De minister van verwarring

Ferdinand Grapperhaus

Als nieuwkomer krijgt hij veel krediet. Maar minister Grapperhaus moet nu echt stoppen met stuntelen, vinden ze in de Kamer.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Kan de minister misschien wat luider praten? Een Kamerbode moest Ferdinand Grapperhaus, tijdens een debat vorige maand, vragen zijn stem te verheffen. Ondanks een microfoon was de minister van Justitie en Veiligheid amper te verstaan, hij mompelde zich door zijn antwoorden heen. Grapperhaus keek op van zijn papieren, knikte, en verhoogde zijn stemvolume. Ambtenaren trokken een stalen gezicht, Tweede Kamerleden keken ongemakkelijk de andere kant uit.

De scène is typerend voor het aarzelende optreden van Grapperhaus, die deze week onder vuur kwam vanwege uitlatingen bij talkshow Pauw. Daar suggereerde hij dat Nederlandse kinderen van jihadisten in Irak en Syrië het best teruggehaald kunnen worden naar Nederland – terwijl het kabinetsbeleid juist is dat Nederland níemand terughaalt. Zowel premier Rutte als Grapperhaus’ eigen ministerie voelden zich geroepen de woorden te weerspreken.

Ook zei de minister dat Noord-Korea achter een cyberaanval op de Rotterdamse haven zat, terwijl inlichtingendiensten aannemen dat het Russische hackers waren. De Tweede Kamer reageerde geïrriteerd: waarom had Grapperhaus zich hierover zo uitgesproken?

Geen sterk optreden, gaven ze in Grapperhaus’ naaste omgeving meteen toe. Zelf zei Grapperhaus vrijdag dat hij „iets te veel” zijn „emotionele respect getoond” had over de kalifaatkinderen – „eenmalig”, wat hem betrof.

Toch is dit niet de eerste keer dat hij verwarring zaait. In maart kwam Grapperhaus ook al in de problemen toen hij in de Tweede Kamer zei de uitingsvrijheid van de salafistische imam Fawaz Jneid niet te willen inperken. Een paar minuten later zei hij voor draaiende tv-camera’s precies het tegenovergestelde. Binnenkort moet hij zich in de Kamer verantwoorden voor die uitlatingen – die volgens hemzelf niet met elkaar in tegenspraak waren.

Toegankelijke man

Ruim een half jaar is oud-topadvocaat Grapperhaus nu minister. Bij zijn aantreden waren de reacties enthousiast: interessante man, verrassende keuze. Het CDA durfde een publieke intellectueel naar voren te schuiven, die in boeken, columns en tweets al jaren zijn ongezouten mening gaf over politiek en samenleving. Bovendien kende Grapperhaus na ruim dertig jaar advocatuur de Nederlandse rechtsstaat van a tot z.

Zijn krediet in de Tweede Kamer is nog altijd groot. Iedereen vindt hem een leuke, toegankelijke man, en als nieuwkomer in de politiek wordt hem tijd gegund te wennen aan Den Haag. „Maar hij moet zich bewust zijn dat als de minister van Justitie reflecteert op het mogelijk inperken van de vrije meningsuiting, dat andere consequenties heeft dan wanneer een advocaat op de Zuidas dat doet”, zegt GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg, die vaak met Grapperhaus debatteert.

Lees ook ons eerdere interview met Ferdinand Grapperhaus: ‘De overheid moet een soort Lucky Luke zijn’

Ook in de coalitie beginnen ze zich lichtelijk zorgen te maken. Is er onderhand geen sprake van een patroon in publicitaire uitglijders? Kamerleden uit de coalitie noemen zijn optreden in de Kamer op z’n best „wisselend”, of merken op dat „advocaat en politicus twee verschillende banen blijken te zijn”.

Opvallend genoeg wil geen enkel Kamerlid van de coalitie Grapperhaus openlijk verdedigen. Bij D66 wijzen ze naar hun eigen minister Sigrid Kaag (Hulp en Handel), naast Grapperhaus het enige andere kabinetslid zonder politieke ervaring. Die zou wél soepel opereren in het parlement en de media.

Er lijken, zeggen Kamerleden die veel met hem debatteren, twee Grapperhausen te zijn. Er is de intellectueel Grapperhaus, die je buiten de Kamer ziet, voor televisiecamera’s, in gesprek met journalisten. Dat is een man die graag vrijuit denkt en spreekt over politiek, de rechtsstaat, de grenzen van het (on)mogelijke. Die verwijst naar Voltaire, Bijbelverzen citeert en filmscripts.

En er is de minister Grapperhaus. Die staat in de Tweede Kamer achter een spreekgestoelte, spreekt langzaam en voorzichtig, grabbelt tussen stapels papieren naar door zijn ambtenaren geschreven antwoorden. „Hij probeert zelfverzekerd over te komen”, zegt SP’er Michiel van Nispen, „maar hij mist inhoudelijke diepte in zijn antwoorden.”

Grapperhaus moet, zeggen Kamerleden, rolvaster worden. „Hij moet rust, feitenkennis en betrouwbaarheid uitstralen”, zegt Buitenweg van GroenLinks. „Soms kan je als minister van Justitie niks zeggen. Dat is niet leuk, maar levert op langere termijn wel standing op.”

Een ander probleem voor Grapperhaus, zeggen betrokkenen, is de hoeveelheid werk. Ambtenaren en politici valt het op dat Grapperhaus moeilijk kan doseren: hij mengt zich ook in discussies waar hij niet per se iets mee hoeft. In de coalitie zien ze dat Grapperhaus graag álles wil doen. Liggen er tien dossiers op zijn bureau, dan wil hij ze allemaal lezen.

Geweld in de onderwereld

Wat niet helpt, is dat Grapperhaus als politieke novice de leiding heeft over een extreem lastig ministerie. Met ruim 100.000 ambtenaren en talloze uitvoeringsorganisaties is Justitie en Veiligheid het grootste departement van Den Haag. De Nationale Politie functioneert al jaren niet naar behoren en kampt met te weinig dienders, de ‘bonnetjesaffaire’ van oud-bewindslieden Opstelten en Teeven legde een ambtelijke cultuur bloot die beeldvorming boven rechtstatelijkheid stelt.

Justitie en Veiligheid is bovendien een ‘incidentenministerie’: kwesties die veiligheid en de rechtsstaat raken, zijn per definitie politiek gevoelig. Onschuldige slachtoffers door geweld in de onderwereld, ict-problemen bij de politie, een gemiste tip over een mogelijke terrorist – alles komt bij Grapperhaus terecht.

Bij veel dossiers moest Grapperhaus praktisch bij nul beginnen. Want al is hij naar eigen zeggen „als kind in een ketel met rechtstatelijkheid gevallen”, de rechtsstaat vormt nou juist níet de kern van zijn portefeuille. Zijn takenpakket gaat vooral over veiligheid: politie, OM, terrorismebestrijding, drugsbeleid, cybersecurity.

Op het departement moet Grapperhaus een tweede minister naast zich dulden. VVD’er Sander Dekker (Rechtsbescherming) had bij zijn aantreden weliswaar weinig kennis van zijn beleidsterrein, maar leerde als staatssecretaris in Rutte II wel de finesses van het Haagse spel. Tweede Kamerleden valt het op dat Dekker soms aanschuift bij debatten die in principe binnen Grapperhaus’ portefeuille vallen.

Voor de zomer staan Grapperhaus nog minstens drie belangrijke debatten te wachten. Twee daarvan gaan voor een deel over zijn eigen functioneren: over imam Fawaz Jneid en over de kalifaatkinderen. Ook debatteert de Kamer nog over het steekincident in Den Haag op Bevrijdingsdag – wat wisten de veiligheidsdiensten over de dader? Na de zomer volgt nog een groot debat over de Nationale Politie en de rol van de minister van J&V in die organisatie.

Grapperhaus’ krediet is zeker nog niet op, maar in de Kamer heerst wel het gevoel dat het niet veel vaker mis moet gaan. SP’er Van Nispen vergelijkt Grapperhaus met Ard van der Steur, de minister die begin 2017 moest aftreden vanwege de bonnetjesaffaire. „Een leuke, joviale man. Hij zei ook vaak wat hij dacht, maar wat niet klopte.”