Mogen kunstwerken sterven?

Grunberg in het Stedelijk #13

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Beeldebwerking Studio NRC

Het meelopen ’s ochtends met suppoosten, kassamedewerkers en andere medewerkers van het museum doe ik normaal gesproken met drie tot zes kunstenaars, maar de afdeling restauratie is populair. We zijn deze ochtend met zijn allen; nou ja, er ontbreekt een enkeling, maar overal is overmacht.

Op de vierde verdieping van wat ‘het oude gebouw’ wordt genoemd worden schilderijen gerestaureerd. Nog een verdieping hoger worden beelden gered van de ondergang.

Anna en Maja ontvangen ons. Maja komt oorspronkelijk uit Duitsland, Anna draagt een groene blouse.

De dames laten ons een kastje met pigment zien, de belangrijkste medicijnen van de schilderijenrestaurateur.

„Hoe zit het eigenlijk”, informeer ik, „met de restauratie van het beschadigde schilderij van Barnett Newman, wordt daarover nog gesproken op deze afdeling?” De restauratie van dat schilderij verliep niet geheel volgens de regels, om het kort samen te vatten.

„Daarover kunnen we en mogen we niets zeggen”, antwoordt Maja.

Ze gaat verder: „Je hebt een vaste hand nodig, en elk materiaal is anders.” Anna vult aan: „Een Pollock is moeilijker te restaureren dan een blauw vlak. We werken met infrarood, microscopen, x-ray soms. Alles wat wij doen wordt gedocumenteerd en moet in principe ongedaan kunnen worden gemaakt.”

Verderop zit Vera, ze werkt aan het schilderij Dewas (Nyphen) van Agus Djaya. „Eerst bekijk ik het schilderij, dan verdiep ik me in de kunstenaar”, zeg ze. „Ik bekijk de achterkant van het schilderij, die is zo belangrijk. Hoe schijnt het licht door het doek? Je kunt testjes uitvoeren in de hoeken. En als ik eenmaal echt aan het restaureren ben, dan is het meditatie.”

We gaan nog een verdieping naar boven waar Sandra werkt. Zij is het hoofd van de afdeling en is van schilderijenrestauratie naar restauratie van beelden gegaan. Ze draagt een grijs vest en heeft krullen. Ze spreekt een beetje monotoon, met ongekende, onderdrukte hartstocht; men kan zich nauwelijks voorstellen dat er iets anders in haar leven is dan restauratie.

„Wij zijn artsen”, zegt ze. „Wij hebben ons aan dezelfde ethische regels te houden.”

„Maar als jullie artsen zijn”, informeer ik, „mogen kunstwerken dan ook sterven? Mensen gaan immers ook dood?”

„Een goede vraag”, zegt ze. „Sommige kunstenaars willen dat hun werk sterft. In veel gevallen ziet het kunstwerk er na restauratie hetzelfde uit maar is het niet hetzelfde kunstwerk.”

Ah, de belangrijke vragen van het museum: wat is echt? Mag het kunstwerk dood? Waar begint de vervalsing?

(Wordt vervolgd.)

    • Arnon Grunberg