Recensie

De liefste GTI sinds het oermodel

Volkswagen heeft een autootje gebouwd dat gevoel en verstand herenigt, vindt : praktisch en zuinig.

Volkswagen UP! GTI bij Auto Muntstad in Utrecht-De Meern. Foto Merlijn Doomernik

In 1976 kwam Volkswagen met de Golf GTI, de eerste hot hatch. Een gewone driedeurs met de ballen van een sportwagen. Hij had 110 pk. Elke duffe middenklasser van vandaag is gespierder. Maar hij woog niks, 810 kilo. Je kon er dus hard mee. En hij zag er beschaafd uit. Een enkel streepje, een GTI-badge op de grille, dat was het. Het perfecte understatement.

Dat bleef hij niet lang. Zijn komst werd door de concurrentie gepareerd met steeds potiger asfaltkrijgers die VW dwongen hogerop te gaan. Er moesten spoilers op, er moesten grotere motoren in, de uitlaatbakkers kregen een dagtaak aan de pijpen. Zo nam hij allengs afstand van het volk dat hem aanvankelijk nog kon betalen. De monsterlijkste GTI van nu, 245 pk, kost ruim boven de veertig mille. Daarboven troont voor 55.000 euro nog een R, de über-GTI met 310 pk.

Voor het gewonere publiek bouwde VW dan maar een kleinere. Dat werd de Polo GTI, die intussen ook op 200 pk voor minstens 30.000 euro zit. Het budgetgat vulden ze met de Up!, het lieftallige stadskubusje dat al jaren meegaat en nog steeds de best ontworpen auto in zijn klasse is. Ze legden er een driecilinder met een turbo in, de 115 pk eenliter die je in elke VW, Skoda, Seat en kleine Audi tegenkomt. Hij kreeg rondom GTI-logo’s en 17 inch velgen. De retroruitjesbekleding van de eerste GTI krijg je er standaard bij. En toen was er een Up! GTI. Te koop voor 20.000 euro, als je van een schuifdak of een automatische klimaatregeling afziet. Dit is in micromaat de volkssporter die bij VW te lang is weggeweest.

Eén uitlaatpijpje

Voor zijn betaalbaarheid is hard bezuinigd. Een GTI met maar één uitlaatpijpje en maar een klein hoekje ledjes in de koplampen, ongehoord. Het infotainmentschermpje is piepklein, maar groot genoeg voor de achteruitrijcamera, je streaming-data en de zenderinformatie. De navigatie tap je af via je telefoon, die je vastklikt in een demontabele houder bovenop het dashboard. Met de klemmen komt mijn zwakbegaafde motoriek niet in het reine. Bovendien moet er een iPhone in. Dat vind ik stom, wij Samsungmensen hebben ook rechten.

Hij haalt 196 km/u en 0-100 in iets minder dan negen seconden. Of je dat GTI-waardig vindt, hangt af van wat je als een sportwagen beschouwt. Tegen de echte hot hatches van nu heeft hij geen schijn van kans. Anderzijds: die moet je in Nederland niet hebben. Het land is er te klein voor. Ze gaan zo hard dat je permanent op de rem staat; je wordt de gijzelaar van hun enorme krachten. Dat lijden neem je weg door het vermogen terug te dringen. Maak zo’n auto iets langzamer en je voelt je sneller, want je kunt langer doortrappen voor je de snelheid hebt bereikt waarop de grote jongens in de ankers moeten. Je hebt meer vrije ruimte en dus meer plezier.

970 kilo

Het is geen echt GTI-plezier, daar is de Up! te ongevaarlijk voor. Hij stuurt te licht, het onderstel is te bezadigd voor grof bochtenwerk, en vanuit stilstand komt het wagentje te makkelijk op gang. Dat is de schuld van de turbomotor die is gemaakt om grotere concernmodellen vlot vooruit te krijgen, en hier zo goed als niks omhanden heeft. In alle zes versnellingen, jawel, kan de veel lichtere Up! (970 kilo) het voornamelijk op zijn enorme trekkracht van 200 Newtonmeter af. Veel toerenspektakel komt er niet bij kijken. Snel ben je toch wel, en de liefhebber voelt zich nog meer mans door de hilarische elektronische geluidsversterking die het motortje laat vroemen als een zescilinder. Van mij mag het uit.

Ongelooflijk; het pretentieuze VW heeft een autootje gebouwd dat gevoel en verstand herenigt. Hij kost weinig, is net zo praktisch als gewone Ups, biedt de vooral in druk verkeer veilige krachtreserves van grotere auto’s en is vreselijk zuinig; ik heb er even 1 op 20 mee gereden. Hij is zelfs te koop met vier deurtjes, die je achterpassagiers wel moet gunnen. In de tweedeurs is de achterbank, waar je best redelijk zit, voor volwassenen ondanks de grote voorportieren onbereikbaar.

Dit is de liefste GTI sinds het oermodel. Wie zich in dit land wil vermaken neme geen Golf R, geen BMW M5, geen Porsche Boxster; men neme dit. Het is genoeg, en meer dan dat.

    • Bas van Putten