Docent Richard de Groot speelt verschillende rollenspellen met zijn leerlingen voor de mbo-opleiding particulier beveiliger. Het aantal particuliere beveiligingsbureau’s is in tien jaar zo goed als verdubbeld.

Foto’s David van Dam

Een beveiliger gebruikt zijn mond, niet zijn vuisten

Opleiding beveiliger

Vandaag staat een beveiliger voor de rechter die een 32-jarige feestganger zou hebben doodgeschopt. Op het mbo in Rotterdam leren ze juist te de-escaleren.

Een jongen staat achter de balie als een man binnenstampt. „Ik sla je kop in elkaar. Ik maak je dood! En je vrouw ook!”, roept hij. Tegen de jongen: „Heb jij dat rapport over mij geschreven? Hè!? Hè!?”

De man is Richard de Groot, praktijkdocent bij het Albeda Facilitair & Veiligheidscollege in Rotterdam. De jongen is student aan de opleiding particulier beveiliger. Maar nu is De Groot even meneer Mulder die gisteren een boormachine ontvreemdde. Hij werd betrapt door de beveiliger, de student, die een rapportage opstelde. Zo hoort het. Mulder komt een dag later verhaal halen. Richard de Groot speelt hem met zichtbaar genoegen.

„Meneer!”, zegt de jongen. „Meneer, ik zet nu een stap naar achteren. U blijft nu daar.”

Dat was prima, zegt docent De Groot later tegen zijn student en tegen de klas. „Je moet handelen als een beveiliger. Je verheft je stem niet, je blijft rustig en bent duidelijk. Je doet een stap terug voor je eigen veiligheid. Maar je wijst tegelijk de boze man op zijn plek. Je moet duidelijk maken dat als hij kalmeert, je bereid bent met hem te praten.”

Hoe agressief de man of vrouw tegenover je zich ook gedraagt, een beveiliger gebruikt geen geweld, leren de studenten. Als de beveiliger hulp nodig heeft, belt hij de politie.

Docent Richard de Groot speelt verschillende rollenspellen met zijn leerlingen voor de mbo-opleiding particulier beveiliger. Het aantal particuliere beveiligingsbureau’s is in tien jaar zo goed als verdubbeld. Foto’s David van Dam

De beveiliger die vandaag voor de rechter staat, heeft zich niet aan die strikte protocollen gehouden, zo lijkt het. Totaal niet zelfs, hij wordt verdacht van doodslag. Hij zou tijdens een feest in de Rotterdamse binnenstad na een woordenwisseling met een feestganger de man hard hebben geschopt. Zo hard dat de man later overleed aan zijn verwondingen.

De-escaleren

Niet je vuist, maar je mond is het belangrijkste wapen van een beveiliger, leren studenten op de opleiding voor Particulier beveiliger. Die mbo-opleiding niveau 2 aan het Albeda is populair: jaarlijks zijn er zo’n 1.150 aanmeldingen voor de 250 plaatsen, zegt onderwijsleider Frank Lindeman.

Niet iedereen is geschikt voor het vak, zegt Lindeman. „Lang niet alle jongeren die zich aanmelden, beseffen wat het werk inhoudt. ‘Ik zit op vechtsport’, zeggen ze dan.”

Als beveiliger ben je niet drie keer per dag boeven aan het achtervolgen, zegt Lindeman. „Vaak gebeurt er helemaal niets, maar je moet toch altijd alert zijn.”

Er wordt behoorlijk wat van studenten verwacht, zegt Lindeman. „Ze moeten sociaal vaardig zijn en weerbaar, ze moeten hun agressie in de hand houden en kunnen de-escaleren.” Vooral dat laatste woord – de-escaleren – valt vaak tijdens de opleiding. Lindeman: „Natuurlijk trainen we ze op al die onderdelen. Een deel valt aan te leren, maar een deel moet je in je hebben.” Een stap terugdoen en toch je borst omhoog houden en gezag uitstralen, dat heeft niet iedereen in zich.

