Urker vissers krijgen celstraf voor smokkel van cocaïne

Rechtszaak Volgens de rechtbank is „de legale visserij vermengd geraakt met de illegale drugshandel”.

De kotter Z181 (Dubbele senior) in de haven van Lauwersoog. Het schip is door de rechtbank niet verbeurd verklaard. Foto Vincent Jannink/ANP

De Amsterdamse rechtbank heeft een groep vissers uit Urk veroordeeld tot celstraffen van 3,5 tot 5 jaar voor betrokkenheid bij de smokkel van 260 kilo cocaïne. Aan boord van de kotter Z181 visten de mannen de partij cocaïne in juni 2017 op uit de Noordzee, waar handlangers de drugs overboord hadden gegooid van een containerschip dat afkomstig was uit Brazilië.

De kotter en zijn bemanning kwamen in beeld bij een onderzoek naar Naoufal F., een hoofdrolspeler in de hoofdstedelijke cocaïnemaffia die onlangs is veroordeeld tot 18 jaar cel voor betrokkenheid bij een mislukte liquidatie. Op basis van versleutelde berichten uit zijn zogeheten PGP-telefoon concludeerde de politie dat Naoufal F. en een aantal handlangers mogelijk betrokken waren bij cocaïnesmokkel.

Lees hoe de cokemaffia infiltreerde in vissersdorp Urk

De hoofdverdachte in de zaak, de Montenegrijn Dalibor D., was de enige die direct in contact stond met de organisatoren van het transport. Hij is conform de eis veroordeeld tot 6 jaar celstraf. Drie mannen met wie Dalibor D. in contact stond, worden ook nog vervolgd voor deze zaak en een aantal andere aanpalende strafbare feiten. Een van hen is de Urker Leendert R.

In de PGP-berichten die de organisatoren naar elkaar verstuurden kwam de naam naar voren van Johannes N., mede-eigenaar van de Urker Kotter Z181. Toen deze visser in juni van 2017 werd gezien met Dalibor D. en een aantal onderwereldfiguren uit Amsterdam, Noord-Holland en Urk, werd besloten de kotter in de gaten te houden. Dat leidde uiteindelijk tot de vondst van de drugs in een speciale ruimte. In het strafdossier van de zaak zitten aanwijzingen dat er naast de Z181 nog meer kotters uit Urk zijn gebruikt voor het aan land brengen van cocaïne.

Meegewerkt met OM

Johannes N. en zijn schipper Tiemen W. kregen respectievelijk 4 en 3,5 jaar cel opgelegd. Dat is lager dan de hoofdverdachten omdat beide mannen hebben meegewerkt aan het onderzoek en deels voor zichzelf belastende verklaringen afgelegd. Bovendien heeft Johannes N. onder dreiging meegewerkt aan de smokkel. Het schip van Johannes N. is niet verbeurd verklaard omdat daarmee ook mede-eigenaren zouden worden getroffen. Het schip is hun bron van inkomsten, aldus de rechtbank. Twee handlangers van de vissers, een Pool en een Urker, zijn veroordeeld tot respectievelijk 3 en 5 jaar celstraf.

De rechtbank oordeelde in lijn met het Openbaar Ministerie dat het bedenkelijk is dat „de legale visserij vermengd is geraakt met de illegale drugshandel”. Het OM stelde bij de strafeis dat er bij de vissers „maatschappelijk en moreel iets heel erg is misgegaan”. De inhoud van een aantal PGP-berichten leest volgens officier van justitie Koos Plooij als een „handboek cocaïnevisserij”. Het is te hopen dat deze strafzaak eraan bijdraagt dat dit verschijnsel de kop kan worden ingedrukt, stelde Plooij. „Vissers kunnen eerzaam een goede boterham verdienen met de gewone visserij, en horen niet te zwichten voor geld of druk vanuit de onderwereld om hun schepen te lenen voor cocaïne-import.”

    • Jan Meeus