Recensie

Gescharrel in het Palestijnse vraagstuk

70 jaar Israël

Historicus Peter Malcontent beschouwt in zijn stevig gedocumenteerde boek de ongemakkelijke manier waarop Nederland sinds 1967 met het Israëlisch-Palestijnse conflict omgaat.

Een demonstratie in Oost-Jeruzalem tegen het bezoek van minister van Buitenlandse zaken Van Mierlo aan het Palestijnse Orient House, in 1996. Foto Cor Mulder/ANP

Er zijn verscheidene wegen die naar Rome leiden, moet Peter Malcontent gedacht hebben toen hij Een open zenuw. Nederland, Israël en Palestina schreef. Dit boek over de Israël-lobby in Nederland is vooral een kritische kanttekening bij de Joodse aanwezigheid in de Levant, met de onfortuinlijke Palestijn als werktuig.

Universitair docent geschiedenis Malcontent laat direct zien uit welke hoek de wind waait: zijn geldschieter is de pro-Arabische Leonhard-Woltjer Stichting, die zelfs ‘de onafhankelijkheid van het onderzoek’ mede heeft getoetst. De arabiste Lieneke Woltjer was er in de jaren zestig als pleitbezorgster van de Palestijnse zaak vroeg bij. ‘Een feller criticus van de staat Israël is nauwelijks denkbaar,’ schreef deze krant in 1993. Ze was tegen het zionisme en werd van antisemitisme beschuldigd.

Malcontent baande zich een weg door een verbluffende hoeveelheid materiaal en reconstrueert de Nederlandse Israël-lobby. In 1948 stond Nederland nog terughoudend tegenover Israël, maar in de jaren vijftig en zestig werd het meer steeds meer pro-Israëlisch. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 zette een daling van Israëls populariteit in, die zich in de jaren tachtig doorzette mede als gevolg van de slachtpartij in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in 1982. Malcontent benadrukt dat Palestijnen ‘er maar niet in slaagden Israëls dalende populariteit te verzilveren’, dat Nederland ‘uitgesproken pro-Israëlisch’ blijft en de Palestijnse zaak ‘de open zenuw’ is die de emoties hoog doet oplopen.

Binnenlands buitenland

Israël en de Palestijnse gebieden zijn uitgegroeid tot ons meest binnenlandse buitenland. Het parlement besteedt er talloze uren aan, kerken zijn erdoor verdeeld, vakbonden voeren een heus Palestina-beleid, academici ijveren voor boycot van Israëlische producten. Minister Hans van Mierlo van Buitenlandse Zaken moest in 1996 zijn kerstvakantie onderbreken en de Kamer uitleggen dat de woede van premier Peres over zijn bezoek aan het Palestijnse Oriënt House wel meeviel, in 2013 stapte een PvdA-Kamerlid op tijdens het ‘Sloop de muur’-debat en beschuldigde de VVD het ministerie van ‘doorgedreven activisme’ toen samenwerking tussen het Nederlandse drinkwaterbedrijf Vitens en het Israëlische Mekorot ter discussie stond.

Helaas onderzoekt Malcontent de oorzaak van deze obsessie niet. Hij vindt het conflict interessant omdat het – hoe akelig ook – ‘zo ongeveer alles bevat wat iedereen die geïnteresseerd is in internationale politiek zich kan wensen.’ Of het nu gaat om oorlog en vrede, politiek, economie, milieu, de rol van ‘global powers’, de VN, de EU, om religieus fundamentalisme of schuld en boete, ‘het Palestijns-Israëlische conflict biedt het allemaal.’ Dit alles geldt natuurlijk ook voor landen als Rusland, Zimbabwe, Syrië, Indonesië, Nigeria, Irak en Turkije. In een boek over Nederland, Israël en Palestina zou de kern glashelder moeten zijn, namelijk dat maar één allesbepalend aspect dit conflict uniek maakt: de betrokkenheid van de Joden.

Deze omissie schaadt de geloofwaardigheid van Een open zenuw, net zoals het redeneren van het verleden naar het heden. Malcontent, die ook de geschiedenis van het Israëlisch-Arabische conflict sinds 1917 beschrijft, buigt gangbare begrippen om met een ernstige vertekening van de geschiedenis als gevolg. Zo noemt hij Arabieren in Palestina tijdens het Britse Mandaat consequent ‘Palestijnen’. Vreemd, want Druzen, christenen en Joden waren ook Palestijnen. Zinsneden als ‘hadden 133 Joden en 116 Palestijnen het leven gelaten…’ en ‘de Palestijnse vrijheidsstrijd’, klinken modern. Maar deze projectie van eigentijds vocabulaire op de geschiedenis is misleidend. Wat te denken van: ‘Tot de tweede helft van de jaren dertig was het Israëlisch-Palestijnse conflict een probleem dat op het internationale politieke toneel nog niet veel stof deed opwaaien.’ Logisch, want Israël bestond nog niet.

