Homo’s oké, maar liever niet hand in hand

Homo, lesbienne, transgender – Nederlanders maken er geen probleem van. Die afkeer van lhbt’ers komt van een kleine minderheid.

Deelnemers tijdens een demonstratie tegen homogeweld in Arnhem. Foto Piroschka van de Wouw

Op de stoep van het Amsterdamse stadhuis stonden op 1 april 2001 welgeteld zeven demonstranten. Binnen trouwde Job Cohen, toenmalige burgemeester van Amsterdam, drie homostellen en één lesbisch paar. Een mijlpaal: nergens ter wereld was dat destijds mogelijk.

Nog altijd behoort Nederland tot de Europese landen die het positiefst denken over homoseksualiteit. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat sinds 2006 de emancipatie in kaart brengt van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender mensen, ook wel aangeduid als lhbt’s.

Deze donderdag, op de Internationale Dag tegen Homofobie, Bifobie en Transfobie, verschijnt het nieuwste rapport. Het SCP constateert dat Nederlands positieve houding alleen maar positiever is geworden. In 2006 was 53 procent van de Nederlanders positief over homo- en biseksualiteit, nu is dat 74 procent. Ook het aandeel dat positief denkt over transgenders en genderdiversiteit nam toe, van 45 procent in 2012 tot 57 procent nu.

Het onderzoek is gebaseerd op (internationale) studies, en vragenlijsten die het SCP aan 2.000 mensen voorlegde. Wat vinden zij van twee mannen die elkaar zoenen? Of van het homohuwelijk? Zouden ze omgaan met iemand van wie het geslacht niet duidelijk is?

De reacties waren positiever dan in de jaren ervoor, ook onder mensen die van oudsher negatief over homo- en biseksualiteit denken, zoals ouderen of religieuzen.

Toch achteruitgang?

Maar intussen, zo merkt ook SCP-directeur Kim Putters op in het voorwoord, klinken in de (sociale) media en het maatschappelijke debat soms andere geluiden. De afgelopen jaren waren er veel voorvallen met homogerelateerd geweld: in Groningen werden in 2016 twee vrouwen in elkaar geslagen, in Maastricht werden dragqueens mishandeld, in Amsterdam werden antihomoflyers in brievenbussen gegooid, bushokjes met posters van zoenende mannen werden beschadigd. Hoe zit dat? Is er dan toch sprake van een achteruitgang van de emancipatie?

Het lastige is dat er meerdere aspecten zijn van sociale acceptatie, zegt onderzoeker Lisette Kuyper. „Je kunt naar ervaringen van mensen kijken – hoe zeggen homoseksuelen zelf dat het gaat – of naar opvattingen van mensen in de samenleving. Dit onderzoek gaat over dat laatste.”

Dat lhbt’s te maken krijgen met geweld of onrust, lijkt misschien in tegenspraak met de positieve bevindingen in het rapport, zegt Kuyper. „Maar in feite gaat het om een klein percentage van de bevolking in Nederland dat negatief denkt, en een nog kleiner percentage dat negatief gedrag vertoont. Het overgrote deel denkt juist erg positief over homoseksualiteit als je het vergelijkt met andere landen of tijden.”

Het rapport bevat twee kanttekeningen. De eerste is dat over bepaalde onderwerpen wel negatiever wordt gedacht. Zo vindt 21 procent van de Nederlandse bevolking seks tussen twee mannen walgelijk en heeft 21 procent minder moeite met hand in hand lopende man-vrouwkoppels dan man-mankoppels.

De tweede is dat de samenleving groepen kent die altijd al negatievere opvattingen hebben rond seksuele diversiteit, zoals kerkgangers en niet-westerse migranten. Kuyper: „Maar ook hier moet je in het achterhoofd houden dat de meerderheid geen negatieve houding heeft. En de verschillen tussen bevolkingsgroepen worden kleiner. Twaalf jaar geleden waren 70-plussers nog veel vaker negatief dan jongeren: een op de drie. Nu is het een op tien.” 

