Recensie

In Baudets roman is de heersende ideologie de boosdoener

Thierry Baudet In zijn tweede roman komt een getroebleerde babyboomer aan het woord die klaagt over verloren gegane waarden.

De hamvraag: is de tweede roman van Thierry Baudet een politiek boek? Tussen de verschijning van zijn eerste roman Voorwaardelijke liefde (2014) en het nu verschenen Van elk waarheen bevrijd, ligt immers het begin van Baudets politieke carrière.

Aanvankelijk lijkt de politiek ver weg. De novelle begint wanneer een cellist een ansichtkaart ontvangt van zijn ex-vrouw. Hij is babyboomer en alleen, zijn twee grote liefdes faalden: zijn huwelijk, én de escapade met een minnares, voor wie hij zijn echtgenote verliet.

In Van elk waarheen bevrijd bevoelt Philippe Gautier die ansichtkaart, trekt zijn jas aan, flaneert door Parijs en eet een artisjok. Maar waar het om gaat: onderwijl mijmert hij over zijn leven, weergegeven in geëxalteerd proza, dat op flaneertempo voortschrijdt.

Baudet beheerst het ambacht van de romancier inmiddels een klasse vaardiger dan in zijn debuutroman, waar het speuren was naar een opmerkelijke zin. Nu heeft de esthetiek de hoofdrol, en dan wel naar de maatstaven van de romanticus Baudet. Bloemrijk bezingt hij bij monde van Philippe de schoonheid van klassieke muziek, klassieke architectuur en Parijs, ‘het grootste monument van de grootste eeuw die ooit had bestaan: de negentiende, toen Europa koningin van de wereld was en gewoon nog overal de baas’.

Pompeus is hij, uit overtuiging, en soms potsierlijk, waardoor je je wel eens afvraagt of je in de maling genomen wordt. Zoals wanneer de oud-Europese waarden zich uiten in fallische bakkunst: ‘Zelfs de stokbroden die langwerpig, in lijn met de gevels en de ramen, fier, gebalanceerd, rechtop bleven staan! Ja, hoe het bakken van brood, in essentie toch een vrouwelijke activiteit, via de baguette tot ode aan de mannelijkheid was getransformeerd!’

Bizar, maar de toonzetting wordt gaandeweg zo serieus dat deze getroebleerde babyboomer toch echt niet ironisch lijkt te zijn. En we diens denkbeelden dus ernstig moeten opvatten. Dat valt niet altijd mee, want de aanstichter van alle leed is de ‘Europese zelfhaat’ – daar komt Baudets ideologische aap uit de mouw. Van elk waarheen bevrijd ontpopt zich als ideeënroman, maar wel eentje waarvan de ideeën op voorhand vastlagen. Voor wie nog niet in het oikofobie-frame of de ‘grandioze Europese zelfmoord’ geloofde, is het bovendien een tamelijk vlakke, want onuitgewerkte ideeënroman.

Lees ook: de recensie van Baudets eerste roman

Die Europese zelfhaat verwoestte de verfijnde cultuur en artistieke grandeur, maar mutatis mutandis ook het gevoels- en liefdesleven van Philippe – dat is het diepe besef waarmee de hoofdpersoon zichzelf versteld doet staan. Hij groeide op in een tijd waarin hij nog wel kon voelen dat de aloude waarden waarheid herbergden, maar waarin dat gevoel ook gesmoord werd. Door de studentenopstanden, die bevrijding brachten, wat Philippe toch ‘niet zonder een pijnscheut kon aanschouwen’. Want die geest van mei ’68, die vijand, die Baudet net als nieuw-rechtsgoeroe Jordan Peterson welbewust vaag houdt, heeft types als Philippe wijsgemaakt ‘dat het allemaal door ons kwam – de dialectiek van de geschiedenis had sinds Odysseus dwingend tot Auschwitz geleid. Alles was medeplichtig, alles moest worden afgebroken. Daarom durfde ik niks aan te raken, daarom was deze wereld nooit veilig.’

Wel degelijk een politiek boek dus, want ook in dit wereldbeeld is het persoonlijke politiek. De heersende ideologie is de boosdoener, de mens zelf niet. Daarin schuilt ook de zwakte van Baudets novelle: in dat zelfgenoegzame, banale geloof in het eigen gelijk. Het getuigt van oogkleppen en wegkijken om de hoofdpersoon volledig vrij te pleiten. Het mislukken van zijn relaties zou óók te maken kunnen hebben met zijn diepgewortelde (negentiende-eeuwse!) vrouwbeeld – ik opper maar iets. Net als in Baudets misogyne eerste roman zijn vrouwen hier wezens die schoonmaken en broden bakken, of zich gedienstig plooien naar de sterke man, als objecten van affectie met ‘schoudertjes’, een ‘meisjesmondje’ en een jurkje zonder ondergoed eronder. Moeder of hoer. De man die met zo’n vrouwbeeld op zak een relatie zoekt, komt tragisch uit.

Lees ook: de bespreking van Jordan Petersons 12 regels voor het leven
    • Thomas de Veen