Het stukje Italië van Rubens in Antwerpen

Kunst op reis Waar werkten en leefden kunstenaars? Deze week Peter Paul Rubens in Antwerpen.

Foto Ans Brys

Robuuste mannen met opbollende spieren trekken Jezus’ kruis recht, ondertussen gulpt het bloed uit zijn polsen. Terwijl aan de andere zijde van de Antwerpse kathedraal wordt voorgelezen uit het Nieuwe Testament, kijk ik naar de triptiek waarmee de Vlaamse meesterschilder Peter Paul Rubens de barok in de Lage Landen introduceerde: De Kruisoprichting (1609-1610). Toen Rubens dit werk maakte was in de Zuidelijke Nederlanden de contrareformatie bezig, ook als reactie op het calvinisme in de Noordelijke Nederlanden. Religie werd er aan de man gebracht via levendige, overdadige schilderijen vol emoties die niet zouden misstaan in een hedendaags bioscoopdrama, bedenk ik terwijl ik voor een ander Rubenswerk sta in de kathedraal: De Kruisafneming (1611-1614). Dit latere werk is wat rustiger, maar het levenloze lichaam van Jezus is dan weer behoorlijk angstaanjagend.

Ik ben op weg naar het huis en het atelier van de Vlaamse Meester in Antwerpen en maak een paar tussenstops op plekken waar zijn werk te zien is. Rubens’ schilderijen hangen in musea over de hele wereld, van New York tot Sint-Petersburg. In Antwerpen hangen zijn werken verspreid door de hele stad, maar kun je ook talloze plekken bezoeken waarvoor zijn beroemde schilderijen bedoeld waren. Rubens schilderde niet met de witte museummuren van het Louvre in gedachten, maar voor barokkerken als de Sint-Carolus Borromeus of het patriciërshuis van zijn goede vriend en mecenas burgemeester Nicolaas Rockox.

Rubens’ eigen huis, een stadspaleisje met binnentuin en schildersatelier staat vlak bij de grootste winkelstraat van Antwerpen, de Meir. De schilder liet het pand in 1610 verbouwen, zodat het hem herinnerde aan Italië, waar hij acht jaar had gewoond. Aan de triomfboogachtige portiek op het binnenplein, die Rubens zelf ontwierp, merk je dat hij een superster geweest moet zijn in zijn tijd, iemand met geld én smaak.

Tegenwoordig wordt de stroom bezoekers de woonvertrekken van Rubens binnengeleid via een klein kamertje behangen met goudleer. Het opmerkelijkste op de begane grond: de kunstkamer. In die periode richtten rijke verzamelaars wel vaker zalen in om hun mooiste kunstwerken samen te presenteren. Rubens ging nog een stapje verder: aan het uiteinde van zijn kunstkamer liet hij een halfrond marmeren tempeltje inrichten, geïnspireerd door het Pantheon in Rome.

Het atelier van Rubens, een immense ruimte met grote ramen, is tot de nok gevuld met schilderijen, van een half afgewerkt oorlogstafereel tot een zelfportret van Rubens’ meest getalenteerde leerling Anthony van Dyck. Op dit moment steelt vooral een zelfportret van Rubens uit ca. 1630 de show. Na een restauratie van veertien maanden is het sinds deze maand terug in het huis waar het altijd heeft gehangen. Nu talloze lagen vernis zijn weggehaald, valt plots op hoe blozend en met van gezondheid blakende rode lippen de dan vijftiger zichzelf heeft afgebeeld. Tien jaar nadat hij dit werk schilderde, zou de meester in zijn Antwerpse woning sterven.

Eerder deze week werd er een Rembrandt ontdekt. Lees hier hoe kunsthistoricus Jan Six deze vondst deed.
    • Sabeth Snijders