Opinie

Orbán spint garen bij Ruttes nee tegen EU-begroting

Het initiatief van Brussel om met begrotingsgeld te sturen op democratische waarden verdient meer Nederlandse steun, meent .
De Hongaarse premier Viktor Orbán (midden) tijdens een Europese top in Brussel in december 2017, geflankeerd door Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker (rechts) en de Spaanse premier Mariano Rajoy. Foto Stephanie Lecocq/EPA

Het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe meerjarenbegroting is volgens premier Rutte oneerlijk en niet acceptabel. Het plan voorziet in een verhoging van de EU-uitgaven in de periode 2021-2027, ondanks het vertrek van het Verenigd Koninkrijk als lidstaat.

Met een lid minder, moet er juist minder, niet méér worden uitgegeven, zegt Rutte. Daarmee geeft hij een verkeerd signaal af. Er komen allerlei dreigingen van binnen en buiten de EU op ons af die een antwoord vragen, ook van de Nederlandse regering. In plaats daarvan let het kabinet vooral op het kasboekje. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) heeft zelfs een coalitie van acht kleine landen gesmeed om zich tegen hogere afdrachten teweer te stellen.

De vraag is wat daarmee te winnen valt. De belangrijkste partner, Duitsland, hebben zij al aan hun kant, gezien het strenge begrotingsbeleid van Olaf Scholz, de nieuwe minister van Financiën (SPD), die al spottend Olaf Schäuble wordt genoemd, naar zijn zuinige CDU-voorganger. Ook Scholz wil dat lidstaten zich aan de Europese begrotingsafspraken houden. Maar Duitsland ziet wel de nieuwe uitdagingen.

Niet alleen moet er meer geïnvesteerd worden in Frontex, de bewaker van Europese buitengrenzen, maar ook in collectieve veiligheid, innovatie en milieu. Bovendien was van begin aan duidelijk dat door Brexit de kosten voor andere lidstaten oplopen. Als tweede grote nettobetaler aan de EU laten de Britten een behoorlijk gat achter.

Onderhandelingspositie

Dat de Nederlandse regering een sterke onderhandelingspositie inneemt is verstandig. Anders bereik je nooit wat. Maar het is de vraag of het in ons belang is om als het erop aankomt voet bij stuk te houden. Want de belangrijkste strijd binnen de EU gaat niet over financiën. Natuurlijk, er moet nog flink onderhandeld worden over de bankenunie, een Europees Monetair Fonds en die meerjarenbegroting, maar daar komt men wel uit, al gaat het tergend langzaam.

Het werkelijke Europese gevecht gaat over waarden. En daarbij lijkt de frontlijn niet langer tussen noordelijke en zuidelijke lidstaten te liggen, maar tussen Oost en West. Bij thema’s als de verdediging van de rechtstaat en de herverdeling van vluchtelingen staan lidstaten uit West-Europa lijnrecht tegenover Oost- en Midden-Europese landen.

Systeemfout repareren

De Europese Commissie, in het bijzonder vicepresident Frans Timmermans, werkt er hard aan om Polen en Hongarije tot de orde te roepen. Tot nu toe zonder resultaat. De EU blijkt te weinig instrumenten te hebben om landen die eenmaal zijn toegetreden tot de Unie ook te houden aan de democratische criteria zoals die in Kopenhagen in 1993 zijn vastgesteld. Deze systeemfout moet worden gerepareerd. Net als de overheidsuitgaven van lidstaten zullen ook de rechtsstaten in de EU moeten worden gemonitord. De lidstaten hun stemrecht afnemen kan een averechts effect hebben. Terecht heeft de Commissie daarom de uitgaven aan cohesiefondsen – meer dan 300 miljard euro in de huidige begrotingsperiode, in eerste instantie bedoeld als hulp voor minder welvarende economieën – afhankelijk gemaakt van criteria voor de democratische rechtsstaat. En Nederland is het daar mee eens.

Maar dit gevecht is nog lang niet gestreden. De Hongaarse en Poolse regering reageerden boos op de commissievoorstellen. De Hongaarse president Viktor Orbán heeft al aangekondigd dat de meerjarenbegroting er zonder Hongaarse steun niet komt. Unanimiteit is vereist.

Orbáns positie is minder zwak dan wordt voorgesteld. Het nieuwe Europa is er immers een van wisselende coalities. Op belangrijke onderwerpen kan Orbán rekenen op steun van Polen, Tsjechië en Slowakije, de Beierse CSU, de Oostenrijkse FPÖ en de Italiaanse populistische partijen.

Zeker, hij kan niet alles maken, maar gemarginaliseerd is Hongarije zeker niet. De Commissie verdient juist daarom alle steun van Nederland. Gaat Nederland echt dwarsliggen, dan zal Orbán er garen bij spinnen.