Geschiedenis in de breedte, een verademing

18.632 vwo-leerlingen maakten dinsdag het examen geschiedenis. Beatrice de Graaf, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen, deed het ook.

Verwarrend, zo vond een aantal scholieren het geschiedenisexamen. Ik moet zeggen dat ik ook even door het jargon heen moest prikken: wat wordt precies onder ‘factoren’ verstaan, en wat is het verschil met ‘kenmerkende aspecten’? Maar de scholieren hebben in ieder geval uitentreuren op die vaktermen geoefend.

Dit jaar werden er wel veel ‘kenmerkende aspecten’ gevraagd (vorig jaar veel minder). Dus ik kan me voorstellen dat het door de vele open vragen en verzoeken om opsommingen wel even slikken was voor leerlingen die meer op inzicht hebben geoefend (volgorde, chronologie, propaganda herkennen) en minder feiten hebben zitten stampen.

Dat gezegd hebbende is het een verademing dat nu opnieuw kennis in de breedte, over een serie tijdvakken wordt opgevraagd. Het gaat niet alleen om Athene, Filips II en de Armada of Robespierre en de Franse Revolutie, maar ook om Kim Il-sung, en het euthanasieproject van Hitler. Sterk vind ik ook dat heel klassieke kennisvragen (naar de fases van de Franse Revolutie en de rol van Robespierre) worden gekoppeld aan ‘modernere’ receptievragen: wat Stalin en Hitler van Robespierres uitlatingen zouden hebben gevonden. Dat is zelfs al een beetje what if-history, altijd goed om historisch inzicht te toetsen (en minder de feitelijkheid van het antwoord).

Ook belangrijk: twee historische hete hangijzers worden getoetst (Hitlers euthanasieprogramma voor gehandicapten en China’s rol in de Koreaanse kwestie) die ook vandaag de dag nog relevant zijn voor het debat.

Opmerkelijk was de mate waarin analytische vaardigheden werden getoetst. Leerlingen moeten omgaan met multiperspectiviteit: waarom zou Willem van Oranje in Duitsland een ander argument (en pamflet) moeten gebruiken om mensen tot opstand op te roepen dan in Nederland? Dit vergt gevorderde analysekwaliteiten en zou in een onderzoeksseminar voor eerstejaarsstudenten niet misstaan.

Het examen zelf ademt ook multiperspectiviteit: een spotprent van een halfblote Bismarck wordt afgewisseld met een brontekst van een vrouwelijke kunstenares die in Suriname insecten bestudeerde. Geschiedenis wordt ook in dit examen niet helemaal alleen door westerse mannelijke machthebbers geschreven.

Op vraag 22 na – een gemiste kans – was dit een examen dat uitblinkt in complexiteit en veelzijdigheid. Ik weet niet of ik zonder voorbereiding een hoog cijfer had gescoord.