Herman

Herman is een blauwe overall gevuld met zaagsel. Als een lappenpop ligt Herman op de grond. Zijn collega (docent Richard de Groot) staat er paniekerig naast. Een van de studenten heeft een portofoon in zijn hand. Hij is de beveiliger. De Groot roept hem op. Met overslaande stem: „Herman ligt hier. Net stond hij nog. Ik draai me om, vraag: ‘Herman wil je nog koffie?’ Opeens ligt hij. Hij ademt nog wel.”

De jongen met de portofoon weet even niet wat hij moet doen. De Groot helpt hem. „Wie waarschuw je?” „De familie”, zegt de jongen. „Goed”, zegt De Groot, „maar dat kan later. Wat doe je eerst?” Hij kijkt de klas in. „Hulp roepen voor Herman”, oppert een meisje met blonde paardenstaart. „Precies”, zegt De Groot. „Het kan zijn dat hij te veel heeft gedronken. Het kan ook zijn dat hij een hartaanval heeft gekregen.”

Wat later legt De Groot zijn studenten uit dat informatie verzamelen hun belangrijkste taak is als beveiliger. „Kijk goed wat er aan de hand is. Lees de instructies voordat je met je dienst begint. En elke situatie kan je aan met de 7 W’s: wie, wat, waar, wanneer, waarom, waarmee, op welke wijze?”

Het vak van beveiliger zit in mijn genen, zegt Bjorn Plak (25). „Ik draag graag bij aan minder criminaliteit in Nederland.” Hij weet goed dat hij als beveiliger beperkte bevoegdheden heeft. „Alleen al door er te staan met die V op je uniform kan je ervoor zorgen dat mensen zich aan de regels houden. En je kunt waarschuwen. Dat is je rol.”

Natuurlijk is hij weleens bang, zegt hij. Agressie kom je nu eenmaal tegen als beveiliger, al zijn mensen vooral boos op je uniform. „Je moet het niet persoonlijk nemen en geen vrees laten zien.”

Nick Daalmeyer (19) wilde het liefst bij de bereden politie. Toen dat niet lukte, was beveiliging een goede tweede keus. „Als ik mensen een veilig gevoel kan geven door er te staan, dan is dat mooi.” Hij werkt al naast zijn studie als steward en weet hoe gasten hem kunnen uitdagen. „Je moet er boven staan”, zegt hij.

Kameleon

Beveiligers moeten alleskunners zijn, zeggen docenten Patrick Karreman en Cees Kapteijn. „Het beveiligen van een groot evenement met duizenden mensen is heel anders dan een supermarkt”, zegt Karreman. „Bij het evenement speelt crowd control een belangrijke rol. Bij de supermarkt moet je klanten het gevoel geven dat ze welkom zijn, en potentiële winkeldieven laten merken dat je ze in de gaten houdt.”

Kapteijn: „Liefst op een vrolijke, gastvrije manier, zodat mensen zich niet aangevallen voelen. Als er iemand de winkel binnenkomt, van wie je weet dat hij weleens iets heeft gestolen heeft: ‘Pas je op dat er niets in je tas valt?’”

Lees ook het interview met Peter Hoes, voorzitter van de brancheorganisatie: ‘Iedereen kan in de beveiliging gaan’

Karreman: „Als beveiliger moet je kijken, kijken, kijken en vooral veel geduld hebben.”

Kapteijn: „Als je voor de deur staat bij een feest, ga je weer in gesprek.”

Karremans: „Soms moet je mensen weigeren, dan kan je het beste eerlijk zijn: ‘Je bent niet volgens de dresscode gekleed.’ Of: ‘Er zijn honderd man binnen, meer worden niet toegelaten.’”

Kapteijn: „Je moet je als een kameleon aan elke situatie aanpassen.”

    • Sheila Kamerman