Hoogtij van het optimisme

Breukjaar 1968 Vinden historici 1968 een breukjaar? Ja, maar de een ziet een politieke, de ander een maatschappelijke omslag.

Hippies op de Dam in Amsterdam in 1968 Foto HH

Een paar breukjaren domineren het beeld van de geschiedenis: 1492, 1789, 1914. En altijd zijn kanttekeningen mogelijk. Bijvoorbeeld, het Franse revolutiejaar 1789 geldt als een van de allergrootste breuklijnen: einde van de adelsmaatschappij, begin van mensenrechten en democratie, de modernisering begint! Maar zegt desgevraagd Siep Stuurman, hoogleraar ideeëngeschiedenis in Utrecht: „Eigenlijk geldt dat jaar zelf alleen voor Frankrijk als echte breuk. In Europa verspreiden die ideeën zich pas later. Pruisen en Rusland hebben ze toen zelfs nooit bereikt.”

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? Hoe vormden zij de kunst en cultuur? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968.

Lees de verhalen via nrc.nl/1968.

Hoe moet het dan met 1968? In hoeverre mag dat jaar, waarin toch de verbeelding aan de macht heet te komen, gelden als breukjaar? We vragen het twee doorgewinterde historici: Siep Stuurman (1946) en James Kennedy (1963). Stuurman schreef onder meer een ‘korte wereldgeschiedenis van het gelijkheidsdenken’: De uitvinding van de mensheid (2009). Kennedy is hoogleraar moderne Nederlandse geschiedenis in Utrecht en gepromoveerd op het proefschrift Nieuw Babylon in aanbouw: Nederland in de jaren zestig (1995).

De lezers van de uitgebreide serie over 1968 in deze krant kunnen gerust zijn. Volgens beiden, Stuurman en Kennedy, is het jaar 1968 terecht een symbooljaar. Maar er zijn wel kanttekeningen. James Kennedy: „In Nederland gebeurde in 1968 eigenlijk niks. Ja, oké, het Pastoraal Concilie begint.”

Kennedy ziet in die periode vooral een politieke omslag: „De kern is politiek wantrouwen tegen de heersende macht.” Stuurman ziet dat net anders: „Wereldhistorisch zijn 1945, het einde van de Tweede Wereldoorlog, en 1989-1991, de val van de Muur en het communisme, veel grotere breukpunten. 1968 is een culturele omslag: de komst van een optimistische grondtoon en de verandering in de omgang met seks, godsdienst en koningshuis.”

Moet je kijken

Voor de wereld als geheel is 1968 als breukjaar nog het makkelijkst te verdedigen, zegt Kennedy. „Moet je kijken wat er allemaal gebeurt, op véle continenten: revolutie in Praag, Culturele Revolutie in China, studentenopstand in Mexico, massale rellen in de VS na de moord op Martin Luther King. En natuurlijk de studentenopstand in Parijs.”

Allemaal net verschillend van karakter, Praag is geen Parijs, Mexico is geen Peking. Maar, zo doceert Kennedy: „gemeenschappelijk is het streven naar bevrijding uit oude mentale vormen. 1968 is het hoogtij van het besef dat het ook anders kan. Heersende machten zijn niet langer vanzelfsprekend en legitiem, ze kunnen zelfs omver worden gegooid. Sindsdien is die kwestie van de legitimiteit gebleven. Het gaat om het besef dat een democratisch gekozen bestuur tóch als niet-legitiem kan worden beschouwd en dat burgers dan zelf die legitimiteit moeten gaan herstellen. Wat dat betreft was Pim Fortuyn dus helemaal 1968!”

En dan Nederland: 1966 is het provojaar, D’66 wordt opgericht, in 1967 maakt de partij indruk bij de verkiezingen. En in 1969 zijn er studentenbezettingen. Maar in 1968? Geen iconische gebeurtenissen in Nederland. Geen probleem, vindt Kennedy: „Ook voor Nederland is 1968 wel geschikt als symbooljaar omdat dan dat sentiment wereldwijd een hoogtij beleeft. En er is nog een argument. Dat internationale sentiment is belangrijker geworden in het begrijpen van de veranderingen in Nederland. Al die veranderingen in Nederland zijn echt wel meer dan een typisch Nederlandse ontzuiling, zoals een paar decennia geleden vaak nog werd gedacht.”

Lees ook Zonder ’68 waren we een versteend land

Voor Siep Stuurman is 1968 een prima symbool voor een culturele omslag in de Westerse wereld, gekenmerkt door een sterke ‘optimistische grondtoon’. „Heel anders dan nu. Nu heerst er pessimisme en angst voor de toekomst.” Dat optimisme was er in 1968 alleen in de Westerse wereld: „in Oost-Europa was 1968 juist het einde van een droom, met de Russische tanks in Praagse straten.”

Lees ook De tegencultuur van nu is op rechts actief

Minirok

Stuurman ziet in de jaren zestig vooral veranderingen in het dagelijks leven: „in seks, godsdienst én het koningshuis”. Godsdienst werd op de hak genomen, het koningshuis bestond uit ‘gewone’ mensen. „En die grotere vrijheid in de seks was ook heel belangrijk. Het veranderde de verhoudingen tussen mannen en vrouwen. En alleen al door de opkomst van de minirok werd het gezag uitgedaagd. Eind jaren vijftig moesten meisjes zich op school nog omkleden in een lange rok, als ze wegens de kou in lange broek waren gekomen.”

Net als Kennedy noemt Stuurman ook de andere omgang met autoriteiten. „Er was een onttovering van gezag. Het gezag werd ineens betwistbaar. Maar let op: het gezag was er natuurlijk nog steeds! In plaats van de priester was er nu de deskundige – de socioloog in plaats van de geestelijk adviseur. Het gezag van wetenschap werd heel groot.”

Waar kwamen al die veranderingen vandaan? Stuurman: „Dat optimisme kwam door de grote groei van de consumptie. In de jaren vijftig had je nog echt arme arbeiders. Iemand met een pet was een arbeider, met een hoed was je een burger. Dat verdween. Arbeiders kochten ook een auto. En het idee van de arbeidsplicht verdween. In de jaren vijftig had arbeid echt nog een morele status, het was in zichzelf goed. In de jaren zestig werd werk een middel voor iets anders: om inkomen te verwerven voor genot of zelfontwikkeling.”

De tijd voor 1968 komt nooit meer terug. Stuurman: „Zo’n breuk met de traditie kan je niet meer ongedaan maken. De verhevenheid van het gezag is weg, en zelfs als dat gezag hersteld wordt is de vanzelfsprekendheid toch voorgoed verdwenen. Ik vind het dus prima om 1968 te herdenken. Voor de reflectie over Nederland zoals het nu is: hoe zijn we hier gekomen?”

    • Hendrik Spiering