Volkert van der G: gesprek met reclassering zinloos

Kort geding Volkert van der G. wil emigreren. Daarom vraagt de moordenaar van Pim Fortuyn aan de rechter te worden bevrijd van reclasseringsgesprekken.

Foto Koen van Weel/ANP

Om de zes weken melden bij de reclassering heeft geen zin meer, stelt Volkert van der G., de moordenaar van politicus Pim Fortuyn. Daarom voert hij deze dinsdag in Den Haag een kort geding tegen de Staat.

Aan de verplichte gesprekken met de reclassering, vindt Van der G., moet een eind komen. „Wat moeten we nou? We praten wat over het kunstwerk aan de muur en we praten over het weer. Als beide partijen het niet zien zitten, zijn die gesprekken gedoemd te falen.”

Van der G. werd in 2003 tot 18 jaar cel veroordeeld en kwam in 2014, na tweederde van zijn straf, op vrije voeten. Voorwaarde daarbij was dat hij zich regelmatig bij de reclassering zou melden en geen contact zou opnemen met media of nabestaanden van Fortuyn.

Enkelband

Andere voorwaarden aan zijn vrijlating zijn inmiddels teruggedraaid. Na twee maanden hoefde hij geen enkelband meer te dragen en werd het verbod om zich in bepaalde steden op te houden ingetrokken. In 2016 procedeerde hij met succes tegen verplichte behandeling door een psycholoog.

En nu voert hij dus een kort geding om zich niet langer elke zes weken bij de reclassering te hoeven te melden. Dat regime is al versoepeld; eerst was het eens in de drie weken. Maar Volkert van der G. wil er helemaal van af. Hij wil emigreren. In Nederland krijgt hij geen baan, stelt advocaat Willem Jebbink.

En er zijn redenen om zijn cliënt die vrijheid te geven, vindt de advocaat. Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie en Psychiatrie (NIFP) en de reclassering noemen de kans op recidive in rapporten over Van der G. laag – de allerlaagste kwalificatie. Jebbink trekt een vergelijking: „De patiënt mag het ziekenhuis volgens alle medici verlaten, maar moet toch in het ziekenhuis blijven.”

‘Ik meld me. Doei’. Volkert van der G. is nu eenmaal geen gezellige prater

Die rapporten zijn slechts een momentopname, brengt landsadvocaat Cécile Bitter daar tegenin. Juist emigratie kan leiden tot het verdwijnen van stabiele factoren die beschermen tegen recidive, voert hij aan. Nu heeft Van der G. zinvolle dagbesteding, huisvesting, inkomen en een sociaal netwerk. Maar als hij emigreert, „gaan dan de partner en de dochter mee? En hoe gaat hij in zijn levensonderhoud voorzien?”

Reclassering

Van der G. mag dan geen persoonlijkheidsstoornis meer hebben, aldus Bitter, maar hij heeft nog wel een controlebehoefte en hij is rigide – eigenschappen die leidden tot de moord op Fortuyn. En hij werkte niet mee met de gesprekken met de reclassering. Hij antwoordt alleen op basale vragen, soms slechts door een zin op zijn laptop te typen en die aan de reclasseringsfunctionaris te laten zien. Niettemin, suggereerde Bitter, als de gesprekken vruchtbaar zijn en er vertrouwen ontstaat, zou de frequentie ervan snel kunnen worden teruggebracht tot één keer in het half jaar en nog minder.

Rechter Groeneveld heeft daar zo haar eigen gedachten over. Van Bitter wil ze weten hoe die denkt over de conclusies van NIFP en reclassering. En, vraagt ze zich af: „Is de voorwaardelijke invrijheidstelling bij andere mensen in een vergelijkbare situatie ook zo ingevuld?”

Uitspraak op 29 mei.

    • Maarten Huygen