De twee gezichten van Loek Winter: zorghervormer en vastgoedbaas

Zorgondernemer Loek Winter staat bekend als opkoper én opknapper van noodlijdende zorginstellingen. Maar daarnaast is hij vastgoedondernemer en huurbaas. En in die rol maakt hij niet overal vrienden.

Foto Elmer van der Marel/Beeldbewerking NRC

Zorgondernemer en opkoper van zorgbedrijven Loek Winter is een man met twee gezichten. Aan de ene kant is de voormalig radioloog de rebel, de onorthodoxe ondernemer, de redder in nood – die schijnbaar achteloos noodlijdende ziekenhuizen, omgevallen ggz-instellingen en privéklinieken koopt, oplapt en toevoegt aan zijn indrukwekkende kluwen van zorgbedrijven.

Er is een andere kant die Loek Winter minder graag etaleert: die van de vastgoedondernemer die speelt met de verschillende petten die hij bij zijn zorgbedrijven draagt en die in de zorg geld verdient met gebouwen. Toch laat hij de afgelopen weken vooral zijn vastgoedgezicht zien, blijkt uit onderzoek van NRC en Het Parool.

Zijn gedrag als huurbaas roept weerstand op. Het gaat om de manier waarop hij, met drie zakenpartners, de gebouwen van de voormalige antroposofische instelling Zonnehuizen in handen heeft gekregen. En het gaat om zijn sloop- en bouwplannen met de Jan van Goyenkliniek in Amsterdam, waar de eigenaar van de kliniek – het OLVG – niets van afweet.

Het is voor Winter, die graag zelf alle touwtjes in handen heeft, volstrekt normaal dat hij zich met alle aspecten van de bedrijfsvoering van zijn zorgbedrijven bemoeit. In die zin heeft hij nooit problemen gehad met dubbele petten. Nieuw is dat er reuring ontstaat over zijn vastgoedstrategie – bij cliënten, omwonenden en zakenpartners.

Gebouwen als verdienmodel

En dat knelt. Winter maakt er geen geheim van dat hij als ondernemer geld wil verdienen in de zorg, een sector die sterk gereguleerd is. Hoge salarissen, zeker voor medisch specialisten, zijn in de zorg geaccepteerd, dure software en medicijnen zijn de norm, maar ondernemers die een zorgbedrijf runnen mogen zichzelf geen dividend of winst laten uitkeren.

Geld verdienen in de zorg is volgens Winter niet makkelijk. „Ik weet ook niet hoe ik dat moet doen”, zegt hij in een telefonische toelichting. „Op de zorg wordt niet verdiend, vastgoed is het verdienmodel.” En dat is moeilijk genoeg, want hij zegt slechts 10 tot 20 procent van de panden die hij gebruikt in bezit te hebben.

Winter is niet een ondernemer zoals Jos de Blok, zegt hij zelf. De Blok is succesvol als oprichter van Buurtzorg, dat op een kleinschalige wijze thuiszorg en wijkverpleging biedt. „Jos is een idealistische ondernemer die al multimiljonair had kunnen zijn, een soort Ghandi. Zo’n type ben ik niet.” Maar Loek Winter is ook geen private-equityinvesteerder, zo zegt hij. Geen sprinkhaan die alleen maar uit is op snel rendement. „Ik zit daar tussenin.” Winter wil de zorg op lange termijn beter maken en er ook aan verdienen.

Om toch vermogen op te bouwen in de zorg, heeft Winter een andere manier uitgestippeld: via het vastgoed. „Altijd wel tegen marktconforme tarieven”, benadrukt hij. Juist het vastgoed is bron van onrust. In Amsterdam-Zuid zijn bewoners not amused over Medisch Centrum Jan van Goyen, een dochter van het OLVG. Niet over de geboden zorg, maar over de plannen van de kliniek in misschien wel het chicste deel van Amsterdam-Zuid.

