‘Nee, dit was zeker geen impulsaankoop’

Waarom heeft u dit kunstwerk gekocht? Deze week: twee foto’s

Luna 1 en Model E, 2017. Ultrachrome Print op Canson Baryta papier, 28 x 35 cm.
Foto’s Sjoerd Knibbeler

‘Ik kende Sjoerd Knibbeler nog uit Weert. We zaten op dezelfde middelbare school – hij een aantal jaren na mij – en waren lid van dezelfde archeologievereniging. Hij is daarna naar de kunstacademie in Den Haag gegaan, ik ben Nederlands gaan studeren.

„Deze serie foto’s van fantasie-objecten, Lunacy, had ik eerder al op een tentoonstelling in Den Haag gezien. Ik vond ze mooi, stemmig en mysterieus. In 2017 zag ik Knibbelers werk weer op Unseen en heb ik twee van zijn foto’s gekocht. Dus nee, het was zeker geen impulsaankoop. Mijn man en ik hadden wel vaker kunst gekocht, maar nog nooit eerder een foto.

„Knibbeler is in de eerste plaats fotograaf, maar hij is ook een echte ambachtsman – een knutselaar. Elke foto heeft een lange aanloop. Voor deze twee beelden heeft hij van hout en mdf-modellen gebouwd van ruimtevaartuigen die wel bedacht zijn, maar nooit gevlogen hebben. Zo is Model E afkomstig uit een oude sciencefictionfilm van Fritz Lang, Woman in the Moon uit 1929. Het zijn schaalmodellen. Als je goed kijkt, zie je dat de bol aan dunne touwtjes hangt. Ook het maanlandschap heeft hij zelf gebouwd. Daarvoor heeft hij het zaagsel van de objecten gebruikt.

„De kunstenaar heeft de modellen in de Noordoostpolder gefotografeerd bij maanlicht, met een analoge camera en een heel lange sluitertijd van meer dan twintig minuten. De streepjes op de achtergrond zijn sterren. De draaiing van de aarde zie je zo dus weer op de foto terug. Het zijn beelden die enorm tot de verbeelding spreken. Ze herinneren aan een tijd, bijna een eeuw geleden, waarin al gedroomd werd over ruimtereizen.

„Knibbeler is gefascineerd door lucht en vliegen. Hij heeft ook papieren vliegtuigjes gevouwen van straaljagers die nooit gevlogen hebben. Die modellen heeft hij vervolgens weer gefotografeerd, niet alleen als 3D-vliegtuig maar ook als blaadje in zijn weer uitgevouwen platte vorm. Dat vind ik pure poëzie.”

    • Sandra Smallenburg