‘Ik werk als Stockhausen, maar zonder dat megalomane’

Klas Torstensson

Hij woont al veertig jaar in Nederland maar Zweden klinkt nog altijd in zijn composities. Dinsdag is in Rotterdam de wereldpremière van L’autunno di Christina met in de hoofdrol zijn echtgenote, sopraan Charlotte Riedijk.

Componist Klas Torstensson en zijn vrouw sopraan Charlotte Riedijk die de hoofdrol zingt in zijn nieuwe werk over de Zweedse koningin Christina. Foto Merlijn Doomernik

Oogsttijd, dat gevoel heeft componist Klas Torstensson sinds een aantal jaar. Zijn muziek wordt veel gespeeld. Hij hoeft zich niet meer voortdurend te bewijzen. Dat mag ook wel, op je zevenenzestigste, maar het is toch prettig. Zo is hij net gevraagd om een groot orkestwerk te schrijven voor het 400-jarig jubileum van de Zweedse havenstad Göteborg in 2021, een prestigieuze opdracht. En De Doelen in Rotterdam wijdt dit kalenderjaar een retrospectief aan zijn oeuvre. Dinsdag staat De Christina Cyclus op het programma, inclusief de wereldpremière van L’autunno di Christina voor sopraan en groot ensemble.

Zo’n retrospectief noopt hem na te gaan welke van zijn composities hij zelf nog de moeite waard vindt, zegt Torstensson (1951) in zijn Haarlemse werkkamer. „Vroeger bleef het aantal stukken dat ik goed vond ongeveer gelijk: in plaats van dat het er steeds meer werden schoof de selectie alleen een beetje op. Tegenwoordig kijk ik terug en denk: er valt niks af. Dat is een fijne constatering.”

L’autunno di Christina is af, op één dingetje na: de claves, een percussie-instrument bestaande uit twee houten stokjes. Torstensson heeft claves voorgeschreven op een toonhoogte die je niet zomaar in de winkel kunt kopen, dus heeft hij de slagwerkers beloofd ze zelf te maken – nauwgezet handwerk. „Zo houd je een beetje contact met houthakken en de natuur”, zegt Torstensson lachend.

Torstensson woont en werkt al veertig jaar in Nederland en heeft sinds kort ook een Nederlands paspoort – net te laat voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart, tot zijn spijt. Maar zijn Zweedse roots zijn zelden ver weg in zijn muziek. „Gesublimeerde heimwee” noemt hij dat verlangen naar sneeuw en langlaufen, naar de jaargetijden, die in zijn vaderland echt wisselen. Al in 1986 maakte hij voor het Holland Festival een muziektheaterstuk dat Barstend ijs heette, zijn enige opera gaat over een poolexpeditie en hij schreef een Noordse Cyclus voor orkest. De laatste jaren wijdt hij zich aan de Zweedse koningin Christina, die overigens net als Torstensson zelf Zweden verliet: ze reisde naar Rome en stierf daar in 1689.

Blonde sopranen

In 2018 zijn in De Doelen vier projecten, door vier verschillende ensembles, met Torstenssons muziek te horen. Het begon in januari met een verjaardagsconcert, De Christina Cyclus is komende week het tweede project. Na de zomer volgen nog concerten met de Urban Songs door sopraan Charlotte Riedijk en het DoelenEnsemble (oktober) en de complete cyclus Lantern Lectures door het Zweedse nieuwemuziekensemble Norrbotten NEO (november).

Luister op Spotify naar Urban Songs II

Torstenssons bijzondere vocale oeuvre is in zekere zin te danken aan sopraan Charlotte Riedijk, met wie hij getrouwd is en voor wie hij ook L’autunno componeerde. Niet alleen kent Torstensson haar stem als geen ander, Riedijk is de reden dat hij überhaupt voor stem is gaan componeren.

„Zoals veel componisten had Klas vroeger een groot vooroordeel jegens zangers”, zegt Riedijk.

„Blonde sopranen”, zegt Torstensson, „die hadden een heel laag IQ, dachten wij allemaal.”

„Daar gaan we weer”, zegt Riedijk. „En blonde tenoren dan?”

„Die kenden we niet.”

De inter-echtelijke ironie is niet van de lucht. Is het leuk om als echtpaar aan zo’n compositie te werken? Torstensson: „We werken langs elkaar heen. Ik zit hier te componeren en Charlotte doet andere nuttige dingen. Tot ik klaar ben, dan begint zij te studeren en ga ik het gras maaien.”

Bij het studeren heeft ze weleens een vraag, dan is het handig dat de componist aan huis woont. „Maar wanneer ik de rol vormgeef maak ik er mijn eigen ding van”, zegt Riedijk, die ook hoofdvakdocent is aan Codarts in Rotterdam. Ze bladert door de partituur: het eerste deel valt wel mee, het derde deel kent ze al. Het middendeel vraagt de meeste aandacht, het is ritmisch lastig en de ligging is wat laag. Riedijk: „Maar ik zeg altijd: alles kan.”

