Alsof de luitenant niet veroordeeld mocht worden

Incident in Irak Schoot de Nederlandse luitenant de Irakees dood? Het onderzoek in Irak was een chaos. Al veertien jaar zoekt Jalouds vader recht.

Nederlandse militairen in Irak in 2004. De afgebeelde militairen zijn niet bij de zaak-Jaloud betrokken. Foto Yoichi Watanabe

De lampen van Dawoud Kathims zwarte Mercedes verlichten een lange, donkere weg. Kathim rijdt hard, de route naar de Iraakse stad Karbala is niet altijd veilig. Zijn vriend Azhar Jaloud (29) zit naast hem. Plotseling knalt de auto tegen iets aan. Kathim kan het stuur maar net houden. Tak-tak-tak, klinkt het. De achterruit versplintert. Jalouds kleding kleurt rood. Ik ga dood, zegt hij.

Deze donderdag, ruim 14 jaar later, probeert de Haagse rechtbank te achterhalen wat er op 21 april 2004 gebeurde nadat Kathim op een ton bij een checkpoint was gebotst. Er is geschoten. Maar stierf Jaloud door kogels van een Nederlandse militair? En was schieten gerechtvaardigd?

Vier rechtszaken

In zijn zoektocht naar antwoorden klaagde Jalouds vader met advocaat Liesbeth Zegveld de Nederlandse Staat aan. Doordat er van alles misging in het onderzoek naar het incident, heeft hij na vier rechtszaken nog steeds geen duidelijkheid.

Wel heeft nader onderzoek van het Openbaar Ministerie er inmiddels toe geleid dat de officier van justitie die indertijd het dossier samenstelde op het matje is geroepen. En dat komt niet vaak voor. Het Haagse gerechtshof behandelde woensdag achter gesloten deuren de aanklacht die Zegveld tegen hem deed wegens meineed en dossiermanipulatie.

Dat dossier vertoonde namelijk flinke hiaten. Zeker is dat een Nederlandse luitenant 28 maal op Kathims auto heeft geschoten. De militair verklaarde tegenover de marechaussee dat iemand vanuit die auto op hem had gevuurd. Maar wapens werden niet gevonden. De verklaringen van tien Iraakse militairen die bij het incident waren, bleven buiten het dossier. Zij ontkenden te hebben geschoten. Het aantal kogels in hun geweren, op vijf na, klopte met hun verklaringen. Het autopsierapport in het dossier was slecht gekopieerd en onleesbaar. Onderzoek naar kogelresten ontbrak.

De officier van justitie nam de conclusie van de marechaussee over dat zowel de Nederlandse luitenant als de Irakezen op de Mercedes hadden geschoten. Dat beweerden de Nederlandse militairen namelijk. En volgens het onderzoeksrapport had de auto kogelgaten van „meer dan 6 millimeter”, breder dan de Nederlandse munitie. Foto’s met meetlat ontbraken echter, net als gegevens over de inslaghoek; kleine kogels die onder een hoek doel treffen, maken gaten die groter zijn dan hun kaliber. Ook hadden de Nederlandse militairen, tegen het protocol, onderling overleg voor zij verhoord werden.

Gezichtsverlies

Dat het Openbaar Ministerie medio 2004 besloot de luitenant niet te vervolgen, hangt volgens rechtssocioloog Friederycke Haijer samen met eerder gezichtsverlies, in de zaak-Eric O. Deze Nederlandse marinier schoot eind 2003 een Iraakse burger dood, en werd als verdachte naar Nederland gebracht. Daar bleek al snel dat er onvoldoende bewijs was. Justitie kreeg van politiek en publiek de wind van voren: het OM was onnodig een militair afgevallen, wist niets van het moeilijke werk van het leger. Bij al die ophef, zegt Haijer, zou het te riskant zijn geweest opnieuw een militair publiekelijk in diskrediet te brengen.

Maar Jalouds vader en Zegveld accepteerden het sepot niet. Ze stapten naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. En daar doken in 2012 de verklaringen op van de Irakezen die zeggen niet te hebben geschoten. Het hof oordeelde niet mals: Nederland heeft grove steken laten vallen bij het onderzoek en moet Jalouds vader 25.000 euro schade vergoeden.

Leesbaar autopsierapport

En nu blijkt deze donderdag dat het OM tóch beschikt over een leesbaar autopsierapport. Hierin staat volgens advocaat Zegveld dat alle ernstige wonden aan de linkerkant van Jalouds lichaam zitten; de kant waarvan de luitenant schoot.

„Het is bizar hoe er telkens nieuwe dossierstukken komen bovendrijven waarvan mij al die tijd werd gezegd dat ze niet bestonden”, zegt Zegveld. „Alles in deze zaak wijst erop dat het OM vanaf het begin de schuld voor het schietincident in de schoenen van de Irakezen heeft willen schuiven.”