Politiebond: onvoldoende steun agenten met PTSS

Vijf jaar geleden werd er een speciale richtlijn ingesteld.

Portret van Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond. Foto Jerry Lampen/ANP

Agenten die tijdens het werk een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben opgelopen, krijgen onvoldoende steun van hun werkgever. Ook vijf jaar na het instellen van een speciale richtlijn voor PTSS is er nog maar weinig ruimte voor compassie en begrip. Dat valt te lezen in Zie mij staan, een zwartboek met praktijkverhalen dat de Nederlandse Politiebond (NPB) dinsdag presenteert.

In het boek komen zeven agenten met PTSS aan het woord over hun ervaringen bij de Nationale Politie. De agenten, die medisch gediagnosticeerd zijn met PTSS, vinden dat hun klachten niet serieus worden genomen door hun werkgever. Zo zou er weinig erkenning zijn voor de aandoening, en zou de politie geneigd zijn om agenten met PTSS af te schrijven.

Volgens NPB-voorzitter Jan Struijs mist ‘de menselijke maat’ in de omgang met PTSS. De voorzitter hekelt het duikgedrag dat volgens hem bij de politie heerst.

“In de huidige cultuur levert het blijkbaar punten op als je een zieke medewerker zo lang mogelijk laat wachten op de erkenning van zijn PTSS als beroepsziekte of op een smartengeldvergoeding. Keer op keer haalt het korps juridisch alles uit de kast om onder de erkenning van nieuwe PTSS-diagnoses uit te komen.”

De politie was maandag en dinsdagochtend niet direct bereikbaar voor commentaar.

    • Sjoerd Klumpenaar
    • Simone Peek