Vader van ‘new journalism’ was taalalchemist

Tom Wolfe (1930-2018), journalist, schrijver

Hij stond, altijd in vanillewit gekleed, niet alleen aan de wieg van de nieuwe stroming van de literaire journalistiek, hij schreef ook dickensiaanse romans.

Altijd tot in de puntjes verzorgd: schrijver en journalist Thomas Kennerly ‘Tom’ Wolfe, Jr., in zijn huiskamer in New York Foto AP / Bebeto Matthews

Ooit zei Tom Wolfe, een pionier in literaire non-fictie én een gevierd romancier, dat hij tijdens het schrijven in ‘gecontroleerde trance’ probeerde te raken. Quotum: 1.600 à 1.800 woorden per dag, drie keer de lengte van dit stukje. Hij was een iconisch stilist die alinea’s als kathedralen kon bouwen, én een stijlicoon, herkenbaar aan zijn altijd vanillewitte maatpakken en dito geklede schoenen, ongeacht of die in de gegeven omstandigheden praktisch waren. „Neopretentieus,” zo noemde hij het zelf, niet vies van zelfspot. Noch van spot, overigens. Maandag overleed Wolfe, 88 jaar oud, in thuisbasis New York, waar hij sinds 1962 woonde, toen hij verslaggever werd van The New York Herald Tribune en nog aan het begin stond van een roemrijke carrière.

Oertekst ‘new journalism’

De kickstart van die carrière beleefde hij gek genoeg door de krantenstaking van dat jaar, waardoor hij met een idee voor een groter verhaal naar het tijdschrift Esquire stapte. Dat stuk, over de hot-rod-autocultuur, kwam maar niet van de grond, en toen hij in een brief aan de redacteur probeerde uit te leggen wat hij eigenlijk beoogde, werd dát het stuk. Het zou deel worden van zijn baanbrekende boek The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby (1965), een oertekst in de New Journalism, een stroming die literaire technieken de journalistiek binnenloodste.

Een aantal van zijn journalistieke boeken behoort tot de canon van de non-fictie: The Electric Kool-Aid Acid Test (1968), over de tegencultuur en de Merry Pranksters van auteur Ken Kesey, en het met een National Book Award bekroonde The Right Stuff (1979), over de straaljagerpiloten die aan de wieg stonden van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma; een boek dat een zeer succesvolle verfilming zou krijgen.

Debuutroman Bonfire of Vanities

De verfilming van zijn monumentale debuutroman The Bonfire of the Vanities (1987) hielp daarentegen bijna de reputatie van het boek om zeep – die rolprent staat nog altijd bekend als een van de ergste flops die Hollywood voortbracht. De roman zelf is een kaleidscopische satire op het sterk gestratificeerde New York van de jaren tachtig, een stad van vlotte beurshandelaren, schimmige politiek en sociale misstanden. Net als in zijn non-fictie toonde Wolfe zich als romancier een genadeloos observator van menselijke driften en overkoepelende maatschappelijke bewegingen. Als noviteit, of beter, in een gewaagde terugkeer naar een literair procedé uit de tijd van Dickens, schreef en publiceerde hij die roman als feuilleton.

Foto Dan Callister / Hollandse Hoogte

Stijl: ‘hagelschot-barok’

Voor alles was Wolfe een alchemist met taal. Hij experimenteerde met jargon, met interpunctie, met klanknabootsing, en ooit begon hij een artikel met 52 maal hetzelfde woord. Het aantal keren dat hij de meest begiftigde auteur van zijn generatie is genoemd, is niet te tellen, en vaak kwam die kwalificatie van collegae, soms als inleiding op een jaloerse steek onder water. Joseph Epstein omschreef zijn stijl in The New Republic als „hagelschotbarok, soms overhellend naar machinegeweer-rococo.”

In die zin is Wolfe verwant aan zijn bijna naamgenoot Thomas Wolfe (1900-1938), schrijver van het pas onlangs in Nederlandse vertaling verschenen barokke meesterwerk Daal neder, Engel (1929). En een groot voorbeeld voor de latere Wolfe. Geen familie overigens, hoewel de kleine Tom dat weigerde te geloven, want waarom stonden die boeken anders in de boekenkast van de professorenwoning in Richmond, Virginia waar hij officieel in 1930 ter wereld kwam. Wolfe was net als de oude Wolfe én tijdgenoot Truman Capote een kind van het Zuiden, en ook hij was van dat Zuiden naar New York getrokken. Maar bij hem zou die geboorteregio veel minder blijven kleven in werk en stem. Tom Wolfe ontworstelde zich aan de geografie, zoals hij zich aan de vermeende grenzen van de journalistiek ontworstelde. In zijn taal, zijn onderwerpkeuze – variërend van machtspolitiek tot neurobiologie – en in zijn levensstijl was hij de ultieme kosmopoliet.