Soros-stichting vertrekt uit Hongarije vanwege ‘repressief klimaat’

Stichting OSF van filantroop George Soros verhuist van Boedapest naar Berlijn. De ‘Stop-Soros’-campagne van premier Orbán jaagt de organisatie definitief het land uit.

De ingang van de Open Society Foundation in Boedapest. Foto Ferenc Isza/AFP

„Dit gebeurt in een EU-land”. In een vergaderzaaltje in het regionale hoofdkwartier van de Open Society Foundations (OSF) in Boedapest kijkt Péter Nizák, programmadirecteur voor Midden-Europa, op met een ongelovige grijns.

Dinsdagochtend maakte de stichting van de Hongaars-Amerikaanse miljardair en filantroop George Soros bekend dat zij haar regionale vestiging in Boedapest verplaatst naar Berlijn. De verhuizing is een reactie op wat de organisatie zelf omschrijft als „een toenemend repressief politiek en juridisch klimaat”. Dat OSF anno 2018 de deuren moet sluiten in het land waar Soros ooit zijn internationale werk begon, hadden Nizák en zijn collega’s niet verwacht.

Toen Hongarije in 2004 toetrad tot de EU leek de toekomst nog zonnig voor Hongarije én voor OSF. Jaarlijks doneert de stichting meer dan 1 miljard dollar (844 miljoen euro) aan goede doelen als gezondheidszorg, onderwijs en de ondersteuning van democratische processen.

Het Hongaarse EU-lidmaatschap leek de bekroning van de democratische transitie waaraan de nu 87-jarige George Soros volgens Nizák fors heeft bijgedragen. De filantroop investeerde sinds 1984 zo'n 335 miljoen euro in Hongarije. Geld dat aanvankelijk ging naar anticommunistische activisten, waarvan de huidige premier Viktor Orbán er ooit een was. Later ook naar migranten, mensen die Orbán als premier juist buiten wil houden.

Volgens Soros, geboren in een joodse familie in Boedapest, runt Orbán een „maffiastaat”.

‘Stop Soros’-pakket

De beslissing voor de verhuizing kwam een dag nadat Orbáns nationaal-conservatieve regering forse restricties aankondigde op non-gouvernementele organisaties (ngo’s) die rond het thema migratie werken, wetgeving die de regering omschrijft als het ‘Stop Soros-pakket’. De voorgestelde wetswijziging is de culminatie van een tientallen miljoenen euro’s kostende campagne die de regering de afgelopen maanden voerde tegen de persoon van Soros. In dat politieke klimaat is het volgens internationaal OSF-directeur Patrick Gaspard onmogelijk om de organisatie tegen overheidsinmenging te beschermen.

De regering stelt dat de nieuwe wetgeving nodig is omdat Soros illegale migratie zou ondersteunen.

„Een brute leugen”, zegt woordvoerder Csaba Csontos in het onopvallende OSF-kantoorgebouw in het centrum van Boedapest. De organisaties die OSF financiert, zoals het Hongaarse Helsinki-comité, leveren normale juridische bijstand aan asielzoekers. „Om illegale praktijken aan te pakken, heeft de regering al juridische instrumenten.”

De Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros wordt gehaat door rechts-nationalistisch Europa. De lange arm van George Soros.

Beknotting middenveld

Volgens Csontos hadden wetsvoorstel en anti-Sorospropaganda ten doel een publieke vijand te creëren tijdens de recente Hongaarse verkiezingscampagne, die uitdraaide op een klinkende overwinning voor Orbán. En op het beknotten van het Hongaarse maatschappelijke middenveld. Belangrijke doelwitten zijn, naast OSF zelf, critici van Orbáns migratiestandpunten en journalisten die, mede gefinancierd door de OSF, corruptieschandalen blootleggen in de entourage van Orbán.

Volgens Soros, geboren in een joodse familie in Boedapest, runt Orbán een „maffiastaat”. Hij deed de campagne tegen zijn persoon af als een antisemitische en anti-islamitische hetze. De regering ontkent beschuldigingen van antisemitisme. Het ‘Stop Soros’-voorstel wil dat ngo’s die volgens de regering „illegale migratie faciliteren” 25 procent belasting betalen op buitenlandse donaties.

Dramatisch, zegt Nizák. „Welke donateur zal in hemelsnaam 25 procent extra betalen om een ngo te mogen steunen?” Ook moeten de ngo’s een verplichte screening ondergaan, in de naam van de nationale veiligheid. „Daarbij kan de overheid zelfs de inlichtingendiensten gebruiken”, zegt Csontos. Organisaties die geen licentie krijgen, kunnen een werkverbod krijgen. Medewerkers kunnen zelfs een verbod krijgen om binnen een straal van acht kilometer van de Hongaarse grens te komen. Csontos: „Hongaarse werknemers, die in de buurt van de internationale luchthaven wonen, dreigen niet meer in hun eigen huis te mogen wonen.”

Gratis ontbijt

De Open Society Foundation belooft vanuit Berlijn te blijven werken met Hongaarse partners.Nizák: „Soros begon hier met het doneren van kopieerapparaten aan bibliotheken. Anti-communistische dissidenten drukten er pamfletten mee.” Later doneerde de stichting medische apparatuur aan hospitalen, financierde ze tuberculosebestrijding en voorzag ze in gratis ontbijt voor basisschoolkinderen uit gezinnen getroffen door de economische schok na het instorten van het communisme.

Verschillende personen in en rond de Fidesz-partij van Orbán, inclusief de premier zelf, ontvingen academische beurzen betaald door Soros, aldus Csontos. Na een ramp met giftige rode modder in 2010 was Orbán volgens hem nog zeer dankbaar voor de 1 miljoen dollar noodfondsen die Soros aan zijn regering gaf. Het is moeilijk om te geloven, zegt Nizák: „Maar tientallen jaren lang werd ons werk hier gewaardeerd door alle zijden van het politieke spectrum.”

Universiteit wil blijven

De Central European University (CEU), een universiteit opgericht door Soros, verklaarde dinsdag in Hongarije te willen blijven. Maar ook de status van de CEU, die sinds 1993 een campus betrekt in Boedapest, is onzeker. Na een controversiële wetswijziging in april 2017, die haar voortbestaan in het gedrang bracht, startte de universiteit onderhandelingen op met de regering. De CEU heeft naar eigen zeggen aan alle voorwaarden voldaan, maar wacht nog steeds op uitsluitsel.

    • Roeland Termote