Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De interne zorgen over minister Grapperhaus

Met naamsveranderingen en reorganisaties is het als met reclame: geen idee of het zin heeft. Justitie en Veiligheid heette eerst Veiligheid en Justitie, en daarvoor: gewoon Justitie. Veel heeft het niet gebracht voor de affairegevoeligheid, want sinds Ernst Hirsch Ballin in 1994 vroegtijdig aftrad wegens de IRT-affaire, lagen zijn opvolgers bijna allemaal onder vuur wegens onzorgvuldige formuleringen of gebrekkige informatievoorziening vanuit het apparaat.

Toch besloot de politiek het ministerie uit te breiden. Na 2010 kwam er een nationale politie, die van Binnenlandse Zaken overgeheveld werd.

Kenners van ICT en ‘de justitiële keten’ meenden dat dit enorm slim was, maar zelf kon ik er de logica moeilijk van inzien: als je een affairegevoelig departement uitbreidt met 60.000 man politie, zal het aantal affaires niet snel afnemen. De vorige kabinetsperiode vlogen zelfs twee ministers de laan uit: Opstelten en Van der Steur.

Tekenend genoeg hadden ze in de formatie vorig jaar moeite een nieuwe eerste justitieminister te benoemen. De VVD zou de functie behouden, maar Rutte moest binnenskamers na twee weken melden: ik kan niemand vinden. De eerste CDA-kandidaat zei ook nee, waarna arbeidsrechtadvocaat Ferdinand Grapperhaus in beeld kwam: interessante man, verrassende keuze.

Lees ook: Grapperhaus zaait verwarring over kalifaatkinderen en Noord-Korea

Een half jaar later is alles anders. In de coalitie behoudt hij steun maar beamen ze: de werklast valt hem zwaar. Een ambtenaar zei een tijdje terug: hij vindt alles interessant, hij moet leren doseren. In het Haagse Umfeld van het departement spreken routiniers de vrees uit dat hij de baan niet aankan.

Het lijkt me rijkelijk vroeg voor zulke conclusies, maar goede tekenen zijn dit natuurlijk niet. Zeker nu hij dinsdag in één uitzending van Pauw twee wonderlijke uitspraken deed. Het kabinet blijkt, anders dan hij suggereerde, niet te werken aan nieuw beleid voor ‘kalifaatkinderen’. En: Rusland pleegde vorig jaar een cyberaanval op een Rotterdamse containerterminal, niet Noord-Korea zoals hij suggereerde. In maart had je ook al zoiets: nadat hij in de Kamer zei niets te willen doen aan de uitingsvrijheid van een omstreden imam, zei hij kort erna tegen tv-ploegen dat hij dit wel overwoog.

Het is uiteraard mogelijk dit hele rijtje misverstanden alleen aan Grapperhaus te wijten, net als de toenemende zorgen over zijn dagelijkse functioneren.

Maar als minister na minister blijkt dat het departement zo groot is dat het amper is aan te sturen, moet het debat misschien niet meer over de minister gaan, maar over de politici die dat departement hebben gevormd.

(t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.
    • Tom-Jan Meeus