Vervolgens versimpelt Malcontent de oorzaak van de Klaagmuurrellen in 1929 tot ‘irritaties over en weer’, terwijl een onderzoek van het toenmalige pro-Arabische Britse bestuur en gerenommeerde historici die leggen bij Arabische haatgevoelens. De revolte van 1936 zou ‘de geschiedenis ingaan als de Palestijnse opstand’, hoewel zelfs de meest doorgewinterde anti-Israëlische historicus van de ‘Arabische Opstand’ spreekt. Verder lezen we dat het Arabische bestuur in Palestina, het Arabische Hoge Comité, ‘alle Palestijnse politieke facties vertegenwoordigde.’ Malcontent vergeet dat Palestijnse Joden sinds de jaren twintig hun eigen bestuur hadden en dat een gezamenlijk Joods-Arabisch parlement mislukte: de grootmoefti wilde geen Joodse vertegenwoordiging.

Bij dit gescharrel gebruikt de auteur steeds de onfortuinlijke Arabier als middel om de Joodse aanwezigheid in Palestina te maskeren. Inderdaad: de meerderheid van de toenmalige Palestijnen was Arabisch, maar hieruit vloeit niet voort dat alle grond ‘Palestijns’ was: ‘Steeds meer Palestijnse grond kwam in Joods bezit.’ De Arabische grootgrondbezitters en Joodse landbouwgemeenschappen vielen onder Brits bestuur; grond wás nooit Palestijns, maar wel Brits en daarvóór Turks-Ottomaans zoals de auteur eerder zelf opmerkt over de Balfourverklaring: de Britse regering besefte dat zij ‘territorium weggaf dat nog altijd als Ottomaans gold.’

Bizarre episode

Altijd, maar vooral in een hoofdstuk bedoeld als ‘gids bij de zoektocht naar de basisingrediënten’, verwacht je van historici dat ze onafhankelijke waarnemers en geen deelnemers zijn. Dat de Palestijnse president Abbas de Palestijn misbruikt, zijn gewelddadig optreden logisch acht en het verleden inzet om de Joodse aanwezigheid te kritiseren, zoals onlangs in zijn ‘geschiedenisles’, is zijn volste recht. Maar past dit een Nederlandse historicus? Waarom heeft Malcontent zijn keuzes niet zoals gebruikelijk toegelicht in een inleiding?

Verder stapt de auteur in zijn betoog over het Nederlandse beleid nogal lichtvaardig heen over een bizarre episode uit onze recente geschiedenis. Terwijl de onderhandelingen met Indonesische nationalisten in volle gang waren, weigerde de regering-Drees de staat Israël te erkennen om de Indonesische bevolking niet te kwetsen. Oftewel: om het Aziatische wingewest te behouden spreidde Den Haag, na een bloedige koloniale oorlog waarin Indonesische burgers met duizenden tegelijk werden uitgemoord, opeens een huichelachtige compassie tentoon. Malcontent is steeds kritisch over (het Joodse en Britse) kolonialisme, maar kennelijk verdwijnen zijn bezwaren indien de onderdrukker anti-Israël is.

Onthullend zijn de beschrijvingen van de worsteling met het Israëlisch-Palestijnse dossier van achtereenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Diplomaten en ambtenaren in Den Haag gaan de meeste bewindslieden voor in het omarmen van de Palestijnse zaak. Malcontent betreurt het dat sommige ministers, eenmaal uitgedaagd in de Tweede Kamer, de pro-Palestijnse adviezen van de ambtenarij doodleuk terzijde schuiven. Opnieuw legt de koelbloedige historicus het af tegen de geëngageerde docent. Hij noemt Uri Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken van 2010 tot 2012, een ‘spelbreker’ en het CDA een partij met ‘pro-Israëlische grondhouding’ als ‘voorgeschreven dogma’.

Maar in een parlementaire democratie blijken welwillende ambtenaren niet strikt vereist voor een ommezwaai. Vrijwel onopgemerkt – onbesproken in Een open zenuw – voltrok zich in de Tweede Kamer in 2016 een heuse revolutie: het CDA stemde voor een aantal anti-Israëlische moties van de oppositie. Wie had gedacht dat die sinds mensenheugenis hondstrouwe steunpilaar van de Joodse staat Nederland in één klap zou bekeren?

Malcontent zeker niet. Hij blijft zich afvragen waarom Nederland anno 2017 nog steeds een relatief pro-Israëlisch land is en trekt alle registers open om het bestaansrecht van de Joodse staat in twijfel te trekken. Uiteindelijk is Een open zenuw in zijn genre als kritische kanttekening bij Israël een aanrader en een standaardwerk voor iedereen die wil weten hoe ‘weldenkend Nederland’ aankijkt tegen het 70-jarige Israël.