Twee afgeplakte pagina’s dagboek Anne Frank openbaar gemaakt

Het gaat om pagina’s met schunnige moppen en een passage over seksualiteit.

Dagboeken van Anne Frank Foto ANP

De Anne Frank Stichting heeft dinsdagmiddag twee afgeplakte pagina’s uit het dagboek van het Joodse meisje openbaar gemaakt. Het gaat om pagina’s met schunnige moppen en een passage over seksualiteit. De stichting toonde de transcriptie van de pagina’s - beplakt met rijen bruin gompapier - voor het eerst tijdens een persconferentie.

De pagina’s zijn geschreven op 28 september 1942 en komen uit het eerste, roodgeruite dagboek van Anne Frank. De tekst, op pagina 78 en 79, is zichtbaar gemaakt door een nieuwe wetenschappelijke techniek waarbij het papier zeer kort wordt blootgesteld aan een sterke flits.

De tekst is volgens Peter de Bruijn, directeur van het Huygens Instituut dat onderzoek deed naar de pagina’s, met “aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” door Anne Frank zelf afgeplakt. In het dagboek schrijft ze ook dat ze zich schaamt voor sommige pagina’s en dat ze vreest dat anderen in het boek zullen lezen.

Op de pagina zelf vermeldt Anne dat deze “verknoeid” is en ze hem daarom maar zal “benutten om ‘schunnige’ moppen op te schrijven”. Vervolgens volgen er enkele seksueel getinte grapjes, niet van de hand van het ondergedoken meisje zelf.

Prostitutie

Op de rechterpagina wordt Anne persoonlijker en beeldt ze zich in “dat iemand bij mij zou komen en mij zou vragen hem over seksuele onderwerpen in te lichten, hoe zou ik dat dan doen?” Ze beschrijft vervolgens hoe een man en een vrouw een kind maken en reflecteert over prostitutie. “Behoorlijke meisjes doen zulks natuurlijk nooit.”

De stichting zegt te hebben stilgestaan bij het feit dat Anne Frank zelf niet lijkt te hebben gewild dat de tekst openbaar werd gemaakt. Ze vindt het maatschappelijk en wetenschappelijk belang echter groot genoeg om dit toch te doen. Zo laten de pagina’s volgens de onderzoekers zien welke ontwikkeling Anne heeft doorgemaakt en tonen ze duidelijk dat Anne actief bezig was om méér te schrijven dan alleen een verslag van haar dagen in het achterhuis. Peter de Bruijn: “De formulering op de rechterpagina is op te vatten als een voorzichtige poging om een fictieve constructie op te zetten.”

Hoofd Collecties Teresien da Silva trok bovendien de vergelijking met Franz Kafka: ook hij heeft geprobeerd een deel van zijn werk te vernietigen, terwijl anderen dit werk juist als zeer interessant beschouwden.

Het Huygens Instituut en de Anne Frank Stichting doen al langer samen onderzoek naar het dagboek, onder meer om Anne’s ontwikkeling als schrijfster beter te analyseren. Sinds 2009 staat het op de Unesco-werelderfgoedlijst.

De Joodse familie Frank, eerst woonachtig in Amsterdam Zuid, dook aan het begin van de Tweede Wereldoorlog onder aan de Prinsengracht. Het is nog altijd onopgehelderd door wie het gezin in 1944 werd verraden. Anne stierf uiteindelijk in concentratiekamp Bergen-Belsen, iets ten noorden van Hannover. Na de oorlog verzorgde vader Otto Frank de eerste uitgave van het dagboek, waarna Anne al snel een wereldberoemd icoon werd.

    • Milo van Bokkum