Opinie

Een welkome partner voor het bruto binnenlands product

Brede welvaart

Het blijft goed gaan met de Nederlandse economie: dinsdag rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het volume van het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal 0,5 procent hoger lag dan in het kwartaal daarvoor, en 2,8 procent hoger dan een jaar geleden. Het bbp is de bekendste indicator van hoe met onze welvaart gaat. Terecht is daar een groeiende kritiek op. Dat ligt allereerst aan het concept van het bbp, zijn voorganger bnp en andere uitkomsten van de moderne nationale rekeningen zoals die sinds de jaren dertig van de vorige eeuw zijn ontwikkeld. Vervuilende activiteiten tellen bijvoorbeeld mee, het opruimen daarvan ook. Het vaststellen van de onderliggende prijsontwikkeling, om zo tot een ‘reële’ groei van de economie te komen, is soms meer een kunst dan een wetenschap. De kwaliteit van goederen en diensten kan stijgen, en om dat in een correcte prijsontwikkeling te vatten is knap ingewikkeld. Vier jaar geleden ontdekten economen van de Wereldbank bijvoorbeeld dat zij de prijzen in China dermate hadden onderschat dat het Chinese bbp fors hoger was dan tot dan toe was aangenomen.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Aan de andere kant is er een groeiende behoefte om de kwaliteit van leven uitgebreider te beschrijven dan enkel door het tellen van de toegevoegde waarde in economische processen. De OESO, de club van rijke industrielanden en een voornaam hoeder van de internationale economische statistiek, kwam al in het vorige decennium met zijn Better Life index. De Verenigde Naties hebben een Human Development Index. Hoewel indices als deze bedoeld zijn als antwoord op de vraag naar een bredere kijk op welvaart, genieten zij relatief weinig bekendheid.

Een dag na de bekendmaking van het bbp presenteerde het CBS zijn Monitor Brede Welvaart. Hierin worden, in 21 indicatoren, zeven thema’s over welvaart bijgehouden, van gezondheid tot wonen, werken en leren, veiligheid of milieu. Dit komt terecht tegemoet aan de behoefte aan een alomvattender kijk op onze welvaart.

Het risico bestaat dat ook deze oefening, na aanvankelijk enthousiasme, wegzinkt in de vergetelheid. Daarom is het goed dat de Monitor Brede Welvaart voortaan elk jaar wordt gepresenteerd op Verantwoordingsdag, als in de Tweede Kamer wordt teruggekeken op de beleidsvoornemens van het kabinet. Door ieder jaar ook de Monitor onder de loep te nemen, is de kans groot dat ook de ontwikkeling van de brede welvaart in Nederland aandacht houdt.

Blijft de vraag waarom de nieuwe, alternatieve welvaartsmeter niet net als het bbp wordt gecondenseerd in één cijfer. Dat moet mogelijk zijn, maar de weging van de verschillende meetresultaten die eraan ten grondslag liggen is per definitie arbitrair. De discussie daarover zou vervolgens het begrip brede welvaart wellicht weer aan het oog onttrekken.

En het bbp zelf? Ondanks alle kritiek doet deze maatstaf het in de praktijk helemaal niet zo slecht. Krimp en groei worden er, al was het maar in richting, goed mee vastgesteld. Het bbp is internationaal gestandaardiseerd en maakt vergelijkingen mogelijk. En het is een onmisbare factor in talloze nuttige berekeningen – denk bijvoorbeeld aan de overheidsfinanciën. Nu er een compagnon is die het verloop van andere aspecten van de samenleving coherent volgt, is dat winst. Welvaart gaat tenslotte om meer, veel meer, dan werk, inkomen en productie alleen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.