Opinie

    • Maarten Huygen

Universiteiten kunnen elkaar niet tot armoede beconcurreren

Onderwijsblog In hun internationaliseringsagenda stellen universiteiten en hogescholen vast dat forse groei de kwaliteit onder druk zet. Maar de groeiprikkels van de overheid blijven het zelfde.

ANP Royal Images Rob Engelaar

Universiteiten en hogescholen willen graag verder internationaliseren maar ze beseffen dat er genoeg geld voor in kas moet zijn. Die conclusie kan worden getrokken uit de zogeheten internationaliseringsagenda die de vereniging van universiteiten VSNU en de Vereniging van Hogescholen maandag presenteerden. “Een risico van de forse groei van het aantal internationale studenten is dat de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs juist onder druk komen te staan”, aldus het document. De instellingen vragen een numerus fixus voor Engelstalige opleidingen en willen hoger collegegeld voor niet-Europese studenten.

VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg zei: “Het Nederlandse hoger onderwijs is internationaal superaantrekkelijk, maar wij moeten kijken hoeveel groei we kunnen absorberen. We willen minder groei, bescheiden groei. Het systeem van bekostiging is niet voldoende. Er zijn grenzen aan. Met de stijging van het aantal studenten gaat de gemiddelde bijdrage per student omlaag. En dat holt de basiscapaciteit uit.” De overheid betaalt per student maar het totale budget stijgt niet mee met de aantallen studenten. Europese studenten kosten de overheid namelijk evenveel als Nederlandse.

Tegelijkertijd bedoelt hij niet met “minder groei” dat dit een onderlinge afspraak is, zoals ik schreef in een eerder stuk. Universiteiten en hogescholen blijven vrij zelf te kiezen hoe en of ze willen groeien.

Budget uitgehold

Dat is ook de zwakte van het document. De financiële prikkels van de overheid blijven de zelfde: gericht op aantallen studenten. Dat stimuleert werving in het buitenland als het aantal Nederlandse studenten terugloopt.
Het is wel voor het eerst dat bestuurders naast de gebruikelijke lofzang op de international class room erbij stilstaan dat grotere aantallen studenten het onderwijsbudget uithollen. Dat geldt ook per faculteit, volgens Duisenberg. Als er meer studenten komen, gaat de vergoeding van de vaste kosten niet omhoog.

Er is wel een voornemen tot betere onderlinge afstemming bij de beslissing om tot het Engels over te gaan. Die afstemming ontbrak bij de zeven van de elf psychologische bacheloropleidingen die binnen vier jaar hals over kop op het Engels zijn overgegaan. Naast de Open Universiteit doceert alleen de Universiteit van Utrecht nog de bachelor psychologie geheel in het Nederlands.

Dit voorbeeld weerlegt de stelling in het document dat de studenten graag in het Engels college willen krijgen. Dat is voor een deel zeker het geval, blijkt ook uit ons lezersonderzoekfdeel, maar zeker niet voor psychologie. Bij navraag bleek dat verreweg de meeste Nederlandse bachelors psychologie de voorkeur geven aan een Nederlandstalige opleiding.

Negen heel of gedeeltelijk Engelstalige bachelors psychologie is veel. Dat geldt niet voor elektrotechniek of andere technische vakken, waar Nederlandse jongeren sinds de jaren negentig steeds minder belangstelling voor hebben. “Zonder de international classroom in de negentiger jaren was het onmogelijk geweest om de kwaliteit van de elektrotechniek in Delft te behouden”, stelde hoogleraar Rob Fastenau van de technische universiteit Delft tijdens een hoorzitting voor de Tweede Kamer op woensdag vast. Dat geldt ook voor andere technische vakken, informatica bijvoorbeeld. Waar Nederlands talent schaars is, biedt internationalisering de oplossing. Nederland is er vroeg bij en heeft veel internationaal talent weten aan te trekken maar de vraag is of die overvloed aan internationaal talent blijft. Het aantal Chinese studenten loopt al terug volgens het Nuffic, de instantie die over internationalisering van het onderwijs gaat. Er zijn steeds meer goede alternatieven in China zelf. Specialisten vragen zich af of het tijdperk van de internationalisering ten einde loopt.

Nederlands leren

Internationalisering is te veel op Engels gericht. Duits en Frans spelen een geringe rol. We moeten verder kijken dan het Engels, schreef een commissie van de KNAW en een andere commissie pleitte voor zorgvuldiger afweging. Brexit verandert de status van het Engels in Nederland. Veel buitenlandse studenten zijn bereid om Nederlands te leren. Voordat Maastricht University besloot om een bachelor psychologie in het Engels aan te bieden, was 50 procent van de studenten al buitenlands. Daar waren veel Duitsers uit de grensstreek bij die met lokaal dialect opgroeiden en al redelijk Nederlands konden verstaan, zodat het weinig moeite kostte om het te leren. In de agenda nemen instellingen zich ook voor meer cursussen Nederlands te gaan geven. Er zijn enkele instellingen die ook met Duits experimenteren.

De internationaliseringsagenda van het hoger onderwijs maakt geen einde aan de discussie over het huidige op aantallen afgestemde bekostigingsstelsel. Dit najaar brengt minister van Engelshoven (D66, hoger onderwijs) daar advies over uit. Tot het begin van dit millennium waren die aantallen minder belangrijk voor de financiering. Tot in de jaren tachtig werden universiteiten en hogescholen zelfs geacht niet openlijk onderling te concurreren. Zonde van het geld, vond de overheid. Nu moeten universiteiten en hogescholen achter elkaars excellentie aan hollen. In plaats van aantallen studenten kan de overheid ook het kiezen van een specialisme belonen, zodat er verscheidenheid ontstaat, van een internationale onderzoeksuniversiteit tot een op onderwijs van veel studenten gerichte instelling.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs.

    • Maarten Huygen