Opinie

    • Georgina Verbaan

Tada

Krekels. Ik ontwaak in mijn blauw-witte streepjespyjama in een veld vol struisgras. De zon hangt als een reusachtige sinaasappel boven een donker naaldbos in de verte, en werpt een goud-oranje gloed over alles wat ik zie. Als ik overeind krabbel duwt een briesje zijn warmte zachtjes door de vezels van mijn pyjama tegen mijn huid. Dit zou zeer ontspannen aandoen als ik wist hoe ik hier terechtgekomen was. Ik sta op om om me heen te kijken. Glooiend gras zover als het oog reikt. Míjn oog reikt, want er is hier verder niemand. De trillende horizon is met mijn vinger te volgen en wordt slechts onderbroken door het naaldbos.

Ik kijk naar mijn voeten. Een overlevingstactiek die ik mij eigen heb gemaakt. Alleen als het echt heel erg is tref je die dingen niet op de verwachte locatie aan. Dus dan valt het meestal wel mee. Ze staan bloot in het gras. De tenen wiebelen als ik ze daar opdracht toe geef. Prima. Dit is eigenlijk gewoon prima. Een bloedrode kniptor lijkt mijn mening te delen en laat zich gezeten op een spriet genoeglijk heen en weer schommelen. „Waar ben ik?”, vraag ik hem. Hij antwoordt niet. Natuurlijk niet. Waarom zou hij?

Ik zou kunnen gaan lopen, maar het lijkt weinig zin te hebben. Het is overal hetzelfde. Behalve in dat bos, maar dat is ver en doet koud aan en in kou en moeite heb ik geen zin. Normaal gesproken zou ik nu op zijn minst willen dat ik zin in zin had. Dat weet ik zeker. Zo ben ik. Maar ik wil niets. Ik probeer daar een probleem van te maken merk ik, maar het lukt niet. Geen zin in. Verwikkeld in ledigheid staar ik naar het wuivende gras dat een grote groene brij wordt tot uit die brij twee handjes steken. Ik hoor gegaap. De handjes zakken niet bijster ver van mij vandaan weer het gras in. Ik loop er toch maar op af.

Normaal gesproken zou ik nu op zijn minst willen dat ik zin in zin had

Achter een heuveltje tref ik George Clooney, het mannetje in mijn hoofd, waarmee ik initialen en een gezicht deel. Hij zit gezeten in tien kleine lichamen in eendere streepjespyjama’s in een kringetje rondom een vijver. In die vijver zit een kikker die ‘kwaak’ zegt. Erg voorspelbaar. „George, what the fuck is er met mijn bovenkamer gebeurd man?” Ik voel een woede opkomen die mij vertrouwd voorkomt. „Sssshh… sssh… ssshh”, sust hij in koor. Zijn lichamen zitten in kleermakerszit met rechte ruggen. „Is dit wat ik denk dat het is, George? Nee, toch? Dit is toch godverredomme geen mindfulness hè?” Een steppenroller rolt voorbij. Dat is het Nederlandse woord voor tumbleweed. Blijkbaar weet ik dat. Is natuurlijk een trucje van George om aan te geven dat ik mijn bek moet houden, maar het Engelse woord voor pissebedden oplepelen ho maar! „Ja, en nu dan?!” Ik kijk de kring rond. Geen reactie. Vanuit de vijver hoor ik „Tada…” Het komt uit de kikker. Die zag ik niet aankomen. Hij wijst naar de horizon. Een grote ronddraaiende dobbelsteen komt op als de zon. „Iets om naar uit te kijken.” Achter mij lonkt het bos.

    • Georgina Verbaan