Aan de Van Goyenkade staan vier kapitale panden die in 1921 door Philip Arne Warns zijn ontworpen. De twee-onder-een-kapvilla’s zijn drie hoog. Maar een paar weken geleden publiceerde de gemeente Amsterdam de aanvraag „voor het bouwen van een nieuw gebouw bestaande uit acht bouwlagen, op het na sloop vrijgekomen terrein van het gebouw Jan van Goyenkade 1”. Geschrokken bewoners namen direct een advocaat in de arm.

Sloop? Weten wij niks van

Eigenaar OLVG blijkt geen verhuisplannen te hebben. „Sloop? Daar weten wij niets van, wij zijn ook wel benieuwd wat de plannen zijn”, laat een woordvoerder weten. Het gaat hier om plannen van de eigenaar van het vastgoed: Loek Winter en zijn broer. Winter legt desgevraagd uit dat zijn panden daar 14 meter hoog zijn, terwijl het bestemmingsplan 22 meter toestaat. De welstandscommissie, zegt hij, heeft ook al goedgekeurd dat het pand aanmerkelijk hoger wordt dan de huidige 14 meter. „En als de welstandscommissie akkoord is, is het een gepasseerd station om over die hoogte te klagen.”

Maar dat van die sloop is loos alarm, bezweert hij. Er bestaan geen sloopplannen. „Geen nieuws.” Dat het in de aanvraag zo wordt genoemd, is een formaliteit. Volgens Winter is zijn plan niet meer financieel haalbaar omdat de gemeente een deel van de plannen afwijst. „Dus die plannen met de Jan van Goyenkade gaan niet door. Dat is sowieso van de baan.”

Hoe kon het ziekenhuis OLVG van niets weten? Winter: „Het OLVG gaat hier niet over. Ze zijn eigenaar, maar niet de exploitant, dat is Medisch Centrum Jan Van Goyen. Die zijn van alles op de hoogte. Als ik iedereen moet informeren, kan ik wel zes mensen extra aannemen.”

Het is geen toeval dat Winter de panden van de Van Goyenkliniek bezit. Hij was er van 2007 tot 2012 bestuurder. In die tijd verwierf hij privé het belangrijkste vastgoed dat de kliniek huurde: op de Van Goyenkade, aan de naburige Emmastraat en dat van de toenmalige vestiging op de Weteringschans. Hoe maakte hij destijds als huurder afspraken met de verhuurder – met zichzelf dus?

Volgens Winter ging het anders. Ja, formeel werd hij pas eigenaar toen hij bestuurder was, maar informeel – bij zijn aantreden als bestuurder – was al afgesproken dat hij die panden zou kopen. Van de huurovereenkomsten is getoetst of ze fair waren en hij heeft die destijds niet zelf afgesloten. Dus hij had geen belangenconflict, zegt Winter.

Zo’n zelfde discussie leidde tot een onderzoek naar wanbeleid bij een andere zorginstelling van Winter. De antroposofische instelling DeSeizoenen, een woon- en werkgemeenschap waar circa vijfhonderd mensen met een handicap wonen, raakte in opspraak door de manier waarop Winter het vastgoed privé verwierf.

Dat ging zo. De zorginstelling werd in 2012 door Winter en zakenpartners gered. De instelling, waarvan Winter en zakenpartners eigenaar zijn, verkocht het vastgoed een paar jaar later aan de aandeelhouders als privépersoon.

De koopprijs was 18 miljoen. Formeel betaalden de aandeelhouders zelf gezamenlijk slechts 100 euro. 18 miljoen euro werd van de bank geleend en de zorginstelling zelf verstrekte een achtergestelde lening van 3,25 miljoen euro en nog een lening van 1 miljoen euro aan het apart gezette facilitair bedrijf.

De cliëntenraad verzette zich jarenlang tegen deze gang van zaken. Panden die ooit uit een schenking of vanuit gemeenschapsgeld bij de antroposofische instelling terecht kwamen, zijn volgens familieleden van bewoners voor een schijntje naar de aandeelhouders gegaan. Het geld dat de zorginstelling aan de bv van Winter cum suis leent, zit jarenlang vast en is niet beschikbaar voor zorg. Dat is niet in het belang van de bewoners, zegt de cliëntenraad.

De familieleden stapten uiteindelijk naar de rechter. De lasten en risico’s landen bij de zorginstelling, de lusten bij de privé-aandeelhouders, was de klacht bij de Ondernemingskamer, de afdeling van het hof gespecialiseerd in conflicten in organisaties. De rechter beaamde dat onderdeel en oordeelde dat er „gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DeSeizoenen”.

Lees ook: Hof gelast onderzoek bij zorgbedrijven Loek Winter

Een soort kasteel voor de directie

Winter vindt het argument dat hij slechts 100 euro risico loopt voor 18 miljoen euro aan vastgoed flauw. „Alsof ik helemaal geen risico neem. Ik ben in 2012 bij de doorstart van Zonnehuizen in een instelling gestapt die 1 miljoen euro per maand verlies leed. Met 2.300 arbeidsovereenkomsten en 200 gebouwen. De directie had geen zicht op de omvang van de schulden. Mijn adviseurs zeiden dat ik idioot was als ik erin zou stappen. Een instelling met een winstklem erop [het verbod om winst uit te keren, red.]. Advocaten zeiden: Loek, doe het niet.”

Winter trof in Zeist in 2011 een soort kasteel aan voor de voormalige hoofddirectie en panden voor gehandicapten met veel achterstallig onderhoud. „Ik keek naar al die antroposofische medewerkers. Ik zag al die bewoners. Ik liep met tranen in mijn ogen over het terrein.”

De vraag was wat er met het vastgoed ging gebeuren. Winter: „Toen vroeg ik: wie doet er mee? Er gingen nul vingers omhoog. Niemand gaf thuis. Wij hebben enorm onze nek uitgestoken en de problemen opgelost.”

Winter kocht het vastgoed pas in 2016, nadat de crisis op de vastgoedmarkt achter de rug was en de banken er „jaren mee hadden geleurd”.

Was er dan helemaal niemand anders geïnteresseerd om dit vastgoed te kopen of financieel te participeren? Jazeker wel. Vastgoedondernemer Wim Boers meldde zich bij de gehandicapteninstelling. Hij had geduld nodig. Het duurde meer dan een jaar voordat hij uiteindelijk een afspraak had met de aandeelhouders. Toen was het vastgoed al lang en breed verkocht. „Dat was geen serieus gesprek”, zegt Boers. „Ik had het gevoel dat het gesprek vooral ten behoeve van de cliëntenraad was. Want de boodschap van Winter was helder: we hebben u niet nodig.”

De cliëntenraad van De Seizoenen maakte jarenlang intern ruzie met de directie over de verdeling van risico’s en leningen. Winter is daar nu vrij soepel over. „Als die achtergestelde lening zo’n probleem is voor de cliëntenraad, ga ik regelen dat die lening er vanaf gaat. Als men dat wil, vind ik het prima.” En over de lening die de zorginstelling tegen onduidelijke voorwaarden verstrekte aan het facilitair bedrijf van de aandeelhouders, zegt hij: „Dat was onhandig. Die lening is teruggedraaid.”

De cliëntenraad is blij dat de rechter de zaak serieus nam, blijkt uit interne correspondentie. Maar de leden waren vóór die uitspraak ook wat geschrokken van de strijd. Zij schreven op 6 maart aan ‘ouders, broers, zussen en verwanten’: „Wij betreuren het dat de directie, aandeelhouders en raad van commissarissen met een overmacht aan zeven advocaten, drie snel geproduceerde rapporten (...) en een persbericht (...) zó krachtig verweer voeren tegen een onafhankelijk onderzoek.”

Reageren? onderzoek@nrc.nl
    • Merijn Rengers
    • Jeroen Wester