Spaanse regio’s mogen supermarkt extra belasten

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht: regiobelastingen en vrij verkeer van diensten.

Foto Getty Images

In drie autonome regio’s in Spanje – Aragon, Asturië en Catalonië – moeten grote detailhandelzaken een speciale belasting betalen. De drie regioregeringen kennen deze zaken, gelet op hun omvang, een bijzondere economische macht toe. Ze trekken veel autoverkeer aan met negatieve gevolgen voor de openbare ruimte en het milieu, waarvan de kosten niet voor hun rekening komen. De opbrengst van de extra heffing gaat naar wegen, parkeervoorzieningen en milieumaatregelen. De details verschillen per regio, maar telkens zijn winkels tot een bepaalde omvang vrijgesteld en hoeven ook sommige grote winkels geen of minder belasting te betalen, waardoor de heffing met name grote supermarkten treft.

De Spaanse regering was tegen deze regiobelastingen, maar het Tribunal Constitucional (grondwettelijk hof) zag geen bezwaren. Daarmee was echter voor de Spaanse belangenvereniging van grote detailhandelzaken ANGED de kous niet af. Volgens haar ondermijnen de heffingen de in de EU geldende vrijheid van vestiging en komen de vrijstellingen neer op verkapte staatssteun. De Spaanse rechter legde het geschil voor aan het Hof van Justitie van de EU.

Het Hof keurde de heffingen eind vorige maand goed: de vrijheid van vestiging is niet in het geding en van verboden staatssteun is geen sprake. Doel en differentiatie van de heffingen komen het Hof coherent voor. Over de heffingsgrondslagen en de verdeling van belastingdruk bestaat geen Europese regelgeving, die behoren tot de bevoegdheid van de lidstaten en de regio’s met fiscale autonomie. Het is dan ook aan de nationale rechter om te verifiëren of de vrijstellingen billijk zijn.

www.curia.europa.eu: ECLI:EU:C:2018:280, -281 en -291
    • Joop Meijnen