Optimisme over economie, ondanks beperkte groei

Nederland en Duitsland Na mindere cijfers rezen er zorgen over de groei in Nederland en Duitsland in het eerste kwartaal. Dat blijkt mee te vallen.

Foto Remko de Waal/ANP

De groei van de Nederlandse economie is in het eerste kwartaal iets teruggevallen ten opzichte van wat de laatste anderhalf jaar gebruikelijk was. Maar de expansie is nog steeds groot.

Het volume van het bruto binnenlands product (bbp), het totaal aan geproduceerde goederen en diensten, nam toe met 0,5 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2017. Vergeleken met het eerste kwartaal van vorig jaar groeide de economie met 2,8 procent. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag bekend gemaakt.

Opvallend is dat in het eerste kwartaal de buitenlandse handel niet bijdraagt aan de economische groei, maar die juist tegenwerkt. Dat is in Nederland niet erg gebruikelijk.

De invoer nam, op kwartaalbasis, toe met 0,9 procent, terwijl de uitvoer licht kromp met 0,1 procent.

Omdat Nederland een fors handelsoverschot heeft, draagt de buitenlandse handel vaak bij aan het bbp zelfs als de uitvoer minder hard groeit dan de invoer. Het groeiverschil tussen ex- en import was in het eerste kwartaal echter dermate groot, dat de economie daadwerkelijk leed onder de tegenvallende handelscijfers. Het was afgelopen kwartaal voor het eerst in bijna vijf jaar dat de uitvoer op kwartaalbasis kromp.

Ook overheidsbestedingen drukten, met een toename van slechts 0,1 procent, de economische groei. Daar tegenover stonden consumptieve bestedingen van huishoudens, die met 1,1 procent toenamen, en investeringen, die met 2,3 procent groeiden.

De Nederlandse economie groeit nu al zestien kwartalen achtereen ten opzichte van het vorige kwartaal, en negentien kwartalen ten opzichte van een jaar eerder.

Op de financiële markten werd dinsdagochtend vooral gewacht op Duitsland. Daar zorgden tegenvallende cijfers en verwachtingsindicatoren de afgelopen maand voor bezorgdheid over het momentum van de Duitse economie. Die economie is verreweg de grootste van alle eurolanden, en geeft de toon aan.

Duitsland rapporteerde vanmorgen een kwartaalgroei van slechts 0,3 procent. Maar of deze verzwakking de voorbode is van een verdere groeivertraging, of slechts een tijdelijke dip, daar waren analisten dinsdagochtend nog niet uit.

Duitse zorgen

Op de financiële markten werd de 0,3 procent groei in Duitsland niet automatisch gezien als een teken van het begin van een langduriger groeivertraging in Europa. „De Duitse economie vertoont al 15 maanden lang onafgebroken groei, en dat is de langste periode sinds de eenwording. Van de afgelopen 36 kwartalen was er 33 kwartalen groei,” stelde ING-econoom Carsten Brzeski dinsdagochtend.

Terwijl er volgens hem neerwaartse risico’s blijven, vooral wanneer de huidige handelsspanningen in de wereld toenemen, is er weinig reden om te twijfelen aan de onderliggende kracht van het Duitse economische herstel. „Duitsland is er met een blauw oog vanaf gekomen.”

Net als in Nederland waren tegenvallende handel en lage overheidsbestedingen de voornaamste oorzaken van de lage economische groei. Ook het weer en, vooral in Duitsland, stakingen, hadden een drukkende invloed.

Maandag wees econoom Aline Schuiling van ABN Amro er al op dat de Duitse industriële productie in maart weer flink aantrok. Zij gaat ervan uit dat Duitsland in de rest van het jaar een gezonde groei blijft vertonen, zij het wat minder dan in de tweede helft van 2017.

Vorige week rapporteerde Eurostat op basis van eerste schattingen al dat de economie van zowel de Europese Unie als de eurozone met 0,4 procent groeiden.

    • Maarten Schinkel