Geitenwollensok doet het voor de wereld

Ewoud Sanders

Kortgeleden hoorde ik een presentator op Radio 1 zeggen: „Dat is echt een geitenwollensok.” Een jongen van begin twintig die meeluisterde, vroeg: „Wat bedoelt hij daar in godsnaam mee?” Hoe woorden stilletjes uit onze taal verdwijnen en betekenissen verloren gaan – het blijft me fascineren.

Is de overdrachtelijke betekenis van geitenwollensok inderdaad in onbruik aan het raken? Ik onderzocht het onder meer op Twitter. Ik vroeg ouderen om aan jongeren („alles onder dertig”) te vragen wat het woord geitenwollensokkentype betekent. En ik riep jongeren op om te reageren. In plaats van geitenwollensok koos ik voor geitenwollensokkentype, om te voorkomen dat ik vaak het antwoord „sok van geitenwol” zou krijgen. Ruim zeventig mensen reageerden, zowel jongeren als ouderen. Hier enkele conclusies.

Volgens diverse schoolgaande jongeren zijn er veel geitenwollensokkentypes te vinden onder docenten. Genoemd werden leraren geschiedenis en aardrijkskunde. Een meisje (13) antwoordde: „Meestal een wiskundeleraar. Iemand die een beetje nerdig is.”

Volgens andere jongeren zijn geitenwollensokkentypes juist helemaal niet nerdig. Een jongen (16): „Een ouder persoon die hulp vraagt bij het gebruik van moderne techniek (computer, afstandsbediening tv, enzovoorts) en het na drie keer uitleggen nog niet snapt.”

Opvallend is dat sommige jongeren menen dat alleen vrouwen geitenwollensokkentypes kunnen zijn. Een meisje (20): „Een vrouw met een overbeet die aan yoga doet en geitenwollen sokken draagt.” Een jongen (19): „Een saaie doos.” Jongen (20): „Een vrouw van tussen de veertig en zestig die in de zorg werkt en katten heeft.”

Volgens de Dikke van Dale is een geitenwollensokkentype een „wat wereldvreemde, non-conformistische sociale hervormer”. Als bijvoeglijk naamwoord betekent geitenwollensokken volgens dit woordenboek „naïef, alternatief, wereldvreemd”.

Elementen uit deze definities vond ik terug in ongeveer de helft van de antwoorden, zij het met allerlei toevoegingen. Meisje (16): „Zo’n sukkel met van dat haar, die een bodywarmer draagt in de viswinkel. Op ANWB-schoenen.” Jongen (18): „Super-eco-milieubewuste bijna kale man van 45.” Een vrouw (28) schreef: „Een eco-type dat liefst moeilijke gerechten met linzen eet en GroenLinks stemt. Kampeervakanties, sokken in sandalen en ANWB-jas. Ligfiets voor extra bonuspunten. Niet te verwarren met hipsters: die doen zo voor het imago en geitenwollensokkenmensen doen het voor de wereld.”

De jongste ondervraagden – leeftijd tien tot vijftien – hadden vaak geen flauw idee. Daaruit kun je niet zomaar concluderen dat geitenwollensokkentype helemaal in onbruik aan het raken is. Je woordenschat neemt op die leeftijd nog dagelijks toe. Overigens bestaat het begrip geitenwollensok nog niet zo lang. De sok zelf kwam in de jaren zestig in de mode; vanaf eind jaren zeventig had men het zowel over geitenharensokkentypes als over geitenwollensokkentypes. De wolvariant werd het populairst en leverde allerlei nakomelingen op, waaronder geitenwollensokkenactivist, geitenwollensokkenchristen en geitenwollensokkendoos.

Van de antwoorden op Twitter vond ik deze het mooist: „Een geitenwollensokkentype is iemand die moeite doet om lief te zijn voor de planeet en daardoor, ironisch genoeg, als wereldvreemd wordt ervaren.” Afzender: een vrouw van begin twintig.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders