Te veel ‘nare ervaringen’ op alle niveaus in de wielersport

Onderzoek De Koninklijke Nederlandse Wielrenunie KNWU presenteerde dinsdag de uitkomst van een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in de sport. Verbaal geweld, chantage en dwang zitten in de wielercultuur ‘ingebakken’.

FOTO Javier LIZON/EPA

Harde sport, dat wielrennen. Dat wist bijzonder hoogleraar sport en recht Marjan Olfers ook wel. Maar dit? „Jonge topwielrensters die onder elkaar trots vertellen dat ze niet ongesteld zijn, dat is toch niet normaal?” Geen menstruatie hebben als gevolg van extreem gewichtsverlies, want hoe minder kilo’s hoe harder je fietst. Alles voor een zo laag mogelijk vetpercentage. Een anonieme topwielrenster: „Er is altijd wel een ploegleider die zegt dat je te dik bent of een dikke kont hebt, of juist teveel bent afgevallen. (…) Je mensbeeld en wat gezond is raakt verknipt: zolang je maar licht bent, presteer je…”

Rapport ‘Opschakelen’

Het is een citaat uit het rapport ‘Opschakelen’, dat de Koninklijke Nederlandse Wielrenunie (KNWU) liet opstellen door onafhankelijk onderzoeksbureau Beke en de Vrije Universiteit. Onderwerp: grensoverschrijdend gedrag in de sport. Aanleiding waren getuigenissen van sporters over seksueel misbruik en intimidatie eind 2016, onder wie de (oud-) renners Petra de Bruin en Marijn de Vries.

Er is altijd wel een ploegleider die zegt dat je te dik bent of een dikke kont hebt, of juist teveel bent afgevallen

Anoniem Een topwielrenster

Zestig procent van de toprenners en een derde van de amateurs stellen in het onderzoek in het afgelopen jaar ‘nare ervaringen’ te hebben beleefd binnen hun sport. Juist bij de top, profwielrenners en leden van de nationale selecties, zijn de percentages het hoogst. De negatieve ervaringen variëren in die categorie van roddelen en pesten (28%) en dwang of chantage (41%) tot seksueel grensoverschrijdend gedrag (13%). Dit laatste betreft seksuele opmerkingen (acht meldingen), ongewenste aanrakingen (vier keer) en seksueel lastigvallen op sociale media (drie keer).

„Het is een cultuurkwestie”, concludeert criminoloog Anton van Wijk, die dinsdag samen met Olfers het rapport overhandigde aan KNWU-directeur Vincent Luyendijk. Met name verbaal geweld, chantage en dwang zitten volgens hem in de wielercultuur ‘ingebakken’. Ploegleiders, trainers maar ook ouders leggen vaak extreem veel druk op jonge sporters. Zo vaak, dat renners het bijna normaal beginnen te vinden. Van Wijk: „Het is een harde sport, ‘dit hoort erbij’ wordt dan al snel gezegd.”

Debat in Tweede Kamer

Eind 2017 presenteerde een commissie onder leiding van Klaas de Vries in opdracht van sportkoepel NOC*NSF en rapport over seksuele intimidatie en misbruik in de gehele sport, waarover de Tweede Kamer deze woensdag debatteert. De KNWU is de eerste sportbond die zelf onderzoek liet doen in de eigen sport. De onderzoekers enquêteerden digitaal en op anonieme basis 218 toprenners - profs en leden van de nationale selecties - en ongeveer 9.000 amateurs, van wie respectievelijk 113 en 2.070 ondervraagden reageerden. „Een hoge respons”, vindt Van Wijk.

Lees ook het interview met Klaas de Vries, voorzitter van de onderzoekscommissie naar misbruik in de sport

Bewust kozen de onderzoekers een andere invalshoek dan de commissie-De Vries. „Waarom zou je alleen naar seksuele intimidatie kijken en niet naar ongewenst gedrag in bredere zin”, vraagt Olfers retorisch. „Dit is het eerste onderzoek dat de breedte van de problematiek laat zien.” Voordeel van een bredere aanpak is volgens de hoogleraar sport en recht aan de VU dat je beter inzicht krijgt in sportspecifieke problemen. „In het wielrennen stuit je dan snel op de enorme druk die ligt op gewichtsverlies, vooral bij de vrouwen.”

Natuurlijk kende Olfers de problematiek al sinds de jaren negentig, toen Tourwinnaar en meervoudig wereldkampioen Leontien van Moorsel kampte met ernstige eetstoornissen en toenmalig bondscoach Piet Hoekstra in interviews openlijk de ‘dikke konten’ van zijn renners bekritiseerde. Rammagere toppers als viervoudig Tourwinnaar Chris Froome zijn ook bij de mannen een rolmodel. „Je ziet ook onderling tussen renners een enorme hardheid om maar zoveel mogelijk af te vallen. Zo wordt dit probleem genormaliseerd.” Veertien toprenners geven in de enquête aan dat ze zich ‘gedwongen voelden om gewicht te verliezen’.

Plegers zijn vaak mannen

Het onderzoek toont aan dat de plegers van grensoverschrijdend gedrag vaak mannen zijn, met een gemiddelde leeftijd van 36 jaar. Slachtoffer zijn meestal vrouwen tussen 12 en 21 jaar. Ongelijke machtsverhoudingen tussen begeleiders en sporters spelen een belangrijke rol. Liefst 43 renners maken melding van dwang of chantage door de ploegleiding. Daarbij gaat het niet alleen om gedwongen afvallen. Sporters geven aan dat ze geld moeten betalen om bij de ploeg te mogen blijven, of dat ze onder druk werden gezet meer uren te trainen dan ze aankonden. Wie niet luistert, wordt niet opgesteld.

In de jongere categorieën spelen volgens de onderzoekers ook ouders soms een negatieve rol. „Sommige ouders schelden niet alleen hun eigen kind uit maar ook andere kinderen”, zegt Van Wijk. „Kinderen worden bang, voelen zich niet meer prettig. Soms staat alles in het gezin in een buitensporige manier in het teken van wielrennen. Sommige kinderen verliezen daardoor het plezier in hun sport. Dat is ook de klacht van wielerbestuurders: ze stoppen al op jonge leeftijd.”

Laat door gerichte voorlichting zien dat grensoverschrijdend gedrag ook in de harde cultuur van het wielrennen niet normaal is, luidt de belangrijkste aanbeveling van de onderzoekers. De wielerbond moet meer oog hebben voor thema’s voeding en gewicht, evenwichtiger machtsverhoudingen tussen renners en teams en de rol van ouders binnen wielerclubs. „Ik zie dit rapport als een nul-meting”, reageerde KNWU-directeur Luyendijk. „We hebben de cijfers nu zwart op wit, van hieruit kunnen we aan veranderingen werken.” Eenvoudig zal het niet worden, weet hij op voorhand. „Dit gaat om gedragsverandering. Je kunt niet een knop indrukken waardoor ineens alles anders is.”