PvdA: fors verliezen en tóch besturen

Coalitiedeelname De PvdA leed landelijk en lokaal verlies bij de verkiezingen. Toch is de partij gewild als coalitiepartner in gemeenten.

Bezoekers tijdens de uitslagenavond van de PvdA na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen. Foto Evert Elzinga/ANP

Ooststellingwerf was een ‘knalrode’ gemeente. Vanaf de Tweede Wereldoorlog maakte de Partij van de Arbeid in de Oost-Friese gemeente áltijd deel uit van het college. In 1986 behaalden de sociaal-democraten er zelfs nog een absolute meerderheid.

Acht jaar geleden was het keerpunt: in 2010 kwam de PvdA voor het eerst niet in het college. Dat jaar verloor de partij drie van de acht zetels. De lokale partij OoststellingwerfsBelang (OB) behaalde zeven zetels en ging besturen met CDA en VVD. De PvdA stond aan de kant.

Verrassend genoeg heeft OB, dat in maart van dit jaar opnieuw zeven zetels behaalde, de VVD na twee termijnen ingeruild voor de PvdA. En dat terwijl de VVD bij de verkiezingen een zetel had gewonnen en de PvdA er juist één had ingeleverd. In het verslag waarin OB zijn keuze toelicht, staat – ietwat cryptisch – dat de VVD de „indruk” heeft gewekt „meer een regulerend bestuur dan een faciliterend bestuur” te willen. De beslissing „niet voor de VVD te kiezen in het nieuwe college is vooral genomen vanuit het oogpunt van vernieuwing en verandering”.

PvdA-fractievoorzitter Fimke Hijlkema weet niet precies waarom OB niet met de VVD en wel met haar partij verder wil, zegt ze desgevraagd. Voor haar is het belangrijkst dat de PvdA na acht jaar aan de zijlijn – „waarin we een kritische, maar constructieve houding hadden” – weer meedoet. Daar is ze „heel blij” mee.

Dat het niet goed gaat met de PvdA, is duidelijk. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017 werd de partij weggevaagd: van 38 naar negen zetels. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen voorjaar behaalde de PvdA 7,4 procent van de stemmen, tegenover 10,2 procent in 2014. CDA, VVD, D66 én GroenLinks trokken meer kiezers. En de lokale partijen natuurlijk – die zijn opgeteld veruit het grootst en goed voor eenderde van alle stemmen.

Besturen ondanks verlies

Ondanks de slechte uitslag gaat de PvdA in veel gemeenten gewoon weer besturen, blijkt uit onderzoek van NRC. Van de 209 gemeentebesturen die inmiddels zijn gevormd, zit de PvdA er in 46. Van de 110 gemeenten waar de onderhandelingen nog lopen, praten de sociaal-democraten in veertig gemeenten mee. In zestien gemeenten vinden nog geen onderhandelingen plaats. Daar zitten ze nog in de oriënterende fase en is nog onduidelijk welke partijen een rol gaan spelen.

Als de veertig lopende onderhandelingen succesvol worden afgerond en de PvdA in 86 gemeenten gaat besturen – van de driehonderd waar de partij meedeed – is dat geen slechte score. Vier jaar geleden bestuurden de sociaal-democraten namelijk in 95 gemeenten.

Ondanks de verkiezingsnederlaag bijna even vaak meebesturen – dat lijkt opmerkelijk. Gevoelsmatig is het logischer dat de uitslag wél gevolgen heeft voor coalitiedeelname. Zoals bij GroenLinks, dat na de klinkende verkiezingsuitslag van maart (8,7 procent, tegenover 5,2 in 2014) in ruim twee keer zo veel gemeenten lijkt te gaan besturen als vier jaar geleden. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 kwam GroenLinks in 41 gemeentebesturen. Dit jaar ziet het ernaar uit dat de partij in 87 coalities stapt: bij 45 gemeenten is de deelname van GroenLinks definitief, bij 42 lopen de onderhandelingen nog.

Het is helemaal niet zo gek dat de PvdA weer op veel plekken meebestuurt, stelt de Utrechtse politicoloog Hans Vollaard. „Of die partij nu gewonnen of verloren heeft, je weet wat je aan ze hebt, aangezien ze al lang bestaan en al lang meebesturen.”

Ook inhoudelijk vindt de PvdA gemakkelijk aansluiting bij andere partijen, zegt Vollaard. In grote steden, waar D66 en GroenLinks veel zetels hebben, is de PvdA een logischer partner dan (centrum)rechtse partijen. En als de colleges rechtser zijn, ligt samenwerking met een middenpartij als de PvdA meer voor de hand dan met GroenLinks of SP.

Zichtbaarheid

Na de desastreuze uitslag van 2017 koos de PvdA aan het Binnenhof bewust voor een aantal jaren oppositie, om te herstellen. „De verkiezingsuitslag was helder”, schreef partijleider Asscher in een brief aan zijn achterban, waarin hij liet weten „niet beschikbaar” te zijn als coalitiepartner.

In Den Haag komt zo’n pas op de plaats na een verkiezingsnederlaag vaker voor. Partijen hopen zich vanuit de oppositie beter te kunnen profileren. In de plaatselijke voetbalkantine is het een stuk lastiger uit te leggen dat je even vier jaar niet meedoet. En er is nog een reden om na een fors verlies juist wél in een gemeentebestuur te stappen, zegt politicoloog Vollaard: zichtbaarheid. „Als wethouder kom je vaker in de krant dan als een raadslid uit de oppositie.”

    • Barbara Rijlaarsdam