Foto Frank Ruiter

‘Weet je wát ruig is? 133 kilo wegen’

Lunchinterview Huib Stam (62) viel na een maagoperatie 43 kilo af. Zie het niet als laatste redmiddel, schrijft hij in zijn nieuwe boek: „Doe het preventief.”

Tussen zijn vijftigste en zestigste kwam Huib Stam (62) dertig kilo aan. En zonder iets geks te doen, hè. Niet gestopt met roken, geen al te idiote uitspattingen, geen emotie-eter. Gestaag en geleidelijk at hij er elke maand tweeëneenhalf ons aan, elk jaar drie kilo erbij. En toen, ineens, woog hij 133 kilo. Dat was, gezien zijn lengte, obees. Zijn bloeddruk was wat aan de hoge kant, zijn cholesterol ook, maar echt ongezond was hij niet. Geen suikerziekte, ook niet in een beginstadium, hij snurkte niet en kon de drie trappen van zijn huis nog op mét boodschappentassen. En toch nam hij een drastisch besluit: hij liet zich opereren.

We ontmoeten elkaar bij de hoofdingang van het Slotervaart-ziekenhuis in Amsterdam. Precies een jaar na zijn operatie heeft Huib Stam daar een poliklinische afspraak voor een controle en ik mag mee. 80 procent van Huib Stams maag is verwijderd, waardoor er een mini-maagje is overgebleven en tweederde van Huib Stam. In een jaar tijd verloor hij 43 kilo. Hij komt aangelopen, slank, kwiek en „vanochtend op de weegschaal 90 kilo”. In de aktetas om zijn schouder twee exemplaren van zijn pasverschenen boek Tien jaar lichter, voor elke behandeld arts één.

Huib Stam is journalist en schrijver, de laatste twintig jaar schreef hij vooral over voeding en gezondheid. Van zijn hand verscheen een encyclopedisch werk over de Nederlandse haringvisserij, Eetsprookjes en Suiker – het zoete vergif. Nu dus een boek over de gevolgen van (te veel) voeding: overgewicht, dieetdrama’s en diabetes. En hij houdt een warm pleidooi voor wat hij is gaan zien als de ultieme oplossing voor te dikke mensen: een maagoperatie. Of, in medische termen, een bariatrische ingreep. Hij zegt: Een maagoperatie moet geen laatste redmiddel zijn. Wacht niet met die ingreep tot mensen echt heel dik en ziek zijn. Doe het eerder, doe het preventief.

We hebben nog even – zijn doktersafspraak is om één uur op de achtste verdieping. We checken vast het aanbod van het ziekenhuisrestaurant voor straks. Croissants, saucijzenbroodjes, belegde broodjes. Hij scant het menubord. „Ik neem één kroket.” Geen broodje erbij?, vraag ik. „Nee, dat past niet.” Zijn maag is te klein. Eten en drinken gaat ook niet tegelijkertijd. Verspreid over de dag eet hij zes keer kleine porties. Bij voorkeur iets gezonds. „Beetje vis voor de eiwitten, havermout voor de vezels en soep, dat gaat ook heel goed.” Hoeveel zal hij per dag eten, 1.200 calorieën, hooguit? Dat is weinig voor een man. „Ik heb bijna geen trek. De prikkel die hongergevoelens uitwisselt tussen maag en brein is bij mij verdwenen.” Om toch aan de benodigde vitaminen te komen, moet hij dagelijks multivitamines slikken.

Sticker van de dokter

Niet zijn ‘eigen’ behandelend arts doet het consult, maar een onbekende dokter die bijna smeekt of ik met mijn opschrijfboekje in de wachtkamer wil blijven. Twintig minuten later komt Huib Stam de spreekkamer uit met een stapel papier waarop de uitslagen staan van zijn bloedwaarden. Sticker van de dokter? Hij knikt, stralend. Zélfs zijn lever is dik in orde. Daar was hij nog even bezorgd over, zegt hij. „Een van de bijverschijnselen na een bariatrische ingreep is een toename van het drankgebruik. Ik heb ook die neiging.” In het begin vooral screwdrivers – wodka of jenever met jus d’orange. „Heerlijk. Gleed er moeiteloos in.” Hij heeft een aantal verklaringen voor het verhoogde alcoholgebruik. De lever is na de operatie opgefrist en kan de alcohol makkelijker opruimen. Er is minder maag, dus ook minder enzymen die de alcohol afbreken. De alcohol komt versneld in de dunne darm en wordt daar direct in het lichaam opgenomen. De roes is sneller en langer, de kater korter en minder hevig. „Er wordt ook wel gesproken van een addiction transfer. De dikke mens zou z’n ene verslaving, aan voedsel, inruilen voor een nieuwe, aan drank.”

Geen dieet hield ik vol. Twee maanden, maximaal En dan stierf ik van de honger

Hij gelooft daar niet zo in. Een verslaving, zegt hij, is heel wat anders dan onbedwingbare trek hebben in eten. Want dat had hij. Al-tijd trek. „We hebben een buitenhuisje in Spaarndam. ’s Ochtends haalde ik vast drie belegde broodjes bij de slager voor de lunch. Nog voor ik op de snelweg zat, waren die op.” Binnenkort is er weer nieuwe haring, van jongs af aan zijn lievelingsvis (hij groeide op vlakbij IJmuiden). „Vroeger at ik er zes op een dag, op verschillende adresjes.” Stiekem? „Nee hoor, gewoon openlijk. Ik heb me nooit geschaamd voor mijn omvang. Ik zag er ook niet heel dik uit, wel vierkant. Maar dat kon me weinig schelen, ik ben niet zo ijdel.” Wat niet wegneemt dat hij wel „diep chagrijnig” werd van zijn almaar toenemende gewicht.

Met die mixdrankjes is hij gestopt. „Veel te lekker, veel te gemakkelijk.” Nu drinkt hij alleen nog wijn. „Twee, drie glazen per dag.” Nog te veel, hij weet het. „Maar gezien mijn leverwaarden valt de schade nog mee.”

Onze bestelling past op één dienblad. Voor ieder een sapje en een kroket, voor mij wel met een broodje. Buiten, op het terras voor het ziekenhuis, informeer ik naar welk van de zes eetmomenten dit voor hem is. „Het tweede, of nee, derde.” Hij ziet mijn verbazing. „Ja, zeg. Heel netjes en gecontroleerd bijhouden wat ik eet, kon ik vroeger niet en nu dus ook niet.”

Trots stelt hij vast dat hij driekwart kroket op krijgt. Niet zo gezond anders, zeg ik zuinigjes. Hij: „Meel, vet, flintertje vlees, zout. Weinig voedzaam, loze energie, nutteloze calorieën. Klopt.” Hoe kon het nou dat hij, die al zo lang zo veel weet over voeding en gezondheid, zo dik werd? „Tussen mijn dertigste en vijftigste was er weinig aan de hand. Ik fietste, liep hard, tenniste.” Hij grijpt nu naar zijn middel, net boven z’n broekband. „Toch, ondanks al dat gesport, hield ik hier zo’n randje spek.”

Op zijn 49ste trouwde hij met een 16 jaar jongere vrouw. Hij werd vader van een zoon. „Mannen die vader worden, maken minder testosteron aan. Ze krijgen een dad bod, een dikke buik en tietjes.” Hij is ook nog eens een vader met zorgtaken. „Ik leid het leven van mijn moeder. Ik doe de was, haal de boodschappen, ik kook.”

Huib Stams vader was de eerste uit zijn vissersfamilie die een kantoorbaan kreeg, bij Hoogovens. Was zijn vader te dik? „Niet dik, wel stevig gebouwd.” Zeker is, dat de aanleg om dik te worden in de familie zit. „De genen laden het geweer, de omgeving haalt de trekker over.” Dan helpt het niet als je thuis werkt, in de buurt van een gevulde ijskast. „Vroeger tikte ik twee zinnen en dan, hup, snaaien.” En toen ging het hard.

Wie dik is, moet veel eten

Maar zo’n operatie, dat is toch wel heel ruig, zeg ik. „Weet je wát ruig is? 133 kilo wegen. En het einde was nog niet in zicht.” Had hij er nog 30 kilo aan gegeten? „Met gemak. Het lichaam is ingericht op schaarste. Eet je te weinig, dan ga je over op de spaarstand. Aan de onderkant is er een grens, maar aan de bóvenkant is die er niet. Met overdaad weet je lichaam geen raad.” Wie te veel eet wordt dik, maar wie dik is moet veel eten. „Dat is de ellende. Van veel eten krijg je honger.” Tel daarbij op onze „obesogene omgeving”, met overal en altijd dikmakend fabrieksvoedsel in de aanbieding, en je begrijpt waarom dikker worden bijna onvermijdelijk is.

Dus hij kon er niks aan doen dat hij dik werd? Is dat wat hij wil zeggen? „God weet dat ik mijn best heb gedaan om kilo’s kwijt te raken. Maar geen dieet hield ik vol. Twee maanden maximaal, en dan stierf ik van de honger.” De kans dat een dikke man door diëten weer op gewicht komt is 1 op 210. Dat is wetenschappelijk onderzocht. „Afvallen is niet het tegenovergestelde van aankomen. Het zijn totaal verschillende processen.” Maar, zegt hij laconiek, als jij het wil gooien op gebrek aan wilskracht en karakterzwakte, dan mag dat van mij.

Lees ook: Het lunchinterview met acteur Jack Wouterse, die ook een maagoperatie onderging en veertig kilo afviel

In het voorwoord van zijn boek richt hij zich tot de lezer: ‘Het is niet jouw schuld dat je dik bent’. En: „Er is een oplossing.” Hij koos de, relatief, minst ruige oplossing. Hij heeft een sleeve. Het restant van zijn maag is dichtgeniet in de vorm van een banaantje. Een andere, bekendere optie is de gastric bypass, waarbij het maagdarmkanaal wordt omgeleid. „Ik vind het een prettig idee dat mijn maagfunctie nog intact is.” De gezondheidswinst van beide operaties kun je rustig spectaculair noemen. „Vrijwel meteen, nog voor er gewicht is verloren, zijn mensen van hun diabetes af. Darmen, lever, de hormoonhuishouding, het hele spijsverteringstelsel krijgt een herstart.” Vandaar dat hij er voor pleit meer mensen sneller te opereren. Preventief, net als bij hem. Qua dikte komen 300.000 mensen in Nederland in aanmerking voor een operatie. „En counting…” Jaarlijks worden er 12.000 behandeld. „Waarom moet een 28-jarige met overgewicht eerst maar eens proberen af te vallen? Waarom laat je kinderen met een leververvetting tobben? En waarom laat je matig dikke mensen eerst dikker worden?”

Lees ook: Deze kinderchirurg deed onderzoek naar het effect van een maagband bij kinderen met overgewicht

Nou, antwoord ik, omdat zo’n operatie best radicaal is? Kijk naar hem. Zijn behoefte aan eten is weg, hij verheugt zich er minder op, geniet er minder van, proeft minder. Hij moet zijn best doen voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. De nadelen van een operatie, zegt hij, wegen niet op tegen de nadelen van te dik zijn. „Ik ben bevrijd. Bevrijd van de voortdurende behoefte aan eten. Het monster hoeft niet meer gevoed.”

Correctie 21-5-2018: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Huib Stam elke week tweeënhalf ons aankwam. Dat moest zijn elke maand en is aangepast in deze versie.

    • Rinskje Koelewijn