#MeToo

Het gesprek waaiert uit naar een Rotterdamse postercampagne die het nafluiten van vrouwen tegen moet gaan en de rel in de Zweedse Academie, na de beschuldigingen van misbruik aan het adres van Jean-Claude Arnault, de echtgenoot van een van de leden. Arnaults reputatie was allang algemeen bekend, vertelt Torstensson: „Hij nam altijd jonge meisjes aan, hij heeft zelfs kroonprinses Victoria onzedelijk betast. Alleen ontstaat er nu pas ophef over.”

Eigenlijk vindt Torstensson De Christina Cyclus typisch een project voor het Holland Festival, waar hij het project twee jaar geleden aanbood. Het zit hem hoog dat het festival er niks in zag. „De #MeToo-discussie van het afgelopen jaar heeft me gelijk gegeven: sekse en macht zijn een zéér urgent thema. Ik wil niet beweren dat Christina seksueel belaagd is, maar sekse en macht spelen absoluut een grote rol in haar leven.”

De kiem van De Christina Cyclus ligt in 2004, toen Torstensson in zijn liederencyclus In großer Sehnsucht vijf ‘tragische vrouwen’ portretteerde. Een van die vijf was koningin Christina. Voor Christina’s lied, Le dolci parole, toonzette Torstsensson dichtregels van haarzelf, afkomstig uit het herdersspel L’Endimione van haar protegé Carlo Alessandro Guidi; letterkundige Stefano Fogelberg Rota heeft recentelijk aangetoond dat deze regels uit Guidi’s toneelstuk van de hand van de koningin zelf moeten zijn. „Die heb ik natuurlijk meteen gebruikt”, zegt Torstensson.

Bekijk hier een trailer van In grosser Sehnsucht

Hij gaat niet over één nacht ijs wanneer hij aan een nieuwe compositie begint, zoveel is duidelijk. In zijn werkkamer is inmiddels flink wat plankruimte ingeruimd voor Christina. Torstensson springt enthousiast op om Christina’s autopsierapport uit 1965 te laten zien, of het boek van baron Bildt, de Zweedse diplomaat die in 1899 de briefwisseling tussen Christina en kardinaal Azzolino ontcijferde en bezorgde. Zijn libretti stelt Torstensson zelf uit al die bronnen samen, in een veelheid aan talen. „Historische feiten omtoveren in abstracte concepten”, is de samenvatting die Torstensson zelf van zijn werkwijze geeft. „Het ene akkoord na het andere, dat vind ik niet zo interessant”, zegt hij. „Er moet een onderliggende reden zijn, een buitenmuzikale betekenis.”

Trots

Het idee voor de cyclus ontstond gaandeweg, „als een boom die steeds meer vertakkingen krijgt”. Het Christina-lied uit In großer Sehnsucht bevatte materiaal uit de Italiaanse barok, maar lag ook dicht bij de Zweedse volksmuziek die Torstensson in zijn jonge jaren zelf speelde op viool. De melodie kwam dan ook vrij natuurlijk terecht in zijn Vioolconcert uit 2010, en vervolgens ook in de a capella-madrigalencyclus Arcadia 1689 die hij in 2015 componeerde voor de NTR ZaterdagMatinee. En nu dus in L’autunno di Christina.

„Het is niet helemaal zoals Stockhausen, die met één formule een hele week muziek kon componeren, maar het scheelt niet veel”, zegt Torstensson met een knipoog naar Stockhausens operacyclus Licht over de zeven dagen van de week. „En bij mij is het ontdaan van de megalomane trekjes.”

L’autunno di Christina heeft „een nogal filmische chronologie”. Na de proloog stormt Christina het podium op en begint verontwaardigd voor te lezen uit haar eigen autopsierapport. In 1965 werd haar graf in het Vaticaan geopend („voor de zoveelste keer”) om vast te stellen wat er volgens haar tijdgenoten in seksueel opzicht aan haar mankeerde: was ze lesbisch, of misschien hermafrodiet? Zodra ze doorheeft waar ze zich bevindt begint ze haar publiek geagiteerd en met koninklijke trots over haar leven te vertellen: het tweede deel gaat terug in de tijd en behandelt Christina’s reputatie als koningin.

Torstenssons Christina is behoorlijk opvliegend, maar gaandeweg maakt haar boosheid plaats voor nostalgie en verlangt ze vooral terug naar vroeger. In het bijzonder naar kardinaal Azzolini, „de enige die haar menselijke gevoelens wist te wekken”, zegt Torstensson.

Aan Azzolini is het derde deel, over de liefde, gewijd. L’autunno eindigt met een korte epiloog, die terugverwijst naar wat Torstensson „het mooiste” uit Arcadia 1689 noemt: een tonale, weemoedige akkoordenprogressie uit het madrigaal Sempre mia. Die verwijzing zal dinsdag niet kunnen worden opgepikt, want de uitvoering van het afsluitende vierde deel, een kamerversie van Arcadia 1689, is wegens logistieke problemen en gebrek aan financiële middelen afgelast.

    • Joep Stapel