Bob Boverman was een coach voor het leven

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Bob Boverman (1944-2018) kon best hard lopen, maar werd veel succesvoller als hardlooptrainer.

Bastiaan Heus

Voor het laatst was hij op zijn lievelingsplek, de atletiekbaan van de Amsterdamse Atletiek Combinatie. Zijn kist stond op het tartan. De honderden die afgelopen woensdag naar de afscheidsdienst waren gekomen, zaten op de tribune. Voordat de kist naar het crematorium vertrok, reden dierbaren hem nog één keer de atletiekbaan rond.

Als hardloper behoorde Bob Boverman tot de subtop van Nederland op de 800 meter. Als hardlooptrainer boekte hij nationale en internationale successen en was hij een voorbeeld voor een hele generatie hardlooptrainers. „Lopen is vallen naar de horizon”, zei hij altijd. Hij overleed 7 mei op 73-jarige leeftijd aan een hartstilstand.

„Eind jaren zeventig werd hardlopen steeds populairder”, zegt Jos Hermens (68), voormalig topatleet en sportmanager van atleten als Eliud Kipchoge en Kenenisa Bekele. „Boverman was toen een pionier die mensen vanuit de Atletiekunie motiveerde en de weg wees.” Hij las alles wat er over hardlopen verscheen en probeerde steeds nieuwe dingen uit. Hermens: „Als bondstrainer hield hij op Papendal geen geijkte trainingen, maar zorgde voor afwisseling en nieuwe prikkels.” Voormalig Nederlands kampioen René Godlieb (51): „Lang voor het gewoon was om met hartslagmeters te lopen, kwam hij daarmee aanzetten. Die waren toen twee keer zo groot als nu. Liepen we met zo’n verschrikkelijk ding om onze pols. Dan zei hij: ‘Dat is de toekomst, jongens’.”

Lopen is vallen naar de horizon

De Facebookpagina ‘De Bende van Boverman’ heeft 215 leden – voornamelijk oud-atleten. Uit wat zij schrijven blijkt dat hij voor velen niet alleen een trainer was, maar ook een mentor, voorbeeld, tweede vader. Oud-Nederlands kampioen René Godlieb: „Toen ik twee weken geleden mijn arm had had gebroken, belde ik Bob. Hij zei altijd: ‘Ik ben je coach voor het leven’. Hij zei dat ik magnesium moest slikken en calcium. Hij zorgde goed voor anderen, maar minder goed voor zichzelf.”

Bob (Ludgerus Hermanus) Boverman, geboren op 4 november 1944, trainde als kind bij de atletiekvereniging in Bussum. Hij volgde in Overveen de CIOS-opleiding tot sportdocent en ging uiteindelijk aan de slag als hardlooptrainer. Hij trouwde twee keer, de tweede keer met voormalig Pools midden- en lange afstandskampioen Ewa Szydlowska. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij een dochter (nu 45); uit zijn tweede een zoon (19) en een dochter (11). Tot ver na zijn pensioen bleef hij loopscholingen verzorgen.

Bob Boverman maakt met een fluitje de weg vrij voor marathonloper Gerard Nijboer in 1980. Foto Conno du Fossé

Hij pronkte niet met zijn resultaten. Waar de erelijst van andere toptrainers keurig op hun Wiki-pagina staat, is over Boverman geen overzichtelijk lijstje te vinden. „Hij dacht niet aan zichzelf”, zegt trainer Frans Thuijs (63). „Hij deed het niet voor het geld, maar voor de lol, de mensen, zijn idealen.”

Thuijs, die 22 was toen hij bij Boverman ging trainen, coachte onder anderen Ellen van Langen naar Olympisch goud in 1992. „Op mijn 27e kwam ik op een dag de baan op en zei hij: ‘Ik heb iets voor je geregeld. Zoals ik nu de heren train, ga jij vanaf volgende week de dames trainen’. Ik dacht niet: had je dat niet even kunnen overleggen. Als Bob een piano in zijn achterbak had gehad, was ik concertpianist geworden. Ik deed vol vertrouwen wat hij zei. Bob heeft me laten zien hoe je kunt denken als trainer.”

Nog altijd traint hij volgens Bovermans filosofie, zegt hij. „Die is: alles is persoonlijk, je moet het vóór alles leuk maken en je moet heel divers en niet te rekenkundig trainen. En ook: een atleet moet op tijd in vorm zijn; een trainer moet altijd in vorm zijn.”

Reunie van de Bende van Boverman op sportpark Ookmeer in Amsterdam. Hardopers die getraind hebben bij Bob Boverman kwamen samen in de kantine van AAC. Bastiaan Heus

Voormalig atleet Hans Koeleman (61) was zeventien toen hij bij Boverman begon. „Hij heeft me gevormd. Hij gaf niet alleen goede trainingen, maar wist ook te inspireren.” Op zijn werkkamer thuis duwde Boverman hem een stapel boeken in handen, over loopgoeroes als Arthur Lydiard en topatleten als Emil Zátopek. „Hij zei: ‘Als je hardloper wilt worden, moet je die verhalen kennen’.” Boverman leerde hem ook dat je compromisloos moet zijn als je wilt excelleren. „En dat het resultaat belangrijker is dan het proces.”

Hans Koeleman plaatste zich onder begeleiding van Boverman op de 3.000 meter steeplechase voor de Olympische Spelen van 1984 en 1988. In 1978 coachte Boverman Marja Wokke naar een wereldrecord op de halve marathon. In 1977, 1980, 1989 en 1996 was hij bondscoach, trainingscoördinator en bondscoördinator bij de Nederlandse Atletiekunie. Als bondscoach begeleidde hij Gerard Nijboer bij een aanval op het nationaal record op de marathon in 1980 in Amsterdam. Boverman fietste de hele marathon lang voor hem uit, hard op een fluitje blazend om iedereen die in de weg stond te verjagen. Nijboer liep 2.09.01, een Europees record.

Boverman werd niet rijk van zijn successen. Voor zijn begrafenis had hij niets geregeld. Doordat een aantal oud-pupillen een geslaagde crowdfunding hield, kon toch een mooie uitvaart betaald worden.

Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl.
    • Esther Wittenberg