Voor de verslaafde hacker diende Facebook als bank

Rechtszaak Webwinkelbouwer Jean P. gebruikte gegevens van klanten om ze te kunnen bestelen. Zo kon hij zijn verslaving bekostigen.

Om elf uur ’s avonds, april 2016, ontvangt Wiesje de Vries uit Sneek via Facebook een berichtje van toneelvriendin Janette. De vriendin organiseert als verrassing een uitje voor haar man. Ze vraagt of De Vries 200 euro kan voorschieten, want als de vriendin het zelf betaalt, ziet haar man dat terug op het rekeningafschrift – weg verrassing.

Janette geeft De Vries een rekeningnummer dat niet van haar is, waarop ze het bedrag moet storten. De Vries (71): „Mijn ego was gestreeld. Ze dacht kennelijk dat ik veel geld had.”

Wat De Vries niet weet, is dat het niet haar toneelvriendin is met wie ze chat, maar Jean P. Hij heeft het Facebookaccount van de toneelvriendin gehackt en benadert zo haar Facebookvrienden en -bekenden om geld te ‘lenen’. Dat zien ze niet meer terug. Jean P. haalde, volgens politieonderzoek, bij vierhonderd mensen deze leentruc uit. Daar moet P. (37, zwart colbert, blauw overhemd, bril met dik montuur) zich deze dinsdag in de rechtbank van Leeuwarden voor verantwoorden. Het Openbaar Ministerie (OM) houdt hem onder meer verantwoordelijk voor internetoplichting, identiteitsfraude en witwasserij. Verder zou P. via bol.com op andermans naam talrijke iPads en stereo-installaties hebben besteld.

Wat het aantal slachtoffers betreft is dit de omvangrijkste internetoplichtingszaak van de rechtbank Noord Nederland ooit, volgens de rechtbank zelf. En, zegt officier van justitie Gerben Wildrink, ook „cyberofficieren in de rest van het land hebben nog nooit zo’n grote zaak gehad”.

Ooit stond P. te boek als een betrouwbare computerexpert, vertelt Oege de Jonge NRC desgevraagd. Met diens schoondochter begon P. zo’n acht jaar geleden een IT-bedrijfje dat webwinkels bouwt. De Jonge voorzag een gouden toekomst. „We zouden samen een paar tonnetjes verdienen, dacht ik.”

Maar al snel merkte hij dat P. afspraken niet nakwam, opdrachten bleven liggen. P. bleek gok- en drugsverslaafd. Hij gebruikte amfetamine om ’s nachts online te pokeren.

Oplichting moest zijn verslaving bekostigen, erkent P. tegenover de rechter. „Alle waarden en normen vervaagden.” Op de websites die hij bouwde, bracht hij stiekem code aan om mailadressen en wachtwoorden van gebruikers te kopiëren – honderdduizenden, volgens het OM. Die gebruikte P. om online bestellingen te doen en Facebookaccounts te hacken.

Bij de Facebooktruc verdiepte P. zich in de taal van degene die hij imiteerde door conversaties te lezen. De rechter: „Het is alsof u inbreekt en door de spullen rommelt, maar dan digitaal. Begrijpt u de wat voor inbreuk dat op de privacy is?”

P. knikt: „Ja, daar schaam ik me heel erg voor.”

Twee jaar geleden werd P. gearresteerd in een hotel in Zwolle, nadat de politie hem al een tijdje had gevolgd. Op zijn laptop trof ze een berg aan bewijsmateriaal.

Inmiddels heeft P. zijn leven gebeterd, zegt hij. Hij is afgekickt van de drugs en houdt zich verre van het gokwereldje. „Mijn geld verdien ik nu legaal.”

Over enkele weken volgen de strafeis en het pleidooi van de verdediging in deze zaak.

    • Martin Kuiper