Verantwoordingsdag is nu interessanter dan anders

Algemene Rekenkamer Deze woensdag is een definitief beeld op te maken van hoe het kabinet-Rutte II het in zijn heel lange regeerperiode heeft gedaan.

Door logistieke problemen bij Defensie bleven in 2015 helikopters aan de grond. Vorig jaar kreeg het departement vijf gele kaarten van de Rekenkamer. Foto Hennie Keeris/ANP

Geen koetsen, geen hoedjes, geen Troonrede.

De derde woensdag van mei gaat altijd veel geruislozer voorbij dan de derde dinsdag in september. Verantwoordingsdag – over het voorafgaande jaar – heeft lang niet de ceremoniële status van Prinsjesdag – met de Miljoenennota voor het komende jaar – en is in politieke zin ook aanzienlijk minder spannend. Politici kijken nu eenmaal liever naar de toekomst dan naar het verleden. Het is voor hen ook prettiger, en gemakkelijker, om mooie plannen te maken en beloftes te doen dan bestaand beleid kritisch onder de loep te nemen.

Toch lijkt de Tweede Kamer meer betekenis te willen geven aan Verantwoordingsdag. Althans, aan de inhoudelijke kant ervan. Dat is het controleren van de jaarverslagen van de verschillende bewindslieden en van het overkoepelende financiële jaarverslag. Inmiddels hebben bijna alle vaste Kamercommissies uit eigen kring twee rapporteurs aangesteld die de komende weken nauwgezet de verantwoordingsstukken gaan controleren. Bij deze door voormalig VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg ontwikkelde controle staat de vraag centraal of de betrokken bewindspersoon de ooit gemaakte beloftes in de begroting voor 2017 heeft waargemaakt. Dat gebeurt aan de hand van een zo apolitiek mogelijke scorekaart met objectieve vragen.

De eerste proeve van deze toets is, als vanouds, gedaan door de Algemene Rekenkamer, die deze woensdag met een afzonderlijke rapportage komt waarin het beleid van het kabinet en de verantwoording daarover wordt beoordeeld. De grote stapel rapporten is dit keer interessanter dan anders. Het gaat om 2017, het laatste (bijna volle) jaar van het vorige kabinet. Gevoegd bij de edities 2013-2016 is dus een definitief beeld te geven van hoe Rutte II het in die lange regeerperiode heeft gedaan.

Bedrijfsvoering op orde?

Uit recente macro-economische berichten van het Centraal Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) weten we dat het macro-economisch goed is gegaan met het land. Onder Rutte II is de economie uit recessie gekomen en zijn de overheidsfinanciën gezond geworden. De vorige minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem (PvdA), liet een begrotingsoverschot van 1,1 procent na.

De afzonderlijke jaarverslagen van de departementen geven antwoord op andere vragen: hebben de bewindslieden van de vorige regering hun werk goed gedaan? Zijn de belastingopbrengsten rechtmatig besteed? En hebben zij de bedrijfsvoering op de ministeries op orde – of op orde gebracht?

Het beeld in de eerdere Rekenkamer-rapporten was steeds vergelijkbaar: met de rechtmatigheid van de besteding (en overigens ook de inning) van overheidsgelden was niets mis. Het rechtmatigheidspercentage ligt al jaren op ruim 99 procent. De nog wel geconstateerde ‘fouten en onzorgvuldigheden’ vallen binnen de tolerantiegrens van 1 procent.

Op het gebied van bedrijfsvoering blijken verschillende departementen minder zorgvuldig of kundig te zijn, vaak hardleers en in sommige gevallen gewoon onverbeterlijk. Het aantal waarschuwingen die de Rekenkamer uitdeelt – in vaktermen: ‘onvolkomenheden’ – daalt de laatste jaren, maar weg waren ze nooit: van 47 in 2012 tot 35 in 2017.

Ernstige onvolkomenheden

Drie departementen zijn notoire zorgenkindjes als het gaat om goede uitvoering van beleid: Defensie, Justitie en Financiën. Zij scoren nog veel onvolkomenheden, en twee jaar geleden nog zelfs ernstige onvolkomenheden. Veel organisatorische problemen komen door krakkemikkige automatiseringssystemen – denk aan de Belastingdienst – of gebrekkige inkoop van nieuw of onderhoud aan bestaand materieel.

In 2016 waarschuwde Rekenkamer-president Arno Visser toenmalig staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën nog dat een eenvoudige wijziging van fiscale tarieven voor de Belastingdienst al „ondoenlijk” kan zijn. En bij Defensie was de operationele inzetbaarheid van het leger „in ernstige mate beperkt”.

Vorig jaar maakte de Algemene Rekenkamer zich bij alle overheidsdiensten grote zorgen om het tekortschietende personeelsbeleid bij het Rijk.
Dit jaar constateert de Rekenkamer twee nieuwe ‘ernstige onvolkomenheden’: eentje bij de ICT-beveiliging bij de Rijksdienst Caribisch Nederland, een onderdeel van Binnenlandse Zaken. En eentje ten aanzien van het subsidiebeheer van het ministerie van VWS.Op een krapper wordende arbeidsmarkt dreigt een chronisch tekort aan cruciale, met name ICT-gerelateerde overheidsfuncties.
Dat zijn de interessante kwesties om deze woensdag naar uit te zien. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) die deze woensdagochtend de rapportcijfers over zijn voorgangers in ontvangst nam, zal zelf verbetering bij de huidige kabinetsploeg moeten entameren.

Er is nog een reden om dit jaar met extra belangstelling naar Verantwoordingsdag uit te kijken. Op verzoek van de Tweede Kamer komt er voor het eerst een aparte rapportage over de zogeheten ‘brede welvaart’. Hoe staat het land er voor in andere termen dan alleen op het bbp gebaseerde economische waarden? De Monitor Brede Welvaart van het CBS geeft inzicht op ontwikkelingen op het gebied van onder meer duurzaamheid, gezondheid, opleidingsniveau. Dit rapport zal volgende week, inclusief kabinetsreactie, deel uitmaken van het Verantwoordingsdebat.

Update: dit artikel is naar aanleiding van de openbaarmaking van het Rekenkamer-rapport ‘Staat van de rijksverantwoording’ woensdagochtend 16 mei 2018 geüpdatet met de cijfers over 2017.

    • Philip de Witt Wijnen