Kinderen vermoorde activiste in Honduras dagvaarden bank FMO om dam

Nederlandse ontwikkelingsbank

Een dam in een voor indianen heilige rivier lokte protesten uit. FMO wordt nalatigheid verweten bij het voorkomen van moord.

Politiemannen houden demonstranten tegen die het aftreden eisen van president Juan Orlando Hernandez van Honduras, afgelopen 1 mei in de hoofdstad Tegucigalpade. Foto ORLANDO SIERRA/AFP

De kinderen van de in 2016 vermoorde, internationaal bekende activiste Berta Cáceres willen de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO aansprakelijk stellen voor zijn investering in een omstreden stuwdam in Honduras. FMO, dat voor 51 procent in handen is van de Nederlandse staat, zou nalatig zijn geweest bij het voorkomen van de moord en andere mensenrechtenschendingen het Midden-Amerikaanse land. Samen met de Hondurese Raad van Inheemse Organisaties (Copinh) bereiden de kinderen een dagvaarding voor, maken ze deze donderdag bekend in Amsterdam.

FMO was jarenlang co-financier van de Agua Zarca-stuwdam in de rivier de Gualcarque, die heilig is voor sommige Lenca-indianen in het gebied. Tot haar gewelddadige dood voerde Copinh-leider Cáceres het verzet tegen het project aan.

Lees ook over de moord op Berta Cáceres: Politie Honduras arresteert ‘brein’ achter moord op milieuactiviste

In hun dagvaarding willen de eisers aanvoeren dat FMO geen oog had voor de inheemse groepen en sterke signalen over mensenrechtenschendingen heeft genegeerd. De bank schaarde zich achter de hoofdopdrachtgever, energiebedrijf DESA. Leidinggevenden van dit bedrijf gaven opdracht tot intimidatie van en geweld tegen de activisten. In totaal werden vier van hen vermoord. Twee DESA-medewerkers en een oud-directeur zijn inmiddels gepakt.

„We hebben FMO meermaals verteld over de bedreigingen, zelfs voor ze besloten te investeren. Ze deden er niets mee”, vertelt Bertha Isabel, de dochter van de vermoorde Cáceres, die deze week in Nederland is. „FMO vroeg om bewijzen. Wij zeiden: jullie hebben onze getuigenissen toch.”

Ze kunnen zich hier niet van verschonen, door alleen maar geld te geven.

Dochter Cáceres

Ook een expertgroep van advocaten die onderzoek deed in Honduras, verweet financiers als FMO vorig jaar „opzettelijke nalatigheid”. Dit omdat ze ondanks „kennis vooraf over de strategieën die DESA toepaste, faalden om tijdig passende en effectieve maatregelen te treffen”.

FMO heeft daarmee zijn zorgplicht als financier geschonden en is nalatig geweest, stelt advocate Channa Samkalden. Ze is werkzaam bij internationaal mensenrechtenkantoor Prakken D’Oliveira, dat de dagvaarding van Copinh voorbereidt. Samkalden: „FMO kende de risico’s en had nooit mogen investeren. En toen ze dat toch deden, hadden ze zich veel meer moeten inspannen om deze misstanden te voorkomen. DESA kon in feite alles doen wat het wilde.”

FMO bleef na de moord op Cáceres aanvankelijk in de dam investeren. Toen na haar nog een activist werd gedood, schortte de bank zijn investering op. In juli 2017 vertrok het bedrijf helemaal uit het project, naar eigen zeggen, om „internationale en lokale spanningen in het gebied te verminderen”. Ook werd geld toegezegd aan ontwikkelingsprojecten voor de lokale gemeenschappen, stelt de bank in zijn laatste jaarverslag.

Geen geld zonder excuses

Als de rechtbank in Den Haag oordeelt dat FMO onrechtmatig heeft gehandeld, kunnen de Hondurezen een genoegdoening gaan eisen. Die zal worden uitgedrukt in geld, maar daar is het de activisten en familieleden niet primair om te doen. „Het geld dat FMO nu aanbiedt voor sociale projecten willen we ook niet. Eerst moeten ze spijt betuigen en hun verantwoordelijkheid erkennen”, stelt dochter Cáceres. „Ze kunnen zich hier niet van verschonen, door alleen maar geld te geven.”

Het project is nu voorlopig afgeblazen. Maar de Agua Zarca-dam blijft een „emblematische zaak”. In veel meer ontwikkelingslanden zijn dit soort projecten niet mogelijk zonder de steun van buitenlandse financiers als FMO. „Het is de regel. En banken hebben hierbij een verantwoordelijkheid. We voeren deze zaak ook om te voorkomen dat het bij andere projecten opnieuw misgaat.”

Lees ook:Ontwikkelingsbank weg uit Honduras

FMO stelt in een reactie op de aankondiging van Copinh desgevraagd dat zij een „ontwikkelingsbank is die ondernemers helpt bij het versterken van lokale welvaart, soms onder moeilijke omstandigheden. [..] Wij zijn gecommitteerd aan het respecteren van mensenrechten in al onze projecten. FMO erkent het recht op een juridische procedure en vertrouwt erop dat de rechter bevestigt dat FMO te goeder trouw heeft gehandeld.”

    • Merijn de Waal