Festivals zijn een wankele groeimarkt

Festivalorganisatie Elk jaar komen er festivals bij en elk jaar trekken ze meer bezoekers. Maar elk jaar verdwijnen er ook weer. „Het zijn net strandtenten. Het ene jaar kun je prima plussen, om het jaar erna snoeihard failliet te gaan.”

Elektronicafestival Pitch slaat in 2018 een jaartje over, het zag te veel potentiële headliners naar Lowlands (foto) gaan. Foto Paul Bergen/ANP

Duizendzeventig – zo veel muziekfestivals waren er het afgelopen jaar, en er komen er telkens meer bij. In 2016 – de meest recente cijfers van de Festival Atlas van de Hogeschool van Amsterdam – werden 118 festivals voor het eerst gehouden. Het lijkt wel alsof iedereen en z’n moeder een festivalletje kan organiseren. En er is nog een markt voor ook: volgens de Festival Monitor van onderzoeksbureau Respons steeg het bezoek met 14,6 procent.

Maar datzelfde jaar 2016 vielen er ook dertig festivals om. Vooral festivals die nog geen drie jaar bestonden bleken niet bestand tegen de harde festivalwereld. De concurrentie is groot, de bedragen die bands vragen steeds hoger, en wie net niet de juiste headliners binnenhengelt, kan in de problemen komen. Sommige festivals verdwijnen dan, andere slaan een jaartje over in de hoop dat er volgend jaar wel geschikte acts toeren, precies op het moment dat er een groot grasveld beschikbaar is.

„Het zijn net strandtenten. Het ene jaar kun je prima plussen, om het jaar erna snoeihard failliet te gaan”, zegt Berend Schans, directeur van de branchevereniging voor poppodia en -festivals VNPF. Volgens hem is het niet zo gek dat er ondanks de groei festivals afhaken. „Het is een ongelooflijk risicovolle business. Er komen zo veel factoren bij kijken. Het aanbod, vergunningen, alleen het weer al maakt een festival erg fragiel. Festivals van stevige organisaties die niet van alleen dat festival afhankelijk zijn kunnen klappen opvangen, maar voor kleine ondernemingen is het echt risky business.”

Jaartje niet

Dat weet Robert Korstanje, directeur van metalfestival Fortarock, dat sinds 2009 in Park Brakkenstein en sinds enkele jaren in het Goffertpark in Nijmegen wordt gehouden. Bijna alle grote metalbands speelden er, tot Iron Maiden aan toe. Maar in 2017 besloot de organisatie een jaar over te slaan. „Najaar 2016 wisten we al dat er niet genoeg geschikte bands beschikbaar waren. Dan moet je op tijd een verstandig besluit nemen: dan maar een jaartje niet.”

Fortarock hield een kleiner, indoorfestival in het Nijmeegse Doornroosje, en organiseert daar het hele jaar door clubshows. Dit jaar is er weer een volwaardig, tweedaags festival in het Goffertpark. Maar wat de toekomst brengt durft Korstanje nog niet te zeggen. „We hebben niet alleen concurrentie van festivals in Nederland en omgeving, maar ook in de Verenigde Staten. Daar heb je steeds meer festivals waarvoor bands langer in Amerika blijven, of daar vanuit Europa heen reizen. En die zijn dan niet altijd op tijd terug om in Nijmegen te spelen, of het reizen wordt te kostbaar. Bovendien blijven de gages maar stijgen, ook dat is een punt van zorg voor de toekomst.”

Berend Schans van de VNPF ziet de laatste jaren dat festivals met een heel specifiek aanbod voor een bepaalde doelgroep het goed doen. Als voorbeeld noemt hij het avontuurlijke, heavy festival Roadburn in Tilburg en het eveneens vooruitstrevende popfestival Le Guess Who? in Utrecht. „Mensen zoeken dat soort niches op. Tijdens Roadburn is in heel Tilburg geen hotelkamer meer te krijgen, omdat het wereldberoemd is binnen die scene. Dat geldt ook voor Le Guess Who?, dat geen concessies doet als het gaat om de inhoud.”

Doorgegroeid

Maar met alleen publiek ben je er niet. Dat merkt Pitch in Amsterdam, dat in 2017 al van twee dagen terug naar één dag ging, deze zomer helemaal niet doorgaat, en twijfelt over volgend jaar. „We weten niet zo goed wat de markt brengt, maar op het moment is het aanbod er niet naar”, zegt marketingmanager Martin Verhorst van organisator Mojo. „Er is genoeg jong, klein en nieuw talent in het Pitch-genre, elektronica met een live-gevoel, maar daar kun je geen festival op bouwen. En de gedroomde headliners in die hoek, zoals Nicolas Jaar, Flume of Moderat, die zijn doorgegroeid en staan nu gewoon op festivals als Lowlands of Down the Rabbit Hole.”

Concurrentie speelt minder voor Pitch. „Ons probleem is echt de aanwas. Je ziet heel veel ontwikkeling in hiphop, kijk maar naar een festival als Woo Hah! in Tilburg, en ook op de radio hoor je vooral nieuws in de urban genres. In genres die voor Pitch interessant zijn, lijkt het te stokken. Ja, ik kan natuurlijk best een lijstje namen opnoemen die wel geschikt zijn, maar die moeten dan ook nog kunnen rond de juiste tijd.”

Pitch heeft wel een zusterfestival om op terug te vallen: Catch, dat in maart in TivoliVredenburg in Utrecht werd gehouden. Daar kan Mojo wel de kleinere acts kwijt, die op Pitch geen tent met duizenden mensen vullen. „Op Catch kunnen fans van Pitch nog steeds hun bandjes ontdekken. En wie weet dat zulke acts na de zomer wel doorbreken en dat we ze op Pitch kwijt kunnen. Dan hebben we gewoon weer een festival.”

    • Peter van der Ploeg