Hoe word je als adhd’er gelukkig op je werk?

ADHD op de werkvloer Vergeetachtig, slordig, bang om fouten te maken – het zijn allemaal symptomen van adhd en add. Maar hoe ga je daarmee om op de werkvloer?

Illustratie Enkeling

Iedereen heeft er wel eens last van – een beetje vergeetachtig, ongeconcentreerd, rusteloos of afgeleid door bijzaken. Maar bij mensen met adhd zijn die klachten zo structureel dat ze op hun werk geregeld in de problemen komen. Hoeveel Nederlanders adhd hebben is moeilijk te zeggen, omdat er geen landelijke cijfers van het aantal diagnoses zijn. Onderzoeksinstituut Trimbos maakte in 2010 de laatste schatting: 1 tot 2,5 procent van de volwassen bevolking – rond de 275.000 mensen.

Voor die adhd’ers kunnen goedbedoelde adviezen (‘moet je niet gewoon beter plannen?’) soms behoorlijk frustreren. Want dat is waar de adhd’er zich onderscheidt van de collega die ook wel eens chaotisch is: problemen ontstaan niet door een slechte planning of een te hoge werkdruk, maar door een gedragsstoornis, waar geen kant-en-klare oplossing voor is.

‘Je hebt meer structuur nodig. Ga je wel op tijd naar bed?’

De meeste mensen kennen adhd als een kinderziekte. Toch is eenderde van de mensen die ritalin of andere adhd-medicatie krijgt voorgeschreven ouder dan 25 jaar, blijkt uit cijfers van bijwerkingencentrum Lareb. Mensen met de gedragsstoornis adhd hebben in verschillende mate last van aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. De diagnose stellen psychologen aan de hand van een standaard vragenlijst.

Onder aandachtsproblemen vallen onder andere een slechte concentratie, of juist een hele strikte focus op één ding (de hyperfocus), terwijl al het andere ondertussen aan je voorbij gaat. Impulsief gedrag kan bestaan uit het nemen van ondoordachte beslissingen, of iemand constant onderbreken. Met name de hyperactiviteit uit zich bij kinderen en volwassenen heel anders. Kinderen gaan rennen of springen, volwassenen hebben beter geleerd hoe ze zich op een sociaal wenselijke manier gedragen. Die zie je niet zo snel een rondje rond de printer rennen. Maar een vergelijkbaar gevoel van rusteloosheid kan er wel voor zorgen dat iemand elke vijf minuten opstaat om koffie te halen.

Bij de gedragsstoornis add is de hyperactieve component, het meest bekende kenmerk van adhd, niet aanwezig. Wetenschappers gebruiken het begrip adhd desondanks als een overkoepelende term om beide varianten aan te duiden.

‘Als je die sleutels nou op een vaste plek legt, dan raak je ze niet meer kwijt’

De ideale baan voor iemand met adhd bestaat niet – simpelweg omdat de adhd’er niet bestaat. Cathelijne Wildervanck is directeur van ADHD & Werk en begeleidt volwassenen met (onder andere) adhd.

Ze omschrijft adhd als een gedragsstoornis die afhankelijk van de omgeving problemen op kan leveren. „In een hutje in het bos is het niet erg dat jij je administratie niet bij kunt houden.” Maar voor een zelfstandige zonder personeel kan een slordige administratie rampzalig uitpakken.

Bovendien heeft iemands levensloop grote invloed op de manier waarop volwassen adhd’ers zich gedragen. Volgens Wildervanck begint dat al in de kindertijd: kinderen met adhd vertonen onwenselijk gedrag – ze zijn druk, slordig, of zitten te dagdromen. Dat levert negatieve reacties op van ouders of leraren. „Waarom zit je niet stil? Waarom ben je wéér je sleutels kwijt? Let nou toch eens op!”

De oplossing ligt in protocollen: kinderen moeten leren zich volgens een stappenplan te gedragen, al bij zoiets simpels als het handen wassen. Maar ondertussen voelen die stappen onlogisch voor een kind met adhd, gevoelsmatig wil het iets anders doen. Dat ouders en leraren zo reageren vindt Wildervanck niet gek, maar het zorgt er wel voor dat kinderen met adhd opgroeien tot volwassenen die zich constant afvragen: „Doe ik het wel goed?”

Illustratie Enkeling

‘Maak anders een schema met hoofd- en bijzaken. Heb je dat geprobeerd?’

De zeventigjarige Jan Willem Lignac werkte 19 jaar lang als beleidsmedewerker op het gebied van personeel en organisatie bij de gemeente Rijswijk. Tot hij op zijn 53ste een burn-out kreeg en gelijktijdig de diagnose adhd werd gesteld. Lignac heeft een doctoraal in organisatiesociologie, haalde goede cijfers.

Maar hij deed wel ruim negen jaar over die studie. Zelf omschrijft hij het als „levensangst”: bang om fouten te maken. Hij kon oneindig lang doorgaan met studeren of een onderzoek op poten zetten, voordat hij een tentamen durfde te maken of iets in durfde te leveren. Tijdens zijn werk bij de gemeente leverde hij rapporten steevast te laat in. Hij ging zo op in zijn onderzoek dat hij totaal uit het oog verloor wanneer iets genoeg was. „Dan moest ik toch nog ‘even’ iets uitzoeken.” Hij slaat met zijn hand op tafel. „Even bestaat niet!”

Nu organiseert Lignac eens per maand een adhd-café in Amersfoort. Lignac heeft dat fenomeen niet zelf bedacht, maar werd benaderd vanwege zijn achtergrond in de organisatiewetenschap. Aanvankelijk had hij er niet zo’n behoefte aan, praten over adhd, maar hij wilde best meedenken. Alleen om de organisatoren te helpen met het café opzetten. En nog even mee op pad een locatie zoeken, even de eerste bijeenkomst helpen organiseren. De andere organisatoren haakten al snel af, Lignac runt het café nu ruim vijf jaar.

‘Mijn broertje is precies zoals jij. Die maakt nu elke dag een to do-lijst.’

De 34-jarige Sam Schrevel promoveerde twee jaar geleden op de behandeling van volwassenen met adhd. Zijn interesse voor het onderwerp kwam niet uit de lucht vallen: Schrevel heeft zelf adhd. Zijn belangrijkste conclusie is dat therapie goed kan helpen om in kaart te brengen waar bepaald gedrag vandaan komt. Maar de adhd’er moet uiteindelijk zelf zijn of haar werkwijze ontwikkelen. Daarmee wil hij zeggen: iemand kan in therapie gaan om bepaald gedrag af te leren en nieuw gedrag aan te leren, maar zolang dat niet vanuit jezelf komt, kost het veel te veel energie zulk gedrag vol te houden. Die energie kan iemand beter investeren in iets waar hij of zij wél goed in is, vindt Schrevel.

„Ik kan bijvoorbeeld niet plannen”, zegt hij. „Ja, ik kan heus wel een planning maken met allemaal verschillende kleuren, maar in de praktijk houd ik me er toch niet aan.” Gelukkig kan Schrevel wel heel goed improviseren, en daarmee lost hij een hoop op. Voor de (belangrijke) dagelijkse beslommeringen plakt hij elke ochtend een post-it op zijn pinpas, met daarop de dingen die hij die dag niet mag vergeten. „Dan haal ik ’s ochtends koffie, en word ik er weer aan herinnerd. Dat klinkt misschien stom, maar voor mij werkt het.”

‘In mijn studentijd gebruikte ik weleens zo’n pilletje. Wil je dat niet?’

Voor menig student zijn het een soort wonderpilletjes: ritalin, concerta of een andere variant van methylfenidaat. Ineens kun je urenlang doorstuderen, zonder constant afgeleid te worden. Ideaal, toch? Maar de volwassenen die Wildervanck behandelt bepalen zelf of ze wel of geen medicatie gebruiken. „Het kan nuttig zijn, om een bepaald patroon te doorbreken, wat meer zelfvertrouwen te kweken.” Methylfenidaat helpt bijvoorbeeld bij het vasthouden van aandacht en structureren van gedachten.

Zoiets kan helpen bij een gevoel dat veel adhd’ers hebben: alsof een doorzichtige muur ze tegenhoudt. Ze zien wat ze willen, het lijkt ook binnen handbereik, maar waarom lukt het dan toch niet? Zo had ict-specialist Jeroen van Tol altijd moeite met het accepteren van zijn grenzen. Hij is 47 en weet sinds een jaar dat hij add heeft. „Ik moest altijd kunnen wat een ander ook kon. Naar de universiteit, leidinggeven, de politiek in.” Ondertussen raakte zijn hoofd overvol en sloot hij zich zodra hij thuiskwam voor alles en iedereen af.

Nu gebruiken 57.000 mensen boven de 25 jaar medicatie. Maar op de lange termijn zou Wildervanck het liefst zien dat mensen stoppen met de medicatie. Ze somt mogelijke bijwerkingen op: verlies van eetlust of misselijkheid, depressiviteit. En daarbij is het ook belangrijk dat adhd’ers zélf een manier vinden om goed te functioneren. Van Tol: „Als iemand mijn werkkamer binnenloopt om iets te vragen, duurt het lang voordat ik me weer kan concentreren. Ik heb nu elke dag twee spreekuren ingesteld.”

Mensen met ADHD krijgen nu vaak Ritalin. Nu is er een ander middel met succes getest in een kleine studie.

‘Waar een wil is, is een weg. Misschien moet je iets zoeken dat beter bij je past’

Adhd’ers zijn notoire jobhoppers, zegt Wildervanck. „Ze voelen dat er iets niet goed zit, dus denken ze: ik heb de verkeerde baan, en ook de verkeerde partner.” Door impulsiviteit hebben ze vaak de neiging het roer radicaal om te gooien. Zo heeft de 53-jarige Harm de Vries, wel „honderd” verschillende banen gehad. In de machinekamer van een schip, vaak maanden op zee. Maar ook ploegendiensten, in een glasfabriek. Nu werkt hij als zzp’er, hij installeert „alles van metaal”, van trappen tot automatische deuren.

Wat hij leuk vond, ging hem altijd goed af. Tot de rest kon hij zich moeilijk zetten. Misgelopen kansen maken hem soms „best verdrietig”, want ook op zijn werk liep hij vaak op zijn tenen. „Je ziet anderen dingen met gemak doen en denkt alleen maar: waarom kan ik dat niet op die manier?” Het is een veel gehoorde klacht van adhd’ers. De Vries heeft zichzelf nu bepaalde routines aan kunnen leren, waarmee hij zijn werk beter doet. Als freelancer heeft hij bovendien meer vrijheid om klussen op zijn eigen tempo te doen.

‘Je moet het zelf weten, maar…’

Hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk is er geen gouden formule voor iemand met adhd. Er is geen gebruiksaanwijzing: hoe word je als adhd’er gelukkig op je werk? Op een vast moment je mail beantwoorden, een haakje bij de deur om je sleutel aan op te hangen – volgens Wildervanck hebben zulke opgelegde trucjes geen zin, omdat ze de oorzaak van het probleem niet aanpakken. Het belangrijkste medicijn is volgens haar – hoe cliché dat ook klinkt – zelfvertrouwen. Geloven dat jouw methode óók goed is, ook al doen jouw collega’s het anders.

    • Simoon Hermus