Nee, ik wil geen koffie met je drinken

Netwerkverzoeken Netwerken kan nuttig zijn, maar wat als je continu verzoeken krijgt om koffie te drinken? „Ik reken inmiddels mijn uurtarief.”

Illustratie Roland Blokhuizen

Je kent het wel, verzoekjes via mail of sociale media om eens een keer koffie te drinken. Nu ben ik dol op koffie én op netwerken, helemaal als dat tot een mooie samenwerking leidt, maar toch kan een onophoudelijke stroom aan netwerkverzoeken best een worsteling zijn. Hoe zorg je dat je niet overvraagd raakt en dat zo’n koffiedate écht nuttig is?

Er was een tijd dat Fauzia Mahomed Radja (35) op ieder verzoek inging. Ze is eigenaar van adviesbureau FM Consultancy, dat zich specialiseert in strategisch management. „Ik dacht dat al die koffiedates er gewoon bijhoorden. Ik voelde me verplicht overal ja op te zeggen”, vertelt Mahomed Radja.

Ze is ook makkelijk te benaderen, want ze deelt haar expertise intensief via Facebook, LinkedIn en Instagram, waar van alles binnenkomt: „Van ondernemers die advies willen over hun bedrijf tot studenten die zich oriënteren op de arbeidsmarkt.” Het gevolg van al dat koffiedrinken: als ze eenmaal thuis was, was haar werk nooit af.

Dus pakt Mahomed Radja het tegenwoordig anders aan, en filtert ze verzoeken vooraf streng. „Bij teksten als ‘ik denk dat wij iets voor elkaar kunnen betekenen’, staan mijn haren gelijk al overeind. Hoe kun je nou, zonder me ooit te hebben ontmoet, weten wat ik van jou nodig heb?”

Waar let ze op nu ze selectiever is? „Ik onderzoek of het een potentiële klant is met een duidelijke, zakelijke vraag. Dan werkt het vaak sneller om eerst even kort te bellen.” De mensen die aankloppen voor advies, vertelt ze tegenwoordig haar uurtarief. „Dan valt ook alweer een deel af”, lacht Mahomed Radja. Voor jonge talenten, vaak studenten, maakt ze eens in de twee weken tijd. „Die zijn op zoek naar een rolmodel. Vaak mensen zonder budget, maar wél met goede ideeën.” De enige voorwaarde is dan dat ze haar lunch betalen. „Samen eten zorgt bovendien voor een ontspannen setting.”

Masterclass geven

Uitvaartondernemer Jurgen Theunissen (40) is bezig al zijn koffieverzoeken te organiseren. „Het worden er steeds meer, mede door mijn aanwezigheid op sociale media en in de pers”, legt hij uit. Theunissen krijgt bijvoorbeeld verzoeken van potentiële klanten die willen dat hij ooit hun uitvaart zal verzorgen en hem alvast willen ontmoeten. „Soms hebben we onze koffie nog niet eens op en zegt iemand: het is goed, we houden contact”, vertelt de ondernemer. „Lastiger zijn de uitnodigingen van mensen die meer willen horen over het uitvaartvak, of juist omdat ze een baan zoeken.” Theunissen vertelt graag over zijn werk en bedrijf, dat zijn naam draagt, maar er moet genoeg tijd over blijven voor de essentie van zijn vak: uitvaarten regelen.

Zijn oplossing? „Ik ga masterclasses uitvaartzorg organiseren, en lezingen geven voor mensen die meer informatie willen over een uitvaart. Zo hoef ik al die verzoeken niet af te wijzen, maar kan ik hen allemaal in één keer helpen.”

Theunissen denkt dat mensen vaak beter over een verzoek kunnen nadenken. „Ondernemers hebben over het algemeen weinig tijd, dus maak bij een uitnodiging meteen concreet wat je terug kunt geven. Het is leuk als ik verleid word tot zo’n koffiedate. Trakteer op lunch, ga na wie uit jouw netwerk interessant kan zijn, tip een artikel of boek, maak het zinvol.”

Hij krijgt weleens verzoeken met spelfouten, bijgevoegde cv’s waar geen aandacht aan besteed is of mails die verzonden zijn vanaf emailadressen die onprofessioneel overkomen. „Hoe slordiger het overkomt, des te eerder ik afhaak.”

Alleen maar bellen of mailen heeft óók geen zin: Offline netwerken is effectiever

Barrières opwerpen

Als mensen oprechte belangstelling tonen, maakt hij altijd eerst een belafspraak, vertelt Tom van der Lubbe (49). Hij is mede-oprichter van Viisi, een bedrijf dat hypotheekadvies geeft. Op de vraag wat ‘oprechte belangstelling’ dan is: als iemand laat blijken dat hij zich verdiept heeft in het werk dat hij doet. „Bij verzoeken via LinkedIn check ik wie onze gemeenschappelijke contacten zijn, wat iemand in zijn leven gedaan heeft en waarover hij op LinkedIn publiceert. Dat geeft me een idee van hoe serieus iemand is.”

Viisi verwierf bekendheid met zijn organisatievorm. Als een van de eerste bedrijven uit de financiële sector werkt het volgens de regels van een holacratie: managers of managementlagen zijn er niet en werknemers hebben niet één functie, maar wel vijf tot zeven rollen. „Sinds we daarmee in de pers kwamen, is het aantal koffieverzoeken fors toegenomen”, vertelt Van der Lubbe.

Daarom heeft hij wat ‘barrières’ ingebouwd. „Iedereen die koffie wil drinken om over holacratie te praten, kan zich eerst aanmelden voor een workshop, of bij ons een vergadering bijwonen.” Ook vindt Van der Lubbe het belangrijk duidelijk te vermelden waarvoor hij níét te porren is. „Op mijn zakelijke profiel kun je precies zien in welke thema’s ik geïnteresseerd ben én in welke juist niet.”

Wellicht speelt bij Van der Lubbe nog iets anders mee. Toen hij twintig jaar oud was, bleek hij uitgezaaide kanker te hebben. Hij had een overlevingskans van 20 procent. „Ik denk dat ik daardoor nog oplettender met mijn tijd omga, want ik weet dat het zomaar over kan zijn. Ik vind het onfatsoenlijk als je denkt dat je iemands tijd kunt ‘stelen’, zonder zelf een investering te doen. Maar: als ik zie dat iemand moeite doet, maak ik altijd tijd.”

    • Christel Don