Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De coalitieborrel, een boze Rutte, en gênante toestanden bij de oppositie

Deze week: wanprestaties in de oppositie.

Ofwel: gênante ruzies, bijzaken en trivialiteiten, juist nu tegengeluid zo kansrijk is.

Het blijft een wonderlijk aspect van onze politieke cultuur. Als het kabinet één misstap maakt is het land te klein, als de oppositie maar wat doet (ja, dat leest u goed) kraait er geen haan naar.

Laten we de hoogtepunten uit het oppositiejournaal van afgelopen week even doornemen.

Zeven van de acht partijbestuursleden van 50Plus stapten maandag op. Enkele weken eerder had zelfs een heus handgemeen plaats op een ledenvergadering van 50Plus in Deventer.

De Kamerleden Kuzu en Öztürk (Denk) doen het als parlementariër even rustiger aan omdat ze in het land aan de uitbouw van hun partij werken. Je eerst laten kiezen als volksvertegenwoordiger, en dan zeggen: maar de partij is belangrijker.

Baudet (Forum voor Democratie) was uitvoerig in het nieuws met zijn nieuwe roman, Van elk waarheen bevrijd. Het partijkartel bestrijden met fictie.

Wilders (PVV) verlengde de behandeling van het hoger beroep inzake zijn ‘minder minder’-uitspraken met een geslaagde wrakingsprocedure tegen drie Haagse raadsheren. Hopen op hogere peilingen met verlengd slachtofferschap.

En Van Raak (SP) riep dinsdag in de Kamer zomaar dat het ‘een nepparlement [begint] te worden’. Een versleten woord uit het Wilders-repertoire gebracht door de partij-intellectueel, tevens lid – jazeker – van het presidium van de Kamer.

Zo hielden vijf (!) van de negen oppositiepartijen zich met van alles en nog wat bezig – behalve verzet tegen het kabinet.

Dus: eerst de Tweede Kamer bij de verkiezingen hopeloos versplinteren, en zich vervolgens verliezen in gênante ruzies, kletskoek of bijzaken.

De partijen die precies zeggen te weten wat ze niet willen, weten blijkbaar niet wat ze zelf willen.

En dit alles in een week waarin het kabinet volop ruimte voor krachtig tegengeluid bood.

Begin deze week sprak ik een oud-informateur, en hij zei: stel je eens voor dat het land getroffen zou worden door een crisis, een échte crisis – hebben we dan politici en instituties die daar tegen opgewassen zijn?

Hij was er niet optimistisch over.

Zo passeerde dinsdag in de nationale vergaderzaal dat de Kamer in oktober 2011 een motie aannam waarin ze aandrong op een rol bij de benoeming van de vicepresident van de Raad van State.

De motie teruggebracht tot de waarde van een tweet: de volgende dag was iedereen alles weer vergeten

Die motie, vorige week op deze pagina nog genoemd, was interessant gezien de aangekondigde sollicitaties van Dijsselbloem (PvdA) en De Graaf (D66) voor de opvolging van Donner als vicepresident, en dan vooral door de besloten procedure die Rutte III daarvoor hanteert.

Maar wat bleek: het toenmalige kabinet had een half jaar later geantwoord dat het de Kameruitspraak niet uitvoerde, en daarna had geen parlementariër er nog een vinger naar uitgestoken.

De motie teruggebracht tot de waarde van een tweet: de volgende dag was iedereen alles weer vergeten.

Nu kon ik nog begrijpen dat de oppositie boos was dat de coalitie deze week geen debat over de komende benoeming toestond, maar die mogelijkheid komt vast nog wel.

Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) doet daar alles aan: zij is kennelijk niet bereid tot een simpele aanpassing van de procedure, waarmee ze zou voorkomen dat zij en haar secretaris-generaal, beiden D66-lid, sollicitatiegesprekken voeren en zij daarna Thom de Graaf (ook D66) voordraagt bij de ministerraad.

Lees ook: De Haagse banencarrousel draait en het Binnenhof bepaalt, of toch niet?

Handig lijkt me dit niet. En als ze een onafhankelijke commissie zou benoemen die de kandidaten kwalitatief rangschikt, dan ontdoet ze zich vooraf van kritiek van partijdigheid die nu als een donderwolk boven de benoeming hangt.

Een andere ondoorgrondelijke kwestie is de Klimaatwet, in potentie een zeer grote zaak.

Die wet, ooit ingediend door Klaver (GroenLinks) met toen nog Samsom (PvdA), legt wettelijk vast dat Nederland de Parijse klimaatnormen nakomt, alsmede het tempo waarin dit gebeurt en de voorwaarden waaronder.

Als je dat doet, leg je alle kabinetten tot en met 2030 de wettelijke verplichting op die normen, dat tempo en die voorwaarden na te komen. Vergelijk het met de Europese begrotingsnormen.

En heel Den Haag weet: minister Wiebes en Klaver (GroenLinks) hebben al geruime tijd principeovereenstemming hierover. Maar daarna is een enorm overlegcircuit in de Kamer opgetuigd, bestaande uit zeven fracties (de coalitie, GroenLinks, SP en PvdA).

Je hoort zeer wisselende geluiden over de voortgang. Anders gezegd: de enorme kans die Wiebes de oppositie heeft geboden, blijft door deze opzet gevaarlijk lang liggen.

Oók geen blijk van hoge kwaliteit. Dus ja: die oud-informateur had een punt.

Dan was er deze week de kwestie rond minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid). Ze noemen hem ‘Ferd’ in de coalitie, en bijna allemaal zeggen ze: geschikte kerel.

Maar nadat hij dinsdag in Pauw de indruk wekte dat het kabinet toch wil proberen kalifaatkinderen terug te halen, was het gedaan met de gezelligheid: Grapperhaus kreeg te maken met een woedende Rutte.

Een betrokkene zei: het galmde in de hele coalitie na. Een ander beaamde: als je Rutte-woede uitdrukt in een schaal van één tot en met tien, was dit een acht.

Er speelt van alles rond deze CDA’er. Zijn portefeuille is groot en loodzwaar, en het kost hem moeite het beslissingentempo van zijn voorgangers te volgen. De scepsis onder ambtenaren is ernaar.

Er komt bij dat hij afspraken met coalitiepartners soms vergeet omdat zijn inzicht verandert, een intellectualisme dat in de politiek ongeliefd is.

Ook bij Buma, zijn partijleider, die houdt van heldere afspraken en berekenbaarheid.

Er volgen de komende weken gevoelige debatten, en een van de lastige aspecten voor bewindslieden is dat deze coalitie een zeer onzekere omgeving is.

Coalitiefracties streven autonomie tegenover het kabinet na: het effect is dat iemand als Grapperhaus, zoals je deze week zag, zich niet vanzelf beschermd weet.

En een slimme oppositie speelt daar vast op in – maar tussen al die ruzies, rechtszaken en boeken zag ik dáár deze week weinig van.

Rutte III had dinsdagmiddag, tussen half zes en zeven, zijn tweede coalitieborrel, in grand café Millers op het Haagse Plein. De vorige, op 12 december, was door de VVD georganiseerd, en laat ik het zo zeggen: door de lage opkomst en het vlakke praatje van Klaas Dijkhoff kwam de coalitie toen niet echt nader tot elkaar.

Dinsdag had D66 de organisatie, de zon scheen, en Pechtold had de lachers op zijn hand met een serie dubbelzinnige toespelingen.

Diezelfde dag waren nieuwe cijfers naar buiten gekomen over de voorspoedige stand van het land. Het soort cijfers dat op sociale media standaard in twijfel wordt getrokken volgens het verdienmodel van nieuw rechts: het is commercieel correct om politiek incorrect te zijn.

Zodoende verstomt het oppositionele geluid nooit, en dat heeft waarde, want kabinetten worden er niet beter van als iedereen alleen maar tevreden is.

Maar het omgekeerde is nog meer waar.

Want wie alle onspectaculaire maar gestage besluitvorming van Rutte III (gas, Groningen, Voorjaarsnota, gisteren kolencentrales) legt naast de zeer matige prestaties van een flink deel van de oppositie, dan kan je eigenlijk maar één ding concluderen.

Erg knap dat die oppositiepartijen daar gewoon mee wegkomen.

Correctie (19 mei 2018): In een eerdere versie van deze column was de achternaam van Klaas Dijkhoff foutief geschreven als Dijkhof. Dat is hierboven hersteld.

    • Tom-Jan Meeus