Recensie

Selectie in de vernieuwde Anningahof kan wat scherper

Beeldende kunst De bomen in de vernieuwde Anningahof moeten nog doorgroeien, maar de kunst in de beeldentuin bij Zwolle is aantrekkelijk, maar ook wat ‘elk wat wils’.

Anne Wenzel, ‘Under Construction (Fuck your Morals), 2016. Foto Steven van Welie

Natuurlijk gaat het nog jaren duren voordat de nieuw geplante bomen en nieuw geplante struiken op het voormalige boerenland zo hoog zijn dat de wilde klaver niet overal om zich heen grijpt. En natuurlijk duurt het nog jaren voordat de kikkers weer tussen de waterlelies kwaken in de nieuw aangelegde vijvers op de vernieuwde Anningahof. Het verhaal is bekend: particulier verzamelaar en voormalig bankmedewerker Hib Anninga legde jaren geleden op de landerijen rond de oude boerderij van zijn ouders (die hij in hun nadagen verzorgde) een landschapstuin aan waar hij hedendaagse beeldhouwkunst uit Nederland toonde. Maar twee jaar terug vrat de gemeente Zwolle een stuk van zijn tuin op in verband met de uitbreiding van de snelwegstructuur rond Zwolle. De troostprijs was gebiedsuitbreiding aan de andere kant van de hof.

Die gebiedsuitbreiding groeit nu aardig vol, inclusief het talud dat het geluid van de snelweg bijna letterlijk afgrendelt. Met 84 beelden op het landgoed, een kleine solo van Folkert de Jong in de zogeheten Lichthal en een groepstentoonstelling in de grote binnenruimte, is de Anningahof onlangs voor het vijftiende jaar open gegaan. De beelden buiten zijn gemaakt door een keur aan Nederlandse kunstenaars, van oud (Armando – met een laatste, monumentale bronzen ‘vleugel’ uit 2015) tot jong. Sommige beelden staan al jaren op de hof en zijn uitgegroeid tot oude vrienden (Cornelius Rogges Zielenschepen, Marc de Roovers majestueuze, schijnbaar in het gras wentelende, houten mega-schroef en Tom Claassens topwerk Hangende Mannen). Andere, zoals de keramische fuck-you amazones van Anne Wenzel, Rob Voermans Sonsbeek-succeswerk The Exchange en Nico Parlevliets bijzonder lichtvoetige geluidsmachine, komen van elders en vinden hier voorlopig (tot een koper zich meldt) een goed onderkomen.

Zaalzicht met werk van Folkert de Jong.

Foto Steven van Welie
Zaalzicht met werk van Folkert de Jong.
Foto Steven van Welie

Ook zijn er nieuwe werken. Merijn Bolink (1967) is een goede kant op gegaan met een Knopenset die aan dikke touwen van bomen naar beneden hangt: een verwijzing naar de carrousels van Bruce Nauman, maar abstract en vervreemdend groot. Ook Maartje Korstanje slaat een nieuw technisch pad in met een buitenbeeld van acrylhars, foam en (mooi verblekende) pigmenten.

Het meest experimentele, ‘groeiende’ werk is dat van Kim Habers & Yvon Ariese, die met Wetter laten zien hoe regen en wind poreus gesteente afbreken en een fragiele, versteende tekening zichtbaar maken.

Toch kleeft er ook een groot ‘maar’ aan de Anningahof – en dat is de selectie. Die kan en moet scherper. Nu is er voor ieder wat wils. Dat betekent dat er naast een aantal goede werken ook altijd een groep veel mindere werken is. Het zijn werken die draaien om een clou, die soms existentialistisch en vertrouwd figuratief zijn. Deze werken doen wat je als kunstenaar eigenlijk niet zou moeten willen dat een werk doet: de kijker bevestigen in wat hij al vermoedde dat de betekenis van het werk was.