Willem Durinck (91): de jeugd is gezegend met de vrijheden die er nu zijn

Foto Roger Cremers

Willem Durinck, bewoner van De Rietvinck in Amsterdam, woonzorgcentrum met een ‘Roze Loper’ (lhbt-certificaat): „Ik ben geboren in Hengstdijk, Zeeland, middenin de polders. Ik wist al dat ik homoseksueel was toen ik 10 jaar was. Dat is jong ja, zeker als je opgroeit in een dorp. Het kwam omdat ik een jongen ontmoette die ook homo was. Zijn naam was André, hij woonde een dorp verderop. Thuis werd er niet over gesproken, zoiets gooide je beter niet over straat. Mijn leven veranderde toen ik in Den Haag ging wonen. Bij de opening van het COC daar ontmoette ik Tom. Met hem heb ik vijftig jaar een relatie gehad.

„Ik heb het getroffen in De Rietvinck, waar ik nu ruim een jaar woon. Hier kan ik mezelf zijn. Er zijn allerlei roze clubjes en als je met de lift naar beneden gaat, zijn er nooit mensen die zeggen: o, die is van de verkeerde kant. Iedereen gaat leuk met elkaar om, ongeacht wat iemands geaardheid is.

„Ik begin nooit over mijn homoseksualiteit, niet onder normale omstandigheden. Ik denk dat dat nu veel makkelijker is. Je blijft altijd strubbelingen houden, maar de jeugd is gezegend met de vrijheden die er nu zijn. Er heeft een grote ommezwaai plaatsgevonden, vooral door de inzet van de homogemeenschap. Ik ben zelf nooit zo fel geweest, maar ik prijs de mensen die daar hun werk van maken.”

Sherryl Netteb (31) alias dj Sjeazy Pearl: wees niet bang voor wat mensen van je denken

Foto Merlijn Doomernik

Sherryl Netteb, ambassadeur van Respect2Love, netwerk voor lhbt’ers met biculturele achtergrond: „Met het organiseren van evenementen probeer ik mensen uit de lhbt-community, vooral vrouwen, een plek te geven waar ze zichzelf kunnen zijn. Niet in een hoekje van een underground club, maar in Paradiso, of op een festival.

„Ik wist al heel jong dat ik op vrouwen viel. Op de basisschool speelde ik met autootjes en wilde ik op karate. Ik ben Surinaams en katholiek opgevoed. Toen ik op mijn zestiende op een dag thuiskwam en zei: mam, dit is mijn vriendin, viel dat niet goed. Zeven jaar lang ben ik door een hel gegaan: ik was thuis niet meer welkom en was helemaal op mezelf aangewezen. Dat er plekken waren waar ik terecht kon, heb ik nooit geweten.

„Door sites als Facebook is het nu makkelijker geworden dingen te delen en informatie te vinden. Dat geeft kracht. Als ik een stoere dame op straat zie, ben ik trots. Yes, denk ik dan. Wees niet bang voor wat mensen van je denken. De enige die je tevreden moet houden, ben je zelf.

Chris Rijksen (26): genderdiversiteit is nog een behoorlijk blinde vlek

Foto Roger Cremers

Filmmaker Chris Rijksen: „Er wordt veel gesproken over transgenders, maar vrij weinig door transgenders. Vanuit die gedachte ben ik met twee anderen de Transketeers begonnen. We zijn alle drie transman – geboren als meisje, levend als jongen – en dat gegeven gebruiken we bij het maken van films.

„Er is veel onwetendheid rondom genderdiversiteit. Dat heeft een aantal oorzaken: we praten er nog niet zo lang over en de transgenderkant wordt niet altijd goed belicht. In tegenstelling tot bij ‘lhb’ gaat het niet om met wie je een relatie aangaat, maar over je eigen genderidentiteit. Dat is echt iets anders.

„Dat onbegrip heb ik vaak ervaren. Bijvoorbeeld wanneer ik vertel dat ik niet als jongen ben geboren en iemand binnen vijf seconden vraagt of ik een piemel heb. Op zo’n moment voel ik me niet gezien als mens.

„Ik denk dat we maatschappelijk gezien in een gunstig moment zitten. Dankzij internet is er meer informatie beschikbaar dan ooit en steeds meer mensen in het onderwijs, bij gemeentes of zorginstellingen zien: dit is iets waar we aandacht aan moeten besteden. Maar we zijn er nog lang niet, genderdiversiteit is nog een behoorlijk blinde vlek.

    • Anne-Martijn van der Kaaden