek in wilde. „Een goede vriend van me wil het wel. Ondanks dat ook hij wat teleurgesteld is: hij wou altijd met motoren gaan werken en ziet de toekomst met elektrische auto’s minder zitten.”

Dat blijft een groot probleem bij het enthousiasmeren van de leerlingen: wat de toekomstige mbo’er van het technisch vak verwacht, strookt vaak niet met de realiteit. Van Nieuwkerk: „Tegenwoordig moeten we telefoons en GPS in de auto installeren. Er zijn al auto’s die zelf bellen met de hulpservice als er iets kapot gaat. Maar de jongelui op school hadden daar nog nooit van gehoord.” Hij zou graag zien dat mbo-leerlingen meer interesse tonen voor doorleren. „Er zijn nu al jongeren die verder willen, die volgen branchetrainingen van importeurs. Maar mbo-leerlingen zijn vaak allang blij dat ze klaar zijn met de opleiding.”

Technische bedrijven hebben al jaren klachten over afgestudeerde mbo’ers. Over leerlingen die niet genoeg afweten van veranderende spuittechnieken in de bouw, maar ook over de afgestudeerde kracht die zo weinig van de basistechniek afwist dat hij uitgelegd moest krijgen hoe een klauwhamer werkt.

„Dat soort opmerkingen vind ik flauw, gebrek aan basiskennis is een uitzondering”, zegt Westpoort-directeur Roelofsen. Toch neemt hij de klachten serieus. „Het is moeilijk om dat als opleiding niet te doen, als de klachten uit het bedrijfsleven komen.” Daarom heeft hij nu regelmatig overleg met de bedrijven. „De problemen variëren per branche. Voor mobiliteit – autotechniek, fietstechniek, enzovoorts – gaat het om de kwaliteit van de afgestudeerden, bij installatietechniek is het meer een kwestie van kwantiteit”, zegt hij. „We hebben afspraken gemaakt met de bedrijven over een intensievere samenwerking. We laten docenten vaker stage lopen. Op de lange termijn zou ik graag ‘hybride’ docenten zien, docenten die standaard een deel van de week bij een bedrijf werken.”

Okan Uyar (17), vmbo-scholier. NexTechnician regelde een leerwerkplek voor hem bij BMW. „Best wel leerzaam, vooral over waar de auto-industrie naartoe gaat.”

Oefenen op ’echte’ werkplek

Kunnen oefenen op een ‘echte’ werkplek helpt leerlingen enorm om de juiste vaardigheden op te doen als ze straks gaan werken, is de breed gedeelde mening. Maar het ROC heeft niet altijd alle apparatuur in huis om praktisch les te geven. Met de installatiebranche zijn daarom afspraken gemaakt om beter gebruik te maken van de daar aanwezige werkruimte. „Zij hebben genoeg infrastructuur. Er zijn diverse werkplaatsen in de stad die niet optimaal benut worden, daar mogen we gebruik van maken.”

De mobiliteitsbedrijven (verkoop en onderhoud van auto’s, motoren, trucks, fietsen, et cetera) kunnen dit soort opleidingsruimte veel minder bieden, zegt Roelofsen. Daarom wordt volgend schooljaar in samenwerking met NexTechnician een nieuwe locatie geopend in Amsterdam-West voor verschillende opleidingen in de mobiliteitstechniek.

Navarrete van Homij bezoekt soms middelbare scholen, vertelt hij. „Dan willen de leerlingen weten wat we verdienen”, zegt hij grinnikend. „Wat voor auto ik rij.” Hij maakt zich zorgen. De bedoeling is dat Amsterdam in 2050 volledig energieneutraal wordt – en in 2020 al alle nieuwbouw – maar de installatiebranche heeft daar niet genoeg handjes voor, zegt hij. „Als we de deadlines willen halen, moeten we ook zij-instromers hebben.”

Daar wordt hard aan gewerkt, zegt Michael Mica, eigenaar van een scooterbedrijf. „Als je vroeger een zij-instromer wilde hebben, moest je maar in een bak mensen graaien. Nu wordt er door NexTechnician al een voorselectie gemaakt.”

Het vinden van nieuwe medewerkers die geschoold zijn voor fiets- en motorreparaties, dat is inmiddels vrijwel onmogelijk, zegt hij. Maar in andere branches, bij wasmachines bijvoorbeeld, is er juist veel jong personeel. Die moeten alleen omgeschoold worden.

Mica heeft een zij-instromer, Martin, in leerstage. Hiervoor zat Martin drie jaar thuis op de bank: hij kon geen baan krijgen na zijn studie in de ICT („Modems aansluiten en zo”). Nu doet hij praktijkervaring op bij het bedrijf en leert drie dagen in de week over fietstechniek op de Tweewieleracademy Amsterdam. Mica ziet het als een verantwoordelijkheid: „We moeten dit soort mensen een kans geven. Ze raken thuis anders in een sociaal isolement.”

Het aantal bedrijven dat betrokken is bij de samenwerkingsverbanden loopt gestaag op: een maand geleden voegden zich weer drie bedrijven bij VTI, waaronder het AMC (Academisch Medisch Centrum). VTI beslaat inmiddels zo’n vijftig bedrijven. NexTechnician telt er meer dan honderd. „Maar nog te veel bedrijven houden zich afzijdig”, zegt NexTechnician-directeur Jacques Neefs.

Het GVB onderhoudt contact met het mobiliteits-samenwerkingsverband maar kampt met eigen ‘uitdagingen’, zegt personeelschef Peter Buisman. Bepaalde kennis bij het bedrijf dreigt verloren te gaan, en dat vereist volgens hem een andere aanpak. „Je ziet dat de studenten die nu afstuderen heel goed kunnen omgaan met onze nieuwe, moderne voertuigen. Maar trams kunnen 25 tot 50 jaar meegaan, het merendeel van wat wij op stal hebben is nog ouderwets mechanisch.” Dat betekent dat nieuwe krachten naast moderne digitale technieken ook ‘ouderwets’ mechanisch onderhoud moeten kunnen doen. Maar die combinatie is zeldzaam, volgens het GVB.

Het GVB doet zijn eigen onderhoud – daar heeft het zeshonderd man voor. Mensen vinden die met de oude en de nieuwe techniek kunnen omgaan is lastig, zegt Buisman. Ze zien hun probleem als net iets anders dan dat van de bedrijven achter het Masterplan. „Ons probleem is heel urgent: veel gespecialiseerde mensen gaan de komende tijd met pensioen.”

Gemeente was kathalysator

De eerste jaren van het Masterplan is de aansluiting tussen mbo en hbo al verbeterd, net als het techniekonderwijs op de basisschool, zegt een woordvoerder van de gemeente Amsterdam. Inmiddels zijn 25 middelbare scholen, drie mbo’s en twee hbo’s betrokken bij het Masterplan.

Op andere vlakken heeft het wat langer geduurd: over het effect van de initiatieven op de instroom vanuit het beroepsonderwijs durft het bedrijfsleven nog niks te zeggen. Het is daar te vroeg voor, aldus Neefs: hoewel het Masterplan al langer bestaat, is het samenwerkingsverband met het bedrijfsleven pas twee jaar actief. „Rechtstreeks het contact zoeken met de scholen ging niet in het begin, je spreekt elkaars taal niet”, zegt NexTechnician-directeur Neefs. „De eerste jaren hebben niet de versnelling gebracht die ik wilde zien. De gemeente Amsterdam is een katalysator geweest. Nu begint qua samenwerking alles op zijn plaats te vallen.”

Het is belangrijk dat bedrijven nu investeren in de toekomst, zegt Neefs. „Te veel leven nog in het hier en nu. We kunnen niet brandjes blijven blussen en maar mensen uit het buitenland blijven halen.”

Correctie, 21-05-2018: De voornaam van Sacha Kaposi was in de oorspronkelijke versie van dit artikel verkeerd gespeld. Dat is gecorrigeerd.