Van honderd sloffen sigaretten naar 260 kilo cocaïne

Urker vissers Johannes N. begon met de smokkel van sigaretten om het hoofd boven water te houden. Hij eindigde in de greep van de cocaïnemaffia.

De kotter Z181 in de haven van Lauwersoog. Foto Vincent Jannink/ANP

Johannes N. zoekt oogcontact met zijn familie bij het verlaten van de rechtszaal. Hij is zojuist tot vier jaar cel veroordeeld voor het aan land brengen van 260 kilo cocaïne met zijn kotter, de Z181. De Urker visser is woensdagmiddag de enige van de vijf verdachten die is komen opdagen voor de uitspraak van de rechtbank in Amsterdam, en het is niet helemaal duidelijk of N. opgelucht is als hij vertrekt.

Van de aanwezige familieleden zijn enkelen na afloop in tranen. Vier jaar cel is fors voor iemand zonder noemenswaardig strafblad. Maar zijn kotter wordt niet verbeurd verklaard, zo heeft de rechtbank besloten. N. is namelijk niet de enige eigenaar. De Z181 is voor alle eigenaren een bron van inkomsten, overweegt de rechter in haar uitspraak.

Drie andere vissers krijgen celstraffen tussen 3 en 5 jaar. De Montenegrijnse hoofdverdachte Dalibor D. krijgt de zwaarste straf: 6 jaar gevangenis. Volgens de rechtbank staat vast dat hij als enige direct contact had met de organisatoren achter het cocaïnetransport. Dat zijn drie mannen die nu in voorlopige hechtenis zitten en die apart worden vervolgd voor de cocaïnesmokkel en betrokkenheid bij andere strafbare feiten.

Een van die drie is ook een Urker: Leendert R. Hij is eigenaar van een zalmrokerij, bezit horeca-vastgoed en is in het verleden in Frankrijk vervolgd voor betrokkenheid bij hasjsmokkel, en uiteindelijk vrijgesproken. Volgens de lokale krant op Urk, Het Urkerland, is R. in het verleden ook betrokken geweest bij sigarettensmokkel.

Johannes N. heeft tegenover de rechtbank verklaard dat hij zelf eveneens betrokken is geweest bij sigarettensmokkel. Zo heeft hij R. leren kennen.

Op internationale wateren wordt geen accijns geheven op sigaretten, Ook vissers maken daar gebruik van. Ze mogen voor eigen gebruik die goedkope rookwaren aan land brengen. Toen de economische crisis de Urker vissers rond 2010 hard begon te raken, kon N. de verleiding daarvan niet weerstaan. Soms smokkelde hij wel honderd sloffen sigaretten, waarmee hij en zijn bemanning dan 1.000 tot 1.500 euro verdienden.

Volgens N. was het nodig om het hoofd boven water te houden. „Met dat geld kon moeder de vrouw elke dag naar de Albert Heijn”, vertelde hij de rechtbank.

Via deze sigarettensmokkel kwam Johannes N. terecht bij mannen die ook andere waren smokkelen: cocaïne. Onder bedreiging moest hij daarna wel meewerken met de cocaïnesmokkel. Uit berichten die zijn verstuurd met speciale PGP-telefoons blijkt dat er contact was tussen N. en een toestel dat volgens justitie in gebruik was bij R. Op basis daarvan vermoedt het Openbaar Ministerie dat Leendert R. als bemiddelaar heeft gefungeerd tussen de cocaïnesmokkelaars en de Urker vissers.

De rechtbank gelooft het verhaal dat de smokkelaars Johannes N. hebben gedwongen mee te helpen bij de smokkel. Maar dat maakt hem niet onschuldig, zo concludeerde de rechtbank in haar vonnis: „Het is bedenkelijk dat de legale visserij vermengd is geraakt met de illegale drugshandel.”