Almere is ineens trots op zijn voetbalclub, City FC

Play-offs Almere City FC maakt zondag kans op promotie naar de eredivisie. Het zou voor het eerst zijn. Het zou de identiteit van de groeistad in één klap versterken. „Wij moeten de jeugd aanspreken, de geboren en getogen Almeerders.”

Supporters van Almere City FC genoten afgelopen donderdag van het eerste promotieduel tegen De Graafschap. Zondag is de return in Doetinchem om een plek in de eredivisie. Foto's Robin Utrecht

Altijd veel talent in zijn benen, maar nooit zijn dromen waargemaakt. Daarom is hij voetbalnomade gebleven, steeds op zoek naar een club en speelminuten. Hij heeft daardoor heel wat van de wereld gezien. Dertien clubs in België, Duitsland, Engeland. En ook nog op verderop, in de Verenigde Staten, bij Chicago Fire. Deze week kan Sherjill MacDonalds weer even dromen, aan de Competitieweg in Almere-Stad. De plaatselijke ‘City FC’ kan geschiedenis schrijven door te promoveren naar de eredivisie.

Historie in de Flevopolder? „Het is allemaal heel nieuw”, filosofeert de Amsterdammer van origine. „We maken onze historie eigenlijk nu pas.” MacDonalds, guitige blik onder het ongeschoren, geblondeerde kroontje van zijn kapsel, weet niet hoe lang hij geschiedenis zal maken bij Almere City FC. Zestien keer gespeeld dit seizoen, maar hij had ook blessures. Zijn contract loopt af en hij is inmiddels 33 jaar. „Wat er gebeurt als we de eredivisie halen, moet je met de mensen van boven bespreken”, zegt de aanvaller. Het stadionnetje is deze dinsdag zonder zorgen, in de voorjaarszon blinken de rode kuipstoeltjes rondom het smetteloze groen op het kunstgras. Buiten gedijt het geordende loof van de groeistad.

Foto Robin Utrecht
Foto Robin Utrecht
Foto Robin Utrecht
Foto Robin Utrecht
Foto Robin Utrecht

Het is twee dagen voor de eerste finalewedstrijd, thuis, tegen De Graafschap. Het team geniet nog even na van zijn stunt: de uitschakeling van eredivisieclub Roda JC, die nu naar de Jupiler League is gedegradeerd. Trainer Jack de Gier wil zich nog niet met de eredivisie bezighouden. „Je wil een finale winnen. Van een schooltoernooi of in de beker. Het gaat om winnen, de rest komt maandag.”

Dan weet Almere City FC of promotie ten koste van De Graafschap een feit is. Voor de eredivisie is het stadion, met een capaciteit van krap 3.000 toeschouwers, veel te klein. Een „fietsenstalling” zeggen de cultuurdragers van de club. Voor de tweede keer achter elkaar is het stadion uitverkocht. ‘Echt!’ voegt een mededeling op de kassa eraan toe.

Latente supporters

„De wedstrijd tegen De Graafschap bewijst dat er veel latente supporters in Almere en omstreken zijn”, zegt algemeen directeur John Bes. De club, met een begroting van bijna 4 miljoen euro, wil stapje voor stapje werken aan „een heldere stip aan de horizon”.

Eredivisievoetbal in een stadion met, op termijn, 5.000 bezette stoelen, een groeiende businessclub en een maatschappelijk programma van formaat. De club is bezig met een vijfjarenplan met veertien doelstellingen, waarvan er twee direct met het eerste elftal hebben te maken. Bes: „Structureel beter worden, zonder met geld te smijten.” Almere City wil „organisch” groeien. Om een daad te stellen, vervangt het als eerste profclub het kunstgras weer door een natuurlijke grasmat.

Jong, eigenwijs en ambitieus, dat wil de club zijn. Aan geschiedenis kan Almere City zijn identiteit niet ontlenen, zoals bijvoorbeeld tegenstander De Graafschap. Lokale trots of regionaal chauvinisme is er niet in het gewonnen land. Prille club, nieuwe stad, gemaakt landschap. „Dat gebrek aan historie vind ik een enorm voordeel. Wij kunnen ons eigen DNA creëren”, zegt Bes in de businessruimte van het Yanmar-stadion.

Betaald voetbal mocht eigenlijk niet ontbreken in die meerkernige stad, vond het gemeentebestuur in de jaren negentig. Almere barstte van de grootstedelijke ambities. Naast experimentele uitbreidingsplannen moet topsport van Almere, met ruim 200.000 inwoners, een echte grote stad maken.

Lokale trots of regionaal chauvinisme is er niet in het gewonnen land. Prille club, nieuwe stad, gemaakt landschap

Dat betaalde voetbal kwam er in 2005, met dank aan een hoofdstedelijke hoofdklasser. De Zwarte Schapen had geld, maar nog slechts een paar elftallen, en werd naar Almere gelokt. De voorzitter van de Amsterdamse club, zelfbenoemd visionair Richard Smith, had zelf ook grote ambities en wilde met zijn Schapen de top van het mondiale voetbal bereiken. Eén telefoontje met de wethouder was voldoende om De Zwarte Schapen te laten opgaan in de NV Omniworld. Aan de westkant van de stad zou een voetbalstadion met 13.500 zitplaatsen komen. In een aangrenzende sporthal zou op het hoogste niveau gebasketbald en gevolleybald worden. Almere kreeg zijn FC.

Dit prestigeproject werd een debacle en kostte de gemeente miljoenen. „Ze hebben het geld in de water gegooid. Anders had er een mooi stadion gestaan bij de hal vlak bij het spoorwegstation”, zegt de voormalig Amsterdamse politiewoordvoerder Klaas Wilting, die nauw betrokken is geweest bij de betaaldvoetbalplannen in zijn woonplaats. Dat stadion zou in de eredivisie goed van pas komen. Wilting: „Maar het betaalde voetbal is er gekomen zonder hulp van de gemeente. Dat is een prestatie van formaat.”

Lege tribunes bij FC Omniworld

Na het profdebuut in 2005 dobberde FC Omniworld jarenlang rond de laatste plekken in de eerste divisie. Geldzorgen, dreigende degradatie naar het amateurvoetbal, lege tribunes. Altijd sluimerde er crisis, maar ook altijd waren er geldschieters uit de Amsterdamse voetbalwereld. Nog steeds draait de club op hoofdsponsor Kroonenberg Groep, van de Amsterdamse vastgoedmagnaat Lesley Bamberger. Zonder hem geen betaald voetbal in Almere, zegt een prominent lid van de club. Er is jaarlijks een financieel tekort, maar dat wordt aangezuiverd door Bamberger. Hij wil donderdag, na het kolkende slot van de wedstrijd tegen De Graafschap (1-1) niet over geld en strategie praten. „Even naar de trainer toe.”

Onder de naam Almere City FC en in het nieuwe, rode shirt ging het de club sinds het seizoen 2010-2011 beter. Het grootste „aandachtspunt”, zegt algemeen directeur Bes, is de achterblijvende bezetting van het stadion, terwijl de businessclub „explosief” groeit.

Het heeft vast en zeker te maken met het gebrek aan eigen identiteit van de stad, waar 70 procent van de inwoners uit Amsterdam afkomstig is. „Die zijn bijna allemaal Ajacied”, zegt René ter Borgh, ras-Amsterdammer, ere-voorzitter en sponsor van Almere City en ooit voorzitter van De Zwarte Schapen. Wilting verwoordt het anders: „Ik woon hier met heel veel plezier. Maar uitgaan doe ik altijd buiten Almere.”

Bes bevestigt het dilemma: „De mensen met een eigen portemonnee, zijn elders geboren. Veel Almeerders hebben een seizoenskaart bij Ajax. En als je op zondagmiddag naar de Arena gaat, kom je niet op vrijdagavond bij Almere kijken. Een club zit in je hart sinds die keer dat je met je vader voor het eerst naar het stadion bent geweest. Wij moeten dat precies andersom spelen. In onze propositie moeten wij de jeugd en jongvolwassenen aanspreken. De geboren en getogen Almeerders, Flevolanders, die als fans komen voor het voetbal en trots zijn op de stad. Ik hoop dat zij hun ouders zullen meenemen.”

Almere City FC, jarenlang het lelijke eendje van de eerste divisie, is zelfbewuster geworden. Niet langer een satellietclub van Ajax, dat regelmatig jonge spelers aan City FC verhuurde. Arie van Eijden, oud-directeur van Ajax, was bij Almere commissaris, evenals de bekende Ajax-scout Bruins Slot. „Uiteindelijk werkte het niet”, zegt Ter Borgh. „Als het krachtsverschil zo groot is, dan begrijp je elkaar niet.”

De grondlegger kreeg de fanatieke aanhang van Almere over zich heen toen hij de nieuwe clubnaam met ‘AFC’ wilde laten beginnen, als verwijzing naar Ajax. „Ik dacht dat we daarmee we onze Amsterdamse supporters een plezier zouden doen. Maar dat hebben we moeten snel moeten rectificeren. Het was het begin van onze eigen identiteit.”

‘We love this City’ prijkt er op het spandoek van de Ultras Almere. De harde kern is tevreden dat de band met Ajax is verwaterd. „Wij zijn geen Ajax 2, maar Almere”, zegt supporter Steven van Koldenhoven (28), wiens ouders naar Almere verhuisden toen hij een baby was. „Als op onze tribune mensen met een Ajax-shirt komen, vragen we ze vriendelijk om er een jas over aan te doen.”

Almere groeit toe naar de eredivisie, weet ook wethouder René Peeters. „Met 205.000 inwoners zou eredivisievoetbal gewoon zijn. Maar het heeft zijn tijd nodig, ook om de identiteit van de stad te versterken.”

Na zondag is er misschien weer tijd genoeg.

    • Harry Meijer