Museum is decor, netwerken het doel

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Ze was gymlerares, studeerde pedagogische wetenschappen, nu doet ze ‘evenementen’ in het Stedelijk. Ze heet Roos, draagt een zwarte jurk en vindt dat ze de leukste baan de wereld heeft. „Sponsors, donateurs en bedrijven kunnen het museum huren voor een evenement. We werken met de beste cateraars. Je kunt hier dineren. Bijvoorbeeld KPMG wil hier eten met een groep jonge accountants, een hoop daarvan zijn nog nooit in het museum geweest. Als je gewoon een zaal nodig hebt moet je naar een partycentrum gaan, daar zijn we te duur voor, het gaat om het museum.”

„Kan ik hier trouwen?” vraag ik.

„Dat kan”, zegt Roos, „een beroemd stel uit New York gaat hier trouwen. Ze geven elkaar hier niet het jawoord, alleen het feest vindt hier plaats.”

„Nederlanders uit New York?” informeer ik voorzichtig.

„Amerikanen. Een dame komt hier haar verjaardag vieren, want ze houdt van moderne kunst. Maar voor zo’n verjaardag adviseren we dan niet het hele museum open te stellen voor de gasten, dat wordt erg prijzig vanwege de beveiliging.”

„Zeg je weleens nee?” vraagt Christin uit Syrië.

„We zeggen heel vaak nee”, vertelt Roos terwijl we naar de kelder lopen. „Als we een diner hebben wordt de fietsenstalling omgebouwd tot keuken. Dat is zwaar voor de bediening, want die moeten met volle borden vanuit de fietsenstalling de trap op naar de entreehal. Een vijfgangendiner voor driehonderd man, reken maar uit hoeveel borden dat zijn. Voor een driegangendiner betalen we aan de cateraar ongeveer 130 euro per persoon, daar heb je nog geen beveiliging bij.”

We gaan terug naar het kantoor.

„We letten op alles”, zegt Roos, „bloemen moeten niet truttig zijn. En de bediening moet er stoer uitzien, spijkerbroek vinden we weer té stoer.”

Het museum is het decor, de kunst het ornament, netwerken het doel. De beschaafde zakenman gaat niet in een jacuzzi in het bordeel liggen met de klant, hij gaat borrelen voor Karel Appel, hoewel Appel en het bordeel elkaar natuurlijk niet uitsluiten.

„We doen ook evenementen voor onszelf”, licht Roos nog toe, „zoals de opening van Studio Drift met tweeduizend man.”

„Verdienen jullie wat aan de drank die dan wordt verkocht?”

„Helaas niet”, zegt Roos.

Dan vraagt Christin aan me: „Wil je van de herfst mee naar Aleppo? Ik durf niet alleen, het is weer veilig.”

Ik vraag of ze het meent. Ze meent het.

Van klein-Syrië in het Stedelijk naar het échte Syrië.

